Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Discriminatie op de werkvloer:
de laatste ontwikkelingen
Mr. Inger Verhelst (Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 24 september 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Loontransparantie:
wel of geen realiteit in 2026?
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op dinsdag 8 december 2026
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Arbeidsovereenkomsten onder de loep:
een must in 2026
Mr. Kato Aerts en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op vrijdag 2 oktober 2026
Deeltijdse arbeid en inbreuken. Moet de RSZ het vermoeden van voltijdse tewerkstelling toepassen of mag ze de bijdragen op de reële werkuren invorderen? Cass. 4 mei 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Arresten van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 21 november 2022 en 18 juli 2023
De appelrechters stellen in het tussenarrest van 21 november 2022 vast dat:
- een aannemer een deeltijdse werknemer tewerkstelt;
- deze werknemer tijdens een controle werkend werd aangetroffen buiten de uren van zijn vast werkrooster zonder dat een afwijkingsdocument kon worden voorgelegd;
- een proces-verbaal werd opgesteld wegens inbreuk op artikel 160 Wet Deeltijdse Arbeid;
- de RSZ geen toepassing heeft gemaakt van het wettelijk vermoeden dat de werknemer zijn prestaties heeft geleverd in uitvoering van een arbeidsovereenkomst in de hoedanigheid van voltijdse werknemer;
- de RSZ met een brief van 28 januari 2019 aan de aannemer meedeelde dat hij naar aanleiding van het gevoerde onderzoek overging tot een ambtshalve aangifte van de niet-aangegeven tewerkstelling met toepassing van artikel 22 RSZ-wet.
Zij oordelen in dat arrest dat:
- gelet op de vastgestelde inbreuk op artikel 160 Wet Deeltijdse Arbeid de RSZ toepassing diende te maken van artikel 22ter RSZ-wet;
- de RSZ niet kan kiezen voor een voor hem gunstiger berekening op basis van gepresteerd overloon;
- de RSZ zich diende te beroepen op het vermoeden dat de werknemer arbeid heeft verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst voor voltijdse arbeid en in deze zin een regularisatie diende op te stellen.
De visie van het Hof van Cassatie
Krachtens artikel 21, eerste lid, RSZ-wet moet iedere verzekeringsplichtige werkgever zich bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid laten inschrijven en een aangifte met verantwoording van het bedrag van de verschuldigde bijdragen toezenden.
Krachtens artikel 22, eerste lid, RSZ-wet bepaalt de Rijksdienst voor sociale zekerheid ambtshalve het bedrag van de verschuldigde bijdragen aan de hand van alle reeds voorhanden gegevens, of na alle daartoe nuttig geachte inlichtingen te hebben ingewonnen bij de werkgever, of de curator die verplicht is ze te verstrekken, wanneer geen dan wel een onvolledige of onjuiste driemaandelijkse aangifte is gedaan.
Krachtens artikel 22ter, eerste lid, RSZ-wet worden de deeltijdse werknemers, bij ontstentenis van inschrijving in de documenten bedoeld bij de artikelen 160, 162, 163 en 165 Wet Deeltijdse Arbeid of bij gebrek aan gebruik van de apparaten bedoeld bij artikel 164 van dezelfde wet, vermoed, behoudens bewijs van het tegendeel, hun prestaties te hebben geleverd in uitvoering van een arbeidsovereenkomst, in de hoedanigheid van voltijdse werknemer.
Blijkens de wetsgeschiedenis is deze laatste bepaling ingevoerd ten einde te verzekeren dat de Rijksdienst voor sociale zekerheid gepaste bijdragen kan invorderen wanneer de vermelde wetsbepalingen van de Wet Deeltijdse Arbeid geschonden zijn en hij niet in staat is de effectieve tewerkstelling van de deeltijdse werknemers vast te stellen. Zij houdt voor de Rijksdienst voor sociale zekerheid niet de plicht in zich erop te beroepen telkens wanneer zij van toepassing is en zij belet hem niet, wanneer hij over de vereiste gegevens over de werkelijke tewerkstelling van de deeltijdse werknemers beschikt, de verschuldigde bijdragen op grond van die gegevens in te vorderen met toepassing van artikel 22 RSZ-wet.
De appelrechters die aldus in het tussenarrest van 21 november 2022 oordelen dat de RSZ verplicht is artikel 22ter RSZ-wet toe te passen bij een vastgestelde schending van artikel 160 Wet Deeltijdse Arbeid, schenden de voormelde bepalingen.
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid













