Sociale inspectie:
wat brengt 2023?

Webinar op 3 februari 2023

Re-integratie en ontslag van langdurig/veelvuldig zieke werknemers

Webinar op 27 januari 2023

Het stakingsrecht
gewikt en gewogen

Webinar op 10 maart 2023

Het nieuw fiscaal regime voor buitenlandse kaderleden vanaf 1 januari 2022

Webinar on demand

Arbeidstijd: vijf concrete probleemstellingen

Webinar on demand

Managementovereenkomsten

Webinar on demand

Arbeidsdeal: recht op opleiding (Commit Law)

Auteurs: Vera Balachov en Joris De Keersmaeker (Commit Law)

De Arbeidsdeal, die op 29 september 2022 werd goedgekeurd in het parlement, voorziet in een individueel opleidingsrecht voor werknemers. Met dit recht wil de regering inzetten op vorming en opleiding van werknemers doorheen hun loopbaan.

WELKE ONDERNEMINGEN?

In ondernemingen uit de privésector die 10 of meer werknemers tewerkstellen wordt een individueel opleidingsrecht voorzien. Voor de ondernemingen met minder dan 10 werknemers geldt dus nog geen individueel opleidingsrecht.

Het aantal tewerkgestelde werknemers wordt berekend in voltijdse equivalenten op basis van de gemiddelde tewerkstelling van de referteperiode voorafgaand aan de tweejaarlijkse periode die voor de eerste keer op 1 januari 2023 begint.

HOEVEEL DAGEN OPLEIDING?

In ondernemingen met minstens 20 werknemers heeft een voltijdse werknemer vanaf 2023 recht op minimum 4 opleidingsdagen per jaar, en vanaf 2024 op 5 dagen.

In ondernemingen met 10 tot 20 werknemers heeft een voltijdse werknemer recht op 1 opleidingsdag per jaar.

Het aantal opleidingsdagen geldt per voltijdse werknemer die het volledige jaar in dienst is van de werkgever. Voor werknemers die geen voltijdse arbeidsovereenkomst hebben en/of die niet door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden gedurende het ganse kalenderjaar, wordt het aantal opleidingsdagen geproratiseerd volgens een bepaalde formule.

WELKE OPLEIDINGEN?

Zowel formele als informele opleidingen komen in aanmerking. Een werknemer kan zowel binnen als buiten de gewone werktijden opleidingen volgen. Wanneer de opleiding buiten de gewone werktijden wordt gevolgd, geven de uren die daarmee overeenkomen recht op de betaling van het normale loon. Deze uren geven geen aanleiding tot de betaling van een overloontoeslag.

OP WELKE MANIER ZAL HET INGEVOERD WORDEN?

De sector kan beslissen om het individueel opleidingsrecht vast te leggen in een sectorale cao. Gebeurt dit niet dan dient de werkgever het opleidingsrecht vast te leggen via een individuele opleidingsrekening.

De individuele opleidingsrekening is een formulier dat de volgende vermeldingen bevat:

  • de identiteit van de werknemer (naam, voornaam, datum en plaats van geboorte, adres, rijksregisternummer);

  • het arbeidsregime waarin de werknemer wordt tewerkgesteld;

  • het of de bevoegde paritaire comité(s) of paritaire subcomité(s);

  • het voorziene opleidingskrediet, dat is het aantal opleidingsdagen waarover een werknemer in een bepaald jaar beschikt;

  • het aantal gevolgde opleidingsdagen en het aantal overblijvende dagen of het aantal over te dragen dagen naar het volgende jaar;

  • het groeipad, dat is de termijn waarbinnen het aantal wettelijk vastgelegde opleidingsdagen moet zijn bereikt.

Het formulier moet door de werkgever elektronisch of op papier worden bewaard in het persoonlijk dossier van de werknemer.

Bij het invoeren van de individuele opleidingsrekening stelt de werkgever alle betrokken werknemers daarvan in kennis. Nieuwe werknemers worden bij hun aanwerving in kennis gesteld van het bestaan van een individuele opleidingsrekening binnen de onderneming.

Telkens als de werknemer een opleiding volgt, wordt het aantal gevolgde opleidingsdagen zo snel mogelijk in de individuele opleidingsrekening vermeld. De werknemer heeft het recht om, op elk ogenblik en op eenvoudige vraag, zijn individuele opleidingsrekening te raadplegen en er wijzigingen in aan te brengen, in onderling akkoord met zijn werkgever.

Minstens één keer per jaar brengt de werkgever de betrokken werknemer op de hoogte van het saldo van het opleidingskrediet en herinnert hij hem aan zijn recht tot raadpleging van zijn individuele opleidingsrekening en zijn recht tot correctie van fouten.

Wat als er geen cao wordt gesloten en de werknemer niet over een individuele opleidingsrekening beschikt?

In dat geval heeft elke voltijdse werknemer in de onderneming een individueel opleidingsrecht van minimum 4 opleidingsdagen per jaar vanaf 2023 en van minimum 5 opleidingsdagen per jaar vanaf 2024.

Wat met het saldo van niet-opgebruikte opleidingsdagen?

Het saldo van niet-opgebruikte opleidingsdagen wordt op het einde van het jaar overgedragen naar het daaropvolgende jaar, zonder dat dit saldo in mindering mag worden gebracht van het opleidingskrediet van de werknemer in dat volgende jaar.

Het doel is dat op het einde van elke periode van vijf jaar, die ten vroegste kan beginnen op 1 januari 2024, of voor het einde van de arbeidsovereenkomst indien die eindigt voordat de voormelde periode van vijf jaar afloopt, de voltijds tewerkgestelde werknemer gemiddeld minimum 5 opleidingsdagen per jaar heeft opgenomen. Op het einde van de voormelde periode van vijf jaar, wordt het saldo van het beschikbare opleidingskrediet op nul gezet.

Individueel opleidingsrecht in ondernemingen die tussen 10 en 20 werknemers tewerkstellen?

Deze werkgevers bepalen, jaarlijks vóór 30 september, het aantal opleidingsdagen waarop de werknemers recht hebben voor het volgende kalenderjaar. Er moet dus geen cao noch individuele opleidingsrekening opgemaakt worden om dit te bepalen.

WAT INGEVAL VAN ONTSLAG?

Bij een ontslag om dringende redenen of wanneer de werknemer ontslag neemt, heeft de werknemer niet het recht om zijn gecumuleerde opleidingskrediet op te nemen vooraleer zijn arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. Het niet-opgebruikte opleidingskrediet geeft geen aanleiding tot een verhoging van de opzeggingstermijn, noch tot een verhoging van de opzeggingsvergoeding.

Bij een ontslag dat niet te wijten is aan de werknemer, heeft de werknemer het recht om zijn gecumuleerde opleidingskrediet op te nemen vooraleer zijn arbeidsovereenkomst beëindigd is. Het is aan de werkgever en de werknemer om te beslissen wat er met deze opleidingsdagen gebeurt en hoe deze dagen kunnen worden opgenomen.

Wanneer de opzeggingstermijn geheel of gedeeltelijk wordt vervangen door een opzeggingsvergoeding, geldt dit openstaande opleidingskrediet als een voordeel verworven krachtens de overeenkomst en zal de werkgever hiermee moeten rekening houden bij het bepalen van de opzeggingsvergoeding.

INWERKINGTREDING?

Deze maatregel treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Opgelet! Onze nieuwsberichten over de arbeidsdeal zijn gebaseerd op het wetsontwerp nummer 2810 (houdende diverse arbeidsbepalingen). Het wetsontwerp werd op 29 september 2022 goedgekeurd in De Kamer. De bepalingen treden ten vroegste in werking op het moment van publicatie in het Belgisch Staatsblad.