De overdracht van auteursrechten door werknemers of zelfstandigen
Een analyse na de
wet van 19 juni 2022

Webinar op 25 oktober 2022

 

Ontslagmotivering:
een praktijkgericht overzicht

Webinar op 17 november 2022

 

 

In conflict met de RSZ

Webinar op 21 oktober 2022

Car policies:
15 aandachtspunten
onder de loep

Webinar op 6 oktober 2022

 

Grensoverschrijdend gedrag: what’s in a name?

Webinar on demand

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Corona hebben we (bijna) overleefd. Maar overleven we ook de terugvordering van onterecht ontvangen werkloosheidsuitkeringen? (Commit Law)

Auteur: Stefanie De Cleen (Commit Law)

Sinds het begin van de coronacrisis maken werkgevers gretig gebruik van het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van corona. Voor deze vorm van tijdelijke werkloosheid geldt een sterk vereenvoudigde procedure. Die zorgt ervoor dat de aanvraag voor tijdelijke werkloosheid automatisch wordt aanvaard en de controle door de RVA niet vooraf, maar achteraf gebeurt.

Door deze a posterio verificatie zien veel werkgevers zich nu geconfronteerd met controles. Bij controle moet de werkgever de redenen die aanleiding hebben gegeven tot het toepassen van de tijdelijke werkloosheid, bewijzen.

Als de RVA vindt dat er geen sprake is van een terechte aanvraag tot tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, volgt er een beslissing van ‘oneigenlijk gebruik van het stelsel van tijdelijke werkloosheid.

Dit bericht gaat in op de gevolgen van zo’n beslissing.

TERUGVORDERING VAN DE ONTVANGEN WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN VAN DE WERKNEMER

De RVA zal van de werknemer de werkloosheidsuitkeringen die hij ontving tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid, terugvorderen.

De werknemer verliest dus met terugwerkende kracht voor een bepaalde periode zijn inkomen.

VORDERING VAN DE WERKNEMER TEGEN DE WERKGEVER

Als de RVA beslist dat er sprake is van een oneigenlijk gebruik van het stelsel van tijdelijke werkloosheid, heeft dit tot gevolg dat de schorsing van de arbeidsovereenkomst tijdens deze ‘onterechte periode’ met terugwerkende kracht als ongeldig wordt beschouwd.

Door het ontbreken van een werkelijke overmachtssituatie wegens corona, wordt de werkgever geacht een fout te hebben begaan. Hij heeft de werknemer immers in de periode van tijdelijke werkloosheid geen werk verschaft, terwijl hij daar toe verplicht was. De door hem ingeroepen grond om de werknemer niet te werk te stellen, wordt immers na controle verworpen.

Het niet verschaffen van werk zorgt voor schade bij de werknemer die de onterecht ontvangen werkloosheidsuitkeringen heeft moeten terugbetalen. Deze schade bestaat uit het door de werknemer gederfde loon. De werknemer kan van zijn werkgever een schadevergoeding wegens het verlies van loon vorderen.

WAT ZIJN DE BEROEPSMOGELIJKHEDEN?

De werkgever heeft er baat bij om, zodra hij verneemt dat de RVA het voornemen heeft de overmacht wegens corona te verwerpen, dat voornemen te betwisten met een verweerschrift.  Eens de beslissing is gevallen, kan beroep worden aangetekend bij de bevoegde arbeidsrechtbank.

Ook de werknemer kan de beslissing tot oneigenlijk gebruik van de tijdelijke werkloosheid aanvechten voor de bevoegde arbeidsrechtbank. Ook kan hij de beslissing tot terugvordering betwisten.

De werkloosheidsreglementering voorziet dat de RVA de werkloosheidsuitkeringen kan terugvorderen voor een periode van 3 jaar. Die periode kan verlengd worden tot 5 jaar als de onterechte betaling van werkloosheidsuitkeringen het gevolg is van bedrog van de werknemer. Maar de terugvordering wordt beperkt tot de laatste 150 dagen als de werknemer bewijst dat hij de uitkeringen waarop hij geen recht had, te goeder trouw heeft ontvangen. Voor sommige terugvorderingen kan dat zijn belang hebben.

Bron: Commit Law