Ontslag van A tot Z anno 2027
Mr. Kato Aerts, mr. Katrien Coenen
en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep
Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)
Webinar op donderdag 18 maart 2027
Bonusbeleid anno 2027.
Warrants en CAO nr. 90 onder de juridische loep
Mr. Mieke Deconinck en mr. Jan Lein (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Loontransparantie anno 2027
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Discriminatie bij aanwerving en het bewijs van de intentie. Cass. 25 februari 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Vier beklaagden stonden terecht voor vermeende directe discriminatie bij de selectie van luchthavenpersoneel, waarbij kandidaten van Arabische of Marokkaanse afkomst bevoordeeld zouden zijn.
Daarnaast werden zij vervolgd voor geweld en pesterijen op het werk. Het hof van beroep sprak hen echter vrij wegens een gebrek aan bewijs van werkelijke discriminerende intenties en onvoldoende wetenschap van de feiten door de leidinggevenden.
Verweermiddelen
De procureur-generaal stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak. Hij voerde aan dat het hof ten onrechte eiste dat specifieke slachtoffers geïdentificeerd moesten worden om discriminatie te kunnen bewijzen. Bovendien zouden de rechters de verantwoordelijkheid van de leidinggevenden voor de pesterijen en uitspraken van een collega ten onrechte hebben afgewezen omwille van hun motief om de “sociale vrede” te bewaren.
Principes
Het Hof van Cassatie oordeelt dat de appelrechters de identificatie van slachtoffers niet als absolute voorwaarde stelden, maar terecht de tenlastelegging aftoetsten aan de feiten. De omstreden uitspraken van een beklaagde werden door de rechters soeverein beoordeeld als impulsieve grootspraak, zonder effectieve intentie om te discrimineren.
Wat de pesterijen betreft, was de vrijspraak van de leidinggevende wettig gemotiveerd; hij was immers onvoldoende op de hoogte van de pesterijen die voortkwamen uit een privégeschil en probeerde de dader net te waarschuwen.
Besluit
Het Hof van Cassatie verwerpt het beroep van het openbaar ministerie in zijn geheel. De vrijspraak van de beklaagden is hiermee definitief. De gerechtskosten vallen volledig ten laste van de Staat.
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid














