Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update

Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)

Webinar op vrijdag 20 november 2026


Loontransparantie anno 2027

Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck

(Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 18 februari 2027


Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep

Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)

Webinar op donderdag 18 maart 2027


Bonusbeleid anno 2027.
Warrants en CAO nr. 90 onder de juridische loep

Mr. Mieke Deconinck en mr. Jan Lein (Claeys & Engels)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars


Ontslag van A tot Z anno 2027

Mr. Kato Aerts, mr. Katrien Coenen

en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)

Webinar op donderdag 25 februari 2027

Gerechtelijke ontbinding: not so fast! (Younity)

Auteur: Brecht Cops (Younity)

Publicatiedatum: 02/11/2020

Een werkneemster die administratief verantwoordelijke was in een kleine KMO met in totaal 7 personeelsleden (een dochtervennootschap van een bank), werkt vanaf een bepaald moment vrijwillig deeltijds gedurende 11u40 per week, in een cyclus van 1 week op 2.

De onderneming wordt verkocht, en de nieuwe eigenaars sturen operationeel een aantal zaken bij, mede ook door het onregelmatige werkregime van de werkneemster. Zo worden bv. haar contacten met externe partners grotendeels overgenomen om een snellere respons te garanderen. De werkneemster meent dat haar takenpakket en verantwoordelijkheden hierdoor niet langer gehonoreerd worden, en dat ze taken moet doen die minderwaardig zijn, waardoor ze gedegradeerd wordt tot administratief bediende en haar leidinggevende functie verliest.

De werkneemster valt uit wegens ziekte en als ze na een afwezigheid van meer dan 7 maanden terugkeert wordt haar gevraagd om enkele administratieve ondersteunende taken te doen, om haar toe te laten opnieuw op kruissnelheid te komen. Na die eerste week valt ze opnieuw ziek uit, start een procedure om de gerechtelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst te laten uitspreken, en keert niet meer terug.

Nadat de Arbeidsrechtbank de vordering had afgewezen, herinnert het Arbeidshof dat een gerechtelijke ontbinding een voldoende ernstige contractuele wanprestatie veronderstelt. Het Hof stelt vast dat de arbeidsovereenkomst verwijst naar de functie van administratief verantwoordelijke, wat een vage term is maar toch wijst op een functie met grotere verantwoordelijkheid dan een uitvoerende bediendefunctie. Maar tegelijk zegt het Hof dat de werkgever alle taken kan toebedelen die beantwoorden aan de functie, en dat die taken kunnen evolueren. Dit des te meer nu de arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk voorziet dat andere taken kunnen opgelegd worden.

Met andere woorden, zegt het Hof, taken wijzigen kan, degraderen niet. Op basis van de stukken besluit het Hof dat niet is aangetoond dat de werkgever na 7 maanden afwezigheid minderwaardige taken heeft toebedeeld gekregen die niet overeenstemmen met de functie van de werknemer, en dat in een kleine onderneming het verrichten van louter uitvoerende taken niet ongewoon is.

Het Arbeidshof stelt bijgevolg dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de werkgever een ernstige tekortkoming heeft begaan of een ongeoorloofde wijziging van de arbeidsvoorwaarden heeft doorgevoerd.

De overeenkomst wordt dus niet gerechtelijk ontbonden.

De gevestigde rechtspraak dat een ontbinding wel wat meer vereist dan een licht andere invulling van het takenpakket van een werknemer wordt hiermee bevestigd. Jammer genoeg zijn de partijen met deze uitspraak na 2,5 jaar procederen niet bepaald dichter naar elkaar gegroeid…

Bron: Arbh. Brussel 13 oktober 2020, AR 2020/1986, onuitgeg.

Lees hier het originele artikel

» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid

Boeken in de kijker: