Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten
Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Faillissement en verkoop door curator van enkel grond, niet van de opstallen. Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 31 juli 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Opstalrecht
- De overeenkomst van 30 september 1988 was een verzaking aan het recht van natrekking en vestigde daarmee een opstalrecht ten voordele van F.D. en M.B.
- De rechtbank verwerpt de stelling dat het opstalrecht nietig zou zijn omdat het binnen de vennootschapsdoelstelling en als vergoeding/voordeel voor de bestuurders-aandeelhouders paste.
- Omdat de akte niet in het hypotheekkantoor was overgeschreven, was het recht aanvankelijk niet tegenwerpelijk aan de boedel. Door onafgebroken bezit gedurende meer dan 30 jaar, vaste dagtekening en het dragen van fiscale lasten is echter verkrijgende verjaring ingetreden; daardoor is het recht alsnog tegenwerpelijk aan de boedel.
- Omdat geen duur was overeengekomen, wordt het opstalrecht als eeuwigdurend beschouwd, met een minimumduur van 99 jaar; het loopt vanaf 2 oktober 1988.
Gevolg voor het faillissement
- De curator kan de opstalovereenkomst niet eenzijdig beëindigen op grond van art. XX.139 WER, omdat het opstalrecht een zakelijk recht is dat tegenwerpelijk is aan de boedel.
- De machtiging van de rechter-commissaris tot verkoop wordt niet vernietigd: de curator blijft gerechtigd de naakte eigendom van de grond te verkopen.
- Die verkoop mag zich niet uitstrekken tot de opstallen; de koper verkrijgt dus een grond die blijvend bezwaard is door het opstalrecht van F.D. en M.B.
- Een openbare verkoop is toegelaten; een onderhandse verkoop aan F.D./M.B. is niet automatisch mogelijk en zou aan de strikte voorwaarden van art. 1193 Ger.W. moeten voldoen.
Overige beslissingen
- Een landmeter-expertise over de ligging van de woning of de waarde van grond en opstal was niet nodig, omdat de rechtbank enkel oordeelde over de machtiging tot verkoop van de naakte eigendom.
- De aanstelling van notaris J. A. voor de verkoop en de rangregeling wordt bevestigd.
- Elk van de partijen draagt zijn eigen procedurekosten; er zijn geen rechtsplegingsvergoedingen en geen rolrecht verschuldigd.
- Het vonnis is voorlopig uitvoerbaar, met behoud van het recht op kantonnement.
Praktisch gevolg
F.D. en M.B. behouden hun opstalrecht en de woning, maar kunnen de verkoop van de naakte grond door de curator niet blokkeren. Een derde kan dus eigenaar worden van de grond onder hun opstalrecht, zonder dat hun recht op de opstallen of hun uitweg daarbij verloren gaat.
» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement

















