Er is opnieuw gesleuteld aan het systeem “verzwaard risico (op arbeidsongevallen)” (Bellaw/SoConsult)

Auteur: Ester Van Oostveldt (Bellaw/SoConsult) 

Werkgevers die onder het toepassingsgebied van de Arbeidsongevallenwet vallen, zijn in bepaalde omstandigheden, naast een premie aan hun  arbeidsongevallenverzekeraar ook nog de volgende bijdragen verschuldigd:

  • een bijdrage van 0,30 %, onderdeel van de basiswerkgeversbijdrage, te betalen aan de RSZ,
  • een bijkomende bijdrage van 0,02 %, te betalen aan de RSZ (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2020-2021, nr. 880),
  • een forfaitaire preventiecontributie te betalen aan (in principe) de preventiedienst van de arbeidsongevallenverzekeraar (de preventiecontributie bedraagt in 2021 minimum 3.514,85 euro en maximum 17.574,24 euro op jaarbasis (afhankelijk van de grootte van de onderneming)).

De forfaitaire preventiecontributie is enkel verschuldigd door ondernemingen bij wie (door Fedris) voor een bepaald jaar een onevenredig verzwaard risico op arbeidsongevallen wordt vastgesteld en wordt daarom het systeem “verzwaard risico” genoemd. Een bespreking van het systeem “verzwaard risico” vindt u op de website van Fedris.

In het Belgisch Staatsblad van 18 oktober jl. is een koninklijk besluit gepubliceerd dat een aantal kleinere wijzigingen aanbrengt aan het systeem “verzwaard risico”.
De invulling van het begrip “verzwaard risico”
Het koninklijk besluit wijzigt één van de criteria op grond waarvan Fedris bepaalt welke ondernemingen een onevenredig verzwaard risico op arbeidsongevallen vertonen.

Voor wie het interesseert, volgen hieronder de aangepaste criteria.

Voortaan is er in een onderneming sprake van een onevenredig verzwaard risico op arbeidsongevallen wanneer (de wijziging staat in het vet aangeduid):

  • in de onderneming de risico-index op jaarbasis in het laatste kalenderjaar en in een ander kalenderjaar van de observatieperiode (= de drie voorafgaande kalenderjaren) minstens tweemaal de risico-index van de activiteitensector waartoe de onderneming behoort, bedraagt (voorheen: minstens driemaal) en minstens vijfmaal de risico-index van de privésector,
  • en er in de loop van deze beide kalenderjaren minstens twee arbeidsongevallen gebeurden en minstens zes in de loop van de observatieperiode.
De risico-index is gelijk aan de som van de frequentie en de ernst, gedeeld door het arbeidsvolume dat wordt uitgedrukt in voltijdse equivalenten.

De frequentie is het totale aantal arbeidsongevallen dat werd geregistreerd in de loop van de observatieperiode, vermenigvuldigd met vier. Er wordt enkel rekening gehouden met de arbeidsongevallen die hetzij een tijdelijke ongeschiktheid van minstens vier dagen (de dag van het ongeval niet meegerekend) veroorzaakt hebben, hetzij het overlijden. Met arbeidswegongevallen wordt geen rekening gehouden.

De ernst is het aantal ten gevolge van arbeidsongevallen werkelijk verloren kalenderdagen, beperkt tot 120 dagen per arbeidsongeval. Voor een dodelijk ongeval worden 120 dagen in rekening gebracht.

Bezwaarmogelijkheid voor ondernemingen bij wie een verzwaard risico op arbeidsongevallen werd vastgesteld

Ondernemingen bij wie een verzwaard risico op arbeidsongevallen werd vastgesteld, hebben de mogelijkheid een gemotiveerd bezwaar in te dienen bij het beheerscomité voor de arbeidsongevallen van Fedris, voor de vervaldag van de betaling van de forfaitaire contributie.

Tot nog toe waren er twee gronden op basis waarvan ondernemingen een dergelijk bezwaar kunnen indienen:

  • wanneer ze menen dat hun toestand van verzwaard risico voortkomt uit activiteiten die verschillen van de activiteiten die door de andere ondernemingen uit de activiteitensector waartoe ze behoren uitgeoefend worden, of,
  • wanneer het risico dat aan de oorsprong lag van deze toestand verdwenen is uit de onderneming op het moment van de notificatie van het bestaan van een verzwaard risico aan de werkgever.

Het hier besproken koninklijk besluit voegt daar twee bezwaargronden aan toe:

  • wanneer de onderneming onlangs voldoende maatregelen heeft genomen om arbeidsongevallen te voorkomen,
  • wanneer de situatie van een verzwaard risico het gevolg is van één of meer ongevallen waarop het preventiebeleid van de onderneming geen enkele invloed kan hebben aangezien de oorzaak ervan totaal buiten de onderneming ligt en deze laatste over geen enkel middel beschikt om het ongeval te voorkomen.
Jaarlijks maximum van 200 ondernemingen

Jaarlijks kunnen maximum 200 ondernemingen worden opgenomen op de lijst van ondernemingen met een verhoogd risico.

Vanaf 2021 wordt het cijfer van 200 verhoogd met het aantal ondernemingen dat in het voorafgaande jaar is geselecteerd, maar dat om welke reden dan ook uiteindelijk van de lijst van ondernemingen met een verhoogd risico is geschrapt.

Al deze aanpassingen treden in werking op 28 oktober 2021, dit is tien dagen na de publicatie van het hieronder vermelde koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad.

KB 10 oktober 2021 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 december 2008 tot uitvoering van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 in verband met de onevenredig verzwaarde risico’s, BS 18 oktober 2021.

Bron: Bellaw/SoConsult