De nieuwe wet op de private opsporing

Dhr. Bart De Bie (i-Force) en mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op donderdag 17 oktober 2024


Vennootschapsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Joris De Vos en mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op donderdag 21 november 2024


Sociaal strafwetboek:
een grondige hervorming werd goedgekeurd

Mr. Kenny Decruyenaere en mr. Veerle Van Keirsbilck (Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 5 december 2024


Herstructurering, collectief ontslag en sluiting

Mr. Hanne Cattoir (Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 17 oktober 2024

Al dan niet bezoldigd karakter van bestuur (Forum Advocaten)

Auteurs: Frederic Rosiers en Justine Heureux (Forum Advocaten)

Bestuurders ontvangen doorgaans een vergoeding voor hun bestuursmandaat, maar soms kiezen bedrijven ervoor om hen niet te bezoldigen. Een veelvoorkomende reden hiervoor is om te voorkomen dat bestuurders onder twee verschillende sociale statuten vallen.

Bestuurder en werknemer: tweemaal sociale bijdragen?

Als u werknemer bent in een onderneming, betaalt u sociale zekerheidsbijdragen als werknemer. Indien u vervolgens benoemd wordt als bestuurder binnen diezelfde onderneming, kan het aangeraden zijn om een onbezoldigd bestuursmandaat op te nemen, om te vermijden dat u ook nog eens als zelfstandige sociale bijdragen dient te betalen. Zo zal u niet tweemaal sociale zekerheidsbijdragen dienen te betalen. De bewijslast hiervan ligt evenwel bij de bestuurder zelf, gezien hij vermoed wordt zelfstandige te zijn.

Wanneer een bestuurder wordt benoemd op voordracht van een aandeelhouder, zoals een moedervennootschap, en de benoemde persoon reeds een werknemer is van die moedervennootschap, bestaat het risico dat de bestuurder zowel als werknemer als zelfstandige sociale bijdragen moet betalen. Bijvoorbeeld, een holdingvennootschap met verschillende dochterondernemingen kan haar managementleden benoemen als bestuurders in die dochterondernemingen. Als dit deel uitmaakt van het reguliere takenpakket van de werknemers, wordt geen extra vergoeding verwacht in de dochteronderneming. Ook hier ligt de bewijslast bij de bestuurder, gezien hij in deze concrete omstandigheid nog steeds vermoed wordt zelfstandige te zijn in bijberoep.

Een minder voorkomende reden, die wel in de rechtspraak is behandeld, is wanneer iemand die werkloos is, een bestuursmandaat wil aanvaarden zonder vergoeding om zijn werkloosheidsuitkering te behouden. In het verleden heeft het Hof van Cassatie echter geoordeeld dat zelfs als het bestuursmandaat kosteloos is, de persoon nog steeds ‘arbeid’ verricht en dit dus moet worden gemeld aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (Cass. 18 juni 2001).

Striktheid van de RSZ

De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) vereist dat het onbezoldigd karakter van een mandaat zowel in rechte als in feite moet worden aangetoond.

Zelfs als de statuten expliciet verklaren dat het bestuursmandaat onbezoldigd is om bijvoorbeeld te voorkomen dat bestuurders onder het zelfstandigenstatuut vallen, eist de RSZ dat deze onbezoldigdheid niet alleen op papier wordt bevestigd, maar ook in de praktijk wordt nageleefd.

Hoe bewijst men dit?

Indien de statuten bijvoorbeeld bepalen dat het mandaat van de bestuurder onbezoldigd is, behoudens een andersluidende beslissing van de algemene vergadering (AV), heeft de RSZ in het verleden reeds geoordeeld dat het bestuursmandaat als bezoldigd wordt beschouwd zolang de AV niet uitdrukkelijk een besluit neemt waarin dat onbezoldigd karakter wordt bevestigd. Dit betekent dat de aansluitings- en bijdrageplicht van toepassing blijft tot en met het kwartaal waarin de AV het onbezoldigd karakter formeel bevestigt.

Een ander voorbeeld betreft het gebruik van bedrijfswagens of woningen op kosten van de vennootschap, wat als een voordeel van alle aard wordt beschouwd en dus onderhevig is aan sociale bijdragen, zelfs wanneer het bestuursmandaat formeel als onbezoldigd wordt beschouwd volgens de statuten.

Vermoeden van bezoldiging

In situaties waarin de statuten geen uitsluitsel geven over de bezoldiging van het bestuursmandaat, wordt teruggegrepen naar het gemeen recht. Hier geldt het vermoeden van kosteloosheid van het mandaat, zoals vastgelegd in artikel 1986 van het oud Burgerlijk Wetboek, tenzij het tegendeel is bedongen.

Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen heeft dit evenwel verduidelijkt door een bepaling op te nemen voor zowel de NV, de BV als de CV, waarin staat dat het bestuursmandaat bezoldigd is, tenzij de statuten anders bepalen of de algemene vergadering anders beslist bij de benoeming. Dit betekent dat het vermoeden nu omgekeerd is, vergelijkbaar met het vermoeden voor sociale zekerheidsdoeleinden: vermoeden van bezoldiging zoals hierboven toegelicht.

Voor verenigingen zonder winstoogmerk (VZW’s), internationale verenigingen zonder winstoogmerk (IVZW’s) en stichtingen heeft de wetgever geen soortgelijk vermoeden opgenomen, omdat het in de non-profitsector nog steeds gebruikelijker is dat bestuursmandaten onbezoldigd zijn.

Bron: Forum Advocaten