Overheidsopdrachten:
twee recente wetswijzigingen onder de loep
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Mr. Elke Casteleyn (Casteleyn Advocaten)
Webinar op dinsdag 2 februari 2027
Actualia Overheidsopdrachten 2025/2026.
Een overzicht van recente wet- en regelgeving, omzendbrieven en rechtspraak
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Mr. Peter Teerlinck (& De Bandt)
Webinar op vrijdag 4 december 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Het prijsonderzoek bij overheidsopdrachten – een effectief onderzoek is vereist! (Advocalex)
Auteur: Advocalex
Het prijsonderzoek bij overheidsopdrachten vormt een cruciaal onderdeel van het regelmatigheidsonderzoek dat moet worden gevoerd door een aanbestedende overheid. Het heeft tot doel om na te gaan of de prijzen die worden aangeboden ook daadwerkelijk realistisch zijn en om te vermijden dat er bijvoorbeeld aan sociale dumping wordt gedaan.
Bij het voeren van een dergelijk prijsonderzoek beschikt de aanbestedende overheid over een aanzienlijke discretionaire beoordelingsbevoegdheid, bijvoorbeeld om (1) vast te stellen dat er sprake zou zijn van een (schijnbaar) abnormale prijs en (2) een prijsverantwoording al dan niet te aanvaarden. Dit leidt er ook toe dat de toetsingsbevoegdheid van de Raad van State beperkt is. De Raad van State mag zich, gesteld voor de toetsing van deze beoordeling, niet in de plaats stellen van de aanbestedende overheid en zelf de beoordeling van de prijsverantwoording overdoen. Het komt aan de Raad van State enkel toe om desgevraagd na te gaan of de overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of het die correct heeft beoordeeld en of het op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot zijn besluit is kunnen komen. Hierbij moet de overheid op zorgvuldige wijze haar beslissing voorbereiden, hetgeen impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld.
In het geval waarbij er twee inschrijvers een offerte indienen en de prijzen significant van elkaar afwijken, dan oordeelde de Raad van State in het arrest van 28 augustus 2026, nr. 267.513, BV T.T. (klik hier), dat er niet kan worden volstaan om prijzen niet als abnormaal te beschouwen wanneer de motieven gericht zijn “op het rekenkundig gemiddelde van de prijzen en, anderdeels, op de prijstoelichting van de inschrijver samengelezen met haar offerte.” In het voorliggende geval beperkte de prijstoelichting zich ertoe te verwijzen naar een efficiënte uitvoering van de opdracht, onder meer door een geoptimaliseerde planning en optimalisatie van de routes, waardoor de kosten kunnen worden beperkt zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de dienstverlening.
De Raad van State oordeelde dat argumenten prima facie geen deugdelijke motivering vormen om ten aanzien van de offerte van de gekozen inschrijver te besluiten dat de betrokken prijzen niet schijnbaar abnormaal lijken.
Allereerst merkt de Raad van State op dat te dezen slechts twee inschrijvingen blijken voor te liggen, wat het representatief karakter van de gemiddelde prijzen ondermijnt voor de beoordeling van de normaliteit van de opgegeven prijzen. Indien er slechts twee inschrijvers zijn, is het in beginsel geen evident uitgangspunt om de ene of de andere offerte te bestempelen als behept met een schijnbaar abnormale prijs louter op basis van een afwijking van die zogenaamde gemiddelde prijs.
“Voorts stelt de Raad van State prima facie vast dat de inschrijvingsprijs van de gekozen inschrijver ongeveer 33% lager is dan die van de verzoekende partij en dat deze laatste prijs zelf beduidend lager is dan de raming.
Als aanbestedende overheid is het dus van belang aan te tonen dat er een nauwgezet prijsonderzoek werd doorgevoerd. Daadwerkelijke prijsvergelijkingen maken dan ook best deel uit van het administratief dossier.
Bron: Advocalex
» Bekijk alle artikels: Overheid & Aanbesteding















