Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Loontransparantie anno 2027
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep
Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)
Webinar op donderdag 18 maart 2027
Ontslag van A tot Z anno 2027
Mr. Kato Aerts, mr. Katrien Coenen
en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Brand op de werkvloer: de opleidingsplicht die teveel KMO’s over het hoofd zien (Backx Law)
Auteur: Benny Backx (Backx Law)
Een beginnende brand vraagt om snelle en juiste reflexen: tijdig alarm slaan, het juiste blusmiddel hanteren, veilig evacueren, …
Als werkgever moet u uw personeel daarop voorbereiden. Dat is geen vrijblijvende aanbeveling, maar een wettelijke plicht die tot in detail is uitgewerkt in de Codex over het welzijn op het werk.
Wie ze naast zich neerlegt, riskeert niet alleen een boete, maar bij een ongeval ook strafrechtelijke vervolging. Hieronder leest u wat er precies van u verwacht wordt, en hoe u dat als KMO-ondernemer concreet aanpakt.
Het wetgevend kader in een notendop
De basis is de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers. Die kaderwet krijgt haar concrete invulling in de Codex over het welzijn op het werk. Boek III, Titel 3 is volledig gewijd aan brandpreventie op de arbeidsplaatsen en bouwt op zes pijlers.
De werkgever voert eerst een risicoanalyse brand uit, en koppelt daaraan preventiemaatregelen die de basis vormen voor de volgende 5 pijlers:
- Specifieke preventiemaatregelen invoeren (zoals een brandbestrijdingsdienst oprichten en geschikte blusmiddelen voorzien)
- Een intern noodplan opstellen
- Een brandpreventiedossier opmaken
- Opleiding en informatie van de werknemers
- Omgaan met de werkzaamheden die in de organisatie door derden worden uitgevoerd.
Deze verplichtingen zijn niet louter administratief. Ze moeten ervoor zorgen dat uw organisatie daadwerkelijk kan reageren als zich een incident voordoet.
We overlopen een aantal pijlers, telkens met wat ze concreet van u vragen.
Elke werkgever richt een brandbestrijdingsdienst op
Artikel III.3-7 van de Codex laat er geen twijfel over bestaan: “Elke werkgever richt een brandbestrijdingsdienst op.” Die dienst meldt en behandelt het brandalarm, bestrijdt een beginnende brand, brengt personen in veiligheid en begeleidt de hulpdiensten.
Veel bedrijfsleiders denken dat dit voor een kleine KMO niet geldt. Begrijpelijk, want onder de oude ARAB-regeling gold voor kleine ondernemingen wel degelijk een versoepeling op basis van het aantal werknemers. Die uitzondering is er niet meer. De FOD Werkgelegenheid bevestigt dit uitdrukkelijk: in tegenstelling tot vroeger moet u een brandbestrijdingsdienst oprichten, “om het even wat het aantal werknemers is aanwezig in de onderneming”.
Wat wel meegroeit met uw bedrijfsgrootte, is de omvang van die dienst. U bepaalt zelf, op basis van uw activiteiten, het aantal aanwezige personen en het specifieke brandrisico, hoeveel werknemers deel uitmaken van de dienst en welke opleiding zij nodig hebben (art. III.3-8 Codex, met een minimum aan bekwaamheden vastgelegd in bijlage III.3-1). Voor een kleine KMO kan dit neerkomen op een of twee werknemers die de opleiding “kleine blusmiddelen” volgen. Vraag hiervoor het advies van uw preventieadviseur en, indien aanwezig, van het Comité.
Essentieel is dat de gekozen organisatie in verhouding staat tot de risico’s én in de praktijk kan functioneren als zich een incident voordoet.
Zorg voor geschikte en goed bereikbare blusmiddelen
Blusmiddelen kiest u niet toevallig. Dezelfde regels als voor persoonlijke beschermingsmiddelen zijn van toepassing (art. III.3-15 Codex): u houdt rekening met de inrichting van uw arbeidsplaatsen, de aanwezige risico’s, het maximumaantal aanwezige personen en de reactietijd van de hulpdiensten (art. III.3-16 Codex), en u vraagt vooraf advies aan het Comité.
Eenmaal geplaatst, moeten uw blustoestellen zichtbaar zijn of duidelijk gesignaleerd, gemakkelijk bereikbaar en bedienbaar zijn.
Maar materieel heeft slechts waarde wanneer mensen weten wanneer en hoe ze het veilig moeten gebruiken. Daar ligt voor de KMO een belangrijk aandachtspunt. Een opleiding “kleine blusmiddelen” mag daarom niet beperkt blijven tot het bedienen van een brandblusser. Medewerkers moeten ook leren een situatie in te schatten, weten welk blusmiddel geschikt is en kunnen beslissen wanneer evacuatie de enige juiste beslissing is.
Leg uw noodprocedures schriftelijk vast
Niet alles hoeft in uw hoofd te blijven zitten: artikel III.3-23 van de Codex verplicht u om schriftelijke procedures op te stellen voor de taken van uw brandbestrijdingsdienst, de evacuatie, de evacuatieoefeningen, het gebruik van de beschermingsmiddelen tegen brand en de informatie en opleiding van uw werknemers. Ook hier wint u het advies in van uw preventieadviseur en het Comité, waarna de procedures “voor gezien” worden getekend door de preventieadviseur die de interne dienst leidt.
Belangrijk daarbij is dat de procedures bereikbaar en beschikbaar moeten zijn op het ogenblik dat er geen tijd meer is om uit te zoeken wie wat moet doen.
Informeer en vorm uw werknemers, met een jaarlijkse evacuatieoefening
Hier landt de opleiding “kleine blusmiddelen” concreet. De Codex maakt een onderscheid tussen informatie en opleiding.
Informatie geeft u aan elke werknemer, ten laatste op de dag van indiensttreding: over de brandrisico’s, de preventiemaatregelen, de alarmsignalen en de evacuatie (art. III.3-25 Codex).
Opleiding gaat een stap verder. Uw werknemers moeten leren hoe ze brand voorkomen, correct reageren bij rook of vuur, alarm slaan en zonder paniek evacueren, zonder de brandbestrijdingsdienst te hinderen. Minstens één keer per jaar hoort daar een evacuatieoefening bij (art. III.3-26 Codex). Uiteraard hoort daar ook de verplichte opleiding van de brandbestrijdingsdienst bij.
Twee praktische kanttekeningen die u niet mag vergeten: deze vorming is gratis voor uw werknemers en gebeurt tijdens de werktijd (art. I.2-21 Codex), en ze moet herhaald worden telkens de risico’s veranderen.
Het belang van deze vorming kan niet onderschat worden. Wanneer een incident ontstaat, zijn uw medewerkers de eerste minuten op zichzelf aangewezen. De externe hulpdiensten zijn nog onderweg. Wat uw mensen de eerste minuten doen, of niet doen, kan mee bepalen hoe groot de gevolgen worden.
De prijs van niet-naleving
Een inbreuk op de wet van 4 augustus 1996 en haar uitvoeringsbesluiten wordt bestraft met een sanctie van niveau 3: een strafrechtelijke geldboete van 200 tot 2.000 euro, of een administratieve geldboete van 100 tot 1.000 euro (art. 127 juncto art. 101 Sociaal Strafwetboek). Loopt het mis en raakt een werknemer gewond, dan klimt de sanctie naar niveau 4: een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 600 tot 7.000 euro, of een administratieve geldboete van 300 tot 3.500 euro.
Een ontbrekende brandbestrijdingsdienst of een overgeslagen evacuatieoefening is dus geen louter administratief detail: het kan de basis vormen voor een strafrechtelijke veroordeling.
Wanneer er zich een ernstig incident voordoet, wordt bovendien niet alleen gekeken naar wat er op dat ogenblik gebeurde. Er zal ook gekeken worden of de risico’s voldoende werden ingeschat, of het personeel daadwerkelijk opleiding genoten heeft, of de procedures ook effectief uitgewerkt waren, …
Uw actiepunten als KMO-ondernemer
- Ga na of u een brandbestrijdingsdienst heeft opgericht en of de samenstelling ervan in verhouding staat tot uw activiteiten en brandrisico.
- Laat de leden van die dienst de nodige opleiding volgen, met inbegrip van de opleiding “kleine blusmiddelen”.
- Controleer of uw blusmiddelen goed gekozen, zichtbaar geplaatst en makkelijk bereikbaar zijn.
- Stel, samen met uw preventieadviseur, de schriftelijke procedures voor het intern noodplan op, of actualiseer ze.
- Informeer elke nieuwe werknemer bij indiensttreding over de brandrisico’s en de te volgen procedures.
- Organiseer minstens één keer per jaar een evacuatieoefening voor al uw werknemers.
- Houd bij wanneer de opleidingen en oefeningen plaatsvonden: dit bewijs is cruciaal bij een controle of, erger, na een incident.
Besluit
Brandveiligheid is geen eenmalige formaliteit. De risicoanalyse, de samenstelling van uw brandbestrijdingsdienst en de opleiding van uw werknemers moeten mee evolueren met uw activiteiten en uw personeelsbestand. Wie deze verplichtingen structureel opvolgt, beperkt niet alleen het risico op sancties, maar vergroot vooral de kans dat zijn medewerkers een beginnende brand tijdig en veilig onder controle krijgen.
Bron: Backx Law
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid













