Bereikbaarheidsdienst… altijd arbeidstijd? (Tilleman van Hoogenbemt)

Auteur: Frederik Dudal (Tilleman van Hoogenbemt)

Publicatiedatum: 10/03/2021

Wachtdiensten, bereikbaarheidsdiensten,… geven vaak aanleiding tot een discussie over de vraag of een bepaald deel van deze tijd al dan niet in aanmerking komt als ‘arbeidstijd’. Dit is namelijk niet onbelangrijk om te weten of er loon moet betaald worden. Er kan aldus ook een overschrijding van de maximale grenzen inzake arbeidstijd ontstaan waarvoor eventueel overloon en/of inhaalrust verschuldigd kan zijn. Onlangs bracht het Hof van Justitie dan ook meer duidelijkheid over de werknemer die zich op een ‘verlaten’ of ‘moeilijk te bereiken werkplek’ bevindt. Of hoe een bijna onbereikbaar idyllisch Sloveens berglandschap de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie verder vorm geeft.

Wachtdiensten op de werkplek automatisch arbeidstijd

De ‘slapende wachtdienst‘, waarbij een werknemer de hele nacht fysiek aanwezig is op de werkplek, is in principe arbeidstijd. Of de werknemer nu effectief arbeidsprestaties verricht of niet. Essentieel is dat de werkgever de werknemers op elk ogenblik kan oproepen om te werken en dat deze bereid zijn om aan die oproep te voldoen.

Het gaat dan bijvoorbeeld over ziekenhuispersoneel en brandweerlui. Al zijn in bepaalde sectoren uitzonderingen op deze regel terug te vinden.

Maar wat als uw werknemer louter ‘bereikbaar’ moet zijn?

In het verleden heeft het Hof van Justitie regelmatig geoordeeld dat wanneer de werknemer niet verplicht fysiek aanwezig moest zijn, maar bijvoorbeeld enkel oproepbaar buiten de werkplek, de wachtdienst niet als arbeidstijd kon worden beschouwd.

Het Hof van Justitie heeft dit nadien in een precedentsarrest genuanceerd en geoordeeld dat de tijd waarin een werknemer feitelijk echt gedwongen was om thuis te blijven om oproepen onmiddellijk te beantwoorden en dan binnen een heel korte tijd op de werkplek aanwezig moet zijn (bijvoorbeeld een 8-tal minuten), in principe moest worden beschouwd als arbeidstijd.

Daarbij moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de mate van vrijheid die de werknemer al dan niet had om  tijdens die periode over zijn ‘vrije tijd’ te beschikken.

En wat als uw werknemer door de geografische kenmerken van de werkplek wordt beperkt?

Met zo’n geval werd het Hof van Justitie nu geconfronteerd.

Stel dat een Sloveens technicus telefonisch bereikbaar moet zijn en zo nodig, bij een oproep, binnen het uur op zijn werkplek moet arriveren; hij niet verplicht is op de werkplek te verblijven, maar hij daarentegen wel ‘genoodzaakt’ is op het werk, in een aanpalend huis te verblijven, nu de ligging het voor hem onmogelijk (of heel moeilijk) maakt elke dag naar huis terug te keren; én deze plaats ‘weinig’ tot geen mogelijkheden voor vrijetijdsactiviteiten biedt.

Specifiek hier was dat het televisiezendstation te situeren was in het Sloveens gebergte, ver van de bewoonde wereld en slechts verbonden d.m.v. een kabelbaan die slechts sporadisch in werking trad; de werknemer geen eigen voertuig had om zich te verplaatsen; hij zijn woonplaats niet in één dag kon bereiken, waardoor hij onmogelijk binnen het uur op zijn werkplek kon arriveren; en hij bijgevolg niet anders kon dan te verblijven in een huis dat hem door de werkgever ter beschikking werd gesteld.

Is de bereikbaarheidsdienst in dat geval arbeidstijd of niet? Meer bepaald, is uw werknemer zijn vrijheid dermate beperkt door de geografische ligging van zijn werkplek én de eigen vrije keuze daar te werken?

Kort en krachtig: het Hof van Justitie vond van niet.

Bij de beoordeling of er al dan niet sprake is van ‘arbeidstijd’, moeten we enkel rekening houden met de verplichtingen die worden opgelegd door de (in dit geval) werkgever. De werknemer was niet verplicht op de werkplek te blijven en kon zijn rustmomenten perfect inplannen, nu hij ruim één uur de tijd had gehoor te geven aan de oproepen. Meer zelfs, ook wanneer hij geen ‘bereikbaarheidsdienst’ zou hebben gehad, liet de geografische ligging niet toe dat hij elke dag naar huis zou terugkeren.

Het feit dat de werkplek zich ver van de ‘bewoonde wereld’ bevindt, is dan ook niet uniek. Ook bij werk op zee of op een olieplatform, is de werknemer ver van huis.

Voor het Hof moeten ‘bereikbaarheidsdiensten’ in dit geval dus niet als arbeidstijd worden beschouwd.

Moraal van het verhaal?

In lijn met haar eerdere rechtspraak, benadrukt het Hof dan ook dat een wachtdienst waarbij de werknemer permanent bereikbaar moet zijn, slechts integraal als ‘arbeidstijd’ kan worden beschouwd wanneer de hem opgelegde verplichtingen hem objectief en aanzienlijk beperken in zijn mogelijkheden om tijdens die dienst zijn vrije tijd in te vullen.

Het Hof legt hierbij opnieuw de nadruk op de concrete modaliteiten om te oordelen of het al dan niet om arbeidstijd gaat. In ieder geval is het duidelijk dat organisatorische problemen die het gevolg zijn van natuurlijke omstandigheden of van de werknemer zijn vrije keuze, niet van belang zijn bij deze beoordeling.

Hoe meer vrijheid de werknemer heeft, hoe kleiner de kans dat zijn bereikbaarheidsdienst als arbeidstijd zal worden beschouwd.

Lees hier het originele artikel