Update van het arbeidsreglement en
van de template arbeidsovereenkomst
in het licht van recente wetswijzigingen

Webinar op 20 januari 2023

Telewerken over de grenzen heen: de gevolgen inzake sociale zekerheid

Webinar op 9 december 2022

Een ernstig arbeidsongeval –
De verplichtingen van de werkgever en de houding van de inspectie

Webinar op 9 december 2022

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Managementovereenkomsten

Webinar on demand

De ontslagbescherming van de preventieadviseur (Mploy)

Auteur: Eline Jacobs (Mploy)

Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout 10 januari 2022, niet uitgegeven

Potje breken is potje betalen – over de beschermingsvergoeding van preventieadviseurs en latere beëindigingen van de arbeidsovereenkomst.

Een werkgever zegt de arbeidsovereenkomst met een werknemer op met een opzegtermijn van 3 maanden en 18 weken. Enkele weken later, nadat de opzegtermijn dus al was begonnen, komen werkgever en werknemer overeen om de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord te beëindigen omdat de werknemer een nieuwe job heeft gevonden.

Bij het betekenen van de opzeg hield de werkgever geen rekening met het feit dat de werknemer tevens preventieadviseur was. De wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van preventieadviseurs schrijft een bijzondere procedure voor wanneer de werknemer-preventieadviseur ontslagen wordt. In dat geval moet de werkgever namelijk o.a.

  • de werknemer per aangetekende brief meedelen waarom hij de arbeidsovereenkomst wil beëindigen, en
  • aan de leden van het bevoegd paritair comité voorafgaand aan het ontslag de toestemming vragen om de preventieadviseur te ontslaan.

Wordt een werknemer-preventieadviseur ontslagen zonder naleving van deze procedure, dan heeft hij recht op een beschermingsvergoeding gelijk aan 2 of 3 jaar loon (afhankelijk van de anciënniteit van de werknemer: minder of meer dan 15 jaar).

In casu had de werkgever bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst deze procedure niet gevolgd. Wanneer de werknemer bij hem aanklopte voor de betaling van de beschermingsvergoeding, weigerde de werkgever echter deze te betalen. Zijn redenering: de arbeidsovereenkomst werd na de opzegging in onderling akkoord beëindigd (op vraag van de werknemer), zodat het recht op de beschermingsvergoeding was komen te vervallen.

De arbeidsrechtbank volgde deze redenering niet. Zij oordeelde dat het recht op de beschermings­vergoeding ontstond op het moment waarop de werkgever zonder naleving van de wettelijk voorgeschreven procedure de arbeidsovereenkomst opzegde. De latere beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord doet het recht op de beschermingsvergoeding bijgevolg niet teniet. Meer zelfs, de arbeidsrechtbank oordeelde dat zelfs een eenzijdige beëindiging door de preventieadviseur zelf na de foutieve opzegging door de werkgever het recht op een beschermingsvergoeding niet teniet deed. Potje breken is potje betalen dus.

Ga bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst steeds na of de werknemer een bijzondere bescherming geniet. De juiste procedures niet volgen kan u immers duur komen te staan.

Bron: Mploy