Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Bonusbeleid anno 2027.
Warrants en CAO nr. 90 onder de juridische loep
Mr. Mieke Deconinck en mr. Jan Lein (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Ontslag van A tot Z anno 2027
Mr. Kato Aerts, mr. Katrien Coenen
en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Loontransparantie anno 2027
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Aanpassing RSZ-vermindering eerste aanwervingen (ADMB)
Auteur: ADMB
Publicatiedatum: 23/01/2018
De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) doet een aanpassing aan de voorwaarde om een doelgroepvermindering te genieten bij de aanwerving van de eerste 6 werknemers. Sowieso mocht de nieuwe werknemer al geen andere werknemer vervangen, maar de interpretatie van de voorafgaande termijn verandert.
Doelgroepvermindering eerste aanwerving
Alle werkgevers uit de privésector kunnen 13 kwartalen genieten van een doelgroepvermindering voor de eerste 6 werknemers die ze in dienst nemen. Voor de eerste aanwerving tijdens de periode 1 januari 2016 en 31 december 2020, geldt de vermindering zelfs voor onbepaalde duur.
‘Nieuwe werknemer
Vervulde de werkgever alle voorwaarden om een doelgroepvermindering eerste aanwerving te genieten? Dan is het voor de RSZ belangrijk om na te gaan of het al dan niet om een vervanging van een andere werknemer gaat, die werkzaam was binnen dezelfde technische bedrijfseenheid.
De RSZ liet de doelgroepvermindering tot eind 2017 enkel toe wanneer de nieuw aangeworven werknemer geen medewerker verving die, in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van de indienstneming, in dezelfde technische bedrijfseenheid werkte. Omdat er hier vaak misverstanden over waren, past de RSZ deze interpretatie aan.
Voortaan leest de RSZ deze voorwaarde zo dat de nieuw in dienst genomen werknemer geen werk-nemer mag vervangen die, in de loop van de 12 maanden (dag op dag) voorafgaand aan de indienstneming, in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam was.
Technische bedrijfseenheid
Op zijn website geeft de RSZ meer informatie over het begrip ‘technische bedrijfseenheid’ en de werkwijze om na te gaan of er geen ‘vervanging’ is in dezelfde technische bedrijfseenheid:
Om na te gaan of er geen ‘vervanging’ is in dezelfde technische bedrijfseenheid, gaat men als volgt te werk:
- eerst bepaalt men het maximum aantal werknemers (koppen) dat gelijktijdig in dezelfde technische bedrijfseenheid tewerkgesteld was in de loop van de 12 maanden (dag op dag) die de indienstname voorafgaan (A);
- vervolgens neemt men het totaal aantal werknemers dat op de eerste dag door de nieuwe werkgever aangeworven wordt, verhoogd met het aantal werknemers dat eventueel nog tewerkgesteld is door andere werkgevers in dezelfde technische bedrijfseenheid (B).
Indien (B) ten minste één meer bedraagt dan (A), wordt het recht op de vermindering voor de aanwerving van de 1ste (2de, 3de, 4de, 5de of 6de) werknemer geopend. Indien de verhoging van het aantal werknemers evenwel kunstmatig wordt veroorzaakt (door bijvoorbeeld de aanwerving van enkele werknemers met een overeenkomst voor één dag), dan zal de RSZ het recht op de vermindering opnieuw ter discussie stellen.
Om na gaan of er sprake is van dezelfde technische bedrijfseenheid, hanteert de RSZ een aantal criteria. Zo kijkt de RSZ eerst of twee (of meerdere) juridische entiteiten verbonden zijn door minstens één gemeenschappelijke persoon. Het kan daarbij gaan om een gemeenschappelijke werknemer, bedrijfsleider, enzoverder.
Is dat het geval? Dan komen er nog andere criteria aan te pas om te beoordelen of de juridische entiteiten ook een gemeenschappelijke socio-economische basis hebben:
- Plaats: wanneer de gebouwen waar de activiteiten worden uitgeoefend op dezelfde plaats of in elkaars nabijheid liggen;
- Activiteiten: gaat het om verwante en/of aanvullende activiteiten;
- Bedrijfsmateriaal: geheel of gedeeltelijk hetzelfde;
- Klantenbestand.
Belangrijk: de RSZ beoordeelt de situatie in het algemeen. Geen enkel criterium is op zich doorslaggevend. Bij twijfel is het dus aangeraden om de RSZ te raadplegen Zo komt u niet voor verrassingen te staan.
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid














