Update van het arbeidsreglement en
van de template arbeidsovereenkomst
in het licht van recente wetswijzigingen

Webinar op 20 januari 2023

Telewerken over de grenzen heen: de gevolgen inzake sociale zekerheid

Webinar op 9 december 2022

Een ernstig arbeidsongeval –
De verplichtingen van de werkgever en de houding van de inspectie

Webinar op 9 december 2022

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Managementovereenkomsten

Webinar on demand

Gelijkschakeling van ontslagregeling van contractuele en statutaire personeelsleden tewerkgesteld bij lokale en provinciale besturen? (Publius)

Auteur: Dirk Van Heuven (Publius)

Op de ministerraad van 20 mei 2022 hechtte de Vlaamse regering haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet dat het provinciedecreet en het decreet over het lokaal bestuur wijzigt. Op de website van de Vlaamse overheid staat:

De wijziging beoogt een gelijkschakeling van de ontslagregeling van contractuele en statutaire personeelsleden tewerkgesteld bij lokale en provinciale besturen. Daarnaast worden de arbeidsrechtbanken en- hoven bevoegd gemaakt om de geschillen die voortvloeien uit de beëindiging van de statutaire hoedanigheid te behandelen. Dat geeft eenzelfde rechtsbescherming aan contractuele en statutaire personeelsleden bij dienstbeëindiging. Het voorontwerp van wijzigingsdecreet wordt nu voor onderhandelingen voorgelegd aan de sociale partners, en gaat voor advies naar de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten en de Vereniging van de Vlaamse Provincies.’

Wellicht gaat het voorontwerp ook naar Afdeling Wetgeving van de Raad van State, hetgeen nogal delicaat is omdat de Raad van State in deze haar bevoegdheid zou verliezen.

In het voorontwerp van ontslagdecreet is te lezen:

‘De beëindiging van de hoedanigheid van het statutair personeelslid mag niet kennelijk onredelijk zijn. De beëindiging is gebaseerd op redenen die verband houden met het gedrag of de geschiktheid van het personeelslid of berusten op noodwendigheden voor de werking van het bestuur. Het mag geen beëindiging zijn waartoe nooit beslist zou zijn door een normale en redelijke werkgever’. 

Het heet dat voor de beëindiging van de hoedanigheid van het statutair personeelslid, titel I, hoofdstuk IV van de Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van overeenkomstige toepassing is.

De arbeidsrechtbanken zouden bevoegd worden voor geschillen over de beëindiging van de hoedanigheid van het statutair personeelslid.

Tenslotte zou het ontslag van ambtswege als tuchtstraf worden geschrapt, maar de evaluatieverplichting van statutair personeel zou worden behouden.

We maken deze bedenkingen:

  • De bescherming van statutaire personeelsleden wordt met dergelijk decreet ernstig verminderd (we spreken ons niet uit of dit nu een goede dan wel een slechte zaak is)
  • De reïntegratieplicht die het gevolg is van de vernietiging van de tuchtbeslissing tot ontslag van ambtswege lijkt te verdwijnen
  • De Raad van State verliest nog maar eens een bevoegdheid
  • Anders dan tegen arresten van de Raad van State kan tegen een vonnis van de Arbeidsrechtbank beroep worden aangetekend (langere i.p.v. kortere rechtszekerheid)

Bron: Publius