Detacheringsrichtlijn en het internationaal wegvervoer (Claeys & Engels)

Auteur: Claeys & Engels

Publicatiedatum: 07/12/2020

Hof van Justitie

Op 1 december 2020 heeft het Europese Hof van Justitie in de zaak Federatie Nederlandse Vakbeweging (C-815/18) een belangrijke uitspraak gedaan over het toepassingsbereik van de detacheringsrichtlijn meer bepaald in het kader van de uiterst mobiele sector van het internationaal wegvervoer. De hamvraag: wanneer is er sprake van een detachering op het grondgebied van een andere lidstaat?

In het kader van verschillende charterovereenkomsten voor internationaal transport leverden een Duitse en Hongaarse transportonderneming hun diensten aan een Nederlandse transportonderneming. Alle betrokken ondernemingen behoorden tot hetzelfde concern.

Het vervoer dat in het kader van deze dienstverlening door de werknemers van de Duitse en Hongaarse transportonderneming werd verricht, vond hoofdzakelijk plaats buiten Nederland. Het traject van de chauffeurs begon en eindigde echter doorgaans in Nederland. 

In voorliggend geval werden de arbeidsvoorwaarden vervat in de Nederlandse sectorale cao “Goederenvervoer” niet op de chauffeurs toegepast. De niet-naleving van deze cao werd door de Federatie Nederlandse Vakbeweging aan de kaak gesteld.

Na het doorlopen van de Nederlandse gerechtelijke procedures stelde de Hoge Raad der Nederlanden een aantal prejudiciële vragen aan het Hof waaronder:

  • Is de detacheringsrichtlijn van toepassing op een werknemer die als chauffeur werkzaam is in het internationaal wegvervoer en zijn arbeid dus verricht in meer dan één lidstaat?
  • Welke maatstaf moet worden gehanteerd om te bepalen of een werknemer die als chauffeur werkzaam is in het internationaal wegvervoer op het grondgebied van een lidstaat wordt gedetacheerd?

Het Hof heeft in eerste instantie geoordeeld dat de detacheringsrichtlijn ook van toepassing is op werknemers die als chauffeur werkzaam zijn in het internationaal vervoer.

In tweede instantie bracht het Hof in herinnering dat een werknemer gelet op de bewoording en de achterliggende idee van de detacheringsrichtlijn enkel kan worden beschouwd als gedetacheerd op het grondgebied van een lidstaat indien het werk dat hij er verricht een voldoende nauwe band vertoont met dat grondgebied.

Het concept van de ‘voldoende nauwe band’ werd voor het eerst ingevoerd in de zaak Dobersberger (C-16/18). Het Hof heeft in de zaak Federatie Nederlandse Vakbeweging gebruik gemaakt van een gedetailleerde vraagstelling om dit concept verder te verduidelijken.

Bij de beoordeling van ‘de voldoende nauwe band’ moet er volgens het Hof rekening worden gehouden met (1) de aard van de werkzaamheden die de betrokken werknemer op dat grondgebied verricht, (2) de mate waarin de werkzaamheden van die werknemer verband houden met het grondgebied van elke lidstaat en (3) het aandeel van die werkzaamheden op het grondgebied van elke lidstaat in de vervoersdienst als geheel.

Het feit dat de werknemers hun instructies krijgen van een onderneming gevestigd in een andere lidstaat en in die lidstaat hun dagtaak beginnen en beëindigen zonder bijkomende andere factoren is voor het Hof op zich onvoldoende om te besluiten tot een nauwe band. 

Het uitvoeren van cabotage activiteiten op het grondgebied van een lidstaat – ongeacht de duur van deze activiteiten – wijst volgens het Hof echter automatisch op het bestaan van een voldoende nauwe band.

Conclusie

De detacheringsrichtlijn is principieel ook van toepassing op uiterst mobiele werknemers zoals chauffeurs tewerkgesteld in het internationaal wegvervoer. Op basis van de Europese rechtspraak kan wel worden geargumenteerd dat een (zeer mobiele) werknemer bij gebrek aan een ‘voldoende nauwe band’ met het grondgebied van de betrokken lidstaten er niet wordt gedetacheerd. U doet er goed aan om de situatie van uw werknemers in het licht van deze uitspraak te verifiëren.

Lees hier het originele artikel