Sociale inspectie:
wat brengt 2023?

Webinar op 3 februari 2023

Re-integratie en ontslag van langdurig/veelvuldig zieke werknemers

Webinar op 27 januari 2023

Het stakingsrecht
gewikt en gewogen

Webinar op 10 maart 2023

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Managementovereenkomsten

Webinar on demand

De vrijstelling van het medisch attest voor werknemers bij één dag arbeidsongeschiktheid: een nadere inspectie (GD&A Advocaten)

Auteurs: Gitte Laenen en Jonas De Pauw (GD&A Advocaten)

1.-

What’s in a name. Met grote trom werd in het begrotingsakkoord van 12 oktober 2022 van de federale regering aangekondigd dat het binnenkort niet meer verplicht zou zijn om een medisch attest aan de werkgever af te leveren indien het één dag ziekte betreft.

Het principe werd recent verankerd in de wet van 30 oktober 2022 houdende diverse bepalingen betreffende arbeidsongeschiktheid, waarbij een paragraaf 2/1 wordt toegevoegd aan artikel 31 van de Arbeidsovereenkomstenwet.1 Gelet op de publicatie in het Belgisch Staatsblad op 18 november 2022 treedt de wet (en dus het artikel) in werking op 28 november 2022.

Zoals zo vaak in het recht het geval is, dienen de kleine lettertjes vakkundig bestudeerd te worden. Zo betreft het geen vrijgeleide voor de werknemer om zonder kwantitatieve bepaling vele malen afwezig te zijn. De nieuwe regeling beperkt zich tot driemaal (3) één (1) dag per jaar. Aldus dient het personeelslid vanaf de vierde (4e) keer wederom een medisch attest binnen te brengen, alsook wanneer het een periode betreft die zich uitstrekt over een langere periode dan deze van één (1) dag.

Bijkomend dient het personeelslid mee te delen op welk adres hij/zij zal verblijven tijdens deze ene ziektedag, tenzij dit adres overeenstemt met zijn/haar gewoonlijke verblijfplaats die bij de werkgever gekend is.

Er dient opgemerkt te worden dat de regeling zich enkel uitstrekt tot ondernemingen met minstens vijftig (50) werknemers. De ondernemingen die minder dan 50 werknemers tewerkstellen op 1 januari van het kalenderjaar waarin de arbeidsongeschiktheid zich voordoet, kunnen afwijken van de wet door middel van een collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement. De grotere kans op een verstoring van de arbeidsorganisatie in een kleine onderneming rechtvaardigt de mogelijkheid die aan deze kleine ondernemingen geboden wordt om de vrijstelling desgevallend niet toe te passen.2

Nadat deze maatregel een jaar in werking zal getreden zijn, zal er een evaluatie volgen waarbij mogelijks een uitbreiding naar de kleinere ondernemingen op tafel ligt.

2.-

De eventuele bezorgdheid in hoofde van werkgevers lijkt beperkt.

Zo kan er heden in bepaalde ondernemingen reeds een soepel beleid rond medische attesten gevonden worden. Indien er in het huidige arbeidsreglement nog ingeschreven staat dat er vanaf de eerste (1e) dag een medisch attest moet binnengebracht worden, dient dit wel aangepast te worden.

De medische sector geeft alleszins aan dat de maatregel de administratieve werkdruk immens zal verlichten.

Tevens blijft het zo dat het personeelslid de werkgever onmiddellijk moet verwittigen als deze niet in staat is te komen werken door ziekte.

Daarenboven dient vastgesteld te worden dat een controle door de werkgever nog steeds mogelijk blijft. Zo kan de werkgever telefonisch een toelichting vragen voor de afwezigheid of zelfs een controledokter langs sturen.

3.-

OPGELET:

Gelet op het feit dat deze wijziging enkel doorgevoerd werd in de Arbeidsovereenkomstenwet, is het statutair overheidspersoneel uitgesloten van de nieuwe regeling.

Het is echter niet uitgesloten dat lokale besturen, teneinde een gelijkschakeling tussen statutair en contractueel overheidspersoneel te faciliteren, hun lokale RPR en het arbeidsreglement aanpassen. Immers laat artikel 186 van het BVR RPR toe dat de gemeenteraad de algemene regels voor de ziektecontrole vaststelt. Zodoende kan voormelde regeling vrijwillig uitgebreid worden naar statutair overheidspersoneel.

Bron: GD&A Advocaten