Discriminatie op grond van geslacht – Hof van Justitie (18 oktober 2017)

Prejudiciële verwijzing – Sociale politiek – Richtlijn 76/207/EEG – Gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep – Discriminatie op grond van geslacht – Vergelijkend examen voor toegang tot de politieschool van een lidstaat – Regeling van deze lidstaat volgens welke voor alle kandidaten voor toelating tot dit vergelijkend examen een vereiste van eenzelfde minimale lichaamslengte geldt

De bepalingen van richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002, moeten in die zin worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een regeling van een lidstaat als de regeling die in het hoofdgeding aan de orde is, volgens welke voor de toelating van kandidaten tot het vergelijkend examen voor toegang tot de politieschool van die lidstaat ongeacht het geslacht van de kandidaten een lichaamslengte van minimaal 1,70 m wordt geëist, wanneer deze regeling een veel groter aantal vrouwen dan mannen benadeelt en niet geschikt en evenmin noodzakelijk is om het ermee nagestreefde legitieme doel te bereiken, hetgeen de verwijzende rechterlijke instantie dient na te gaan.

Lees hier het volledige arrest