Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten
Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Aansprakelijkheid van medische beroepsbeoefenaars en zorginstellingen anno 2027
Prof. dr. Christophe Lemmens (Dewallens & partners)
Webinar op vrijdag 15 oktober 2027
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Webinar op donderdag 20 mei 2027
Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen
Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)
Webinar op donderdag 26 november 2026
ABR-verzekering: dekking van bouwplaatsrisico’s (Studio Legale)
Auteur: Joost Peeters (Studio Legale)
Op een werf kan er heel wat mislopen. Een ABR-verzekering (verzekering alle bouwplaatsrisico’s) dekt in beginsel de materiële schade aan en de diefstal van de verzekerde goederen op een werf, zonder dat eerst moet worden uitgemaakt wie aansprakelijk is. Niet alles is gedekt, en de exacte dekking staat steeds in de polis. Dit artikel bundelt wat bouwheren, aannemers en architecten moeten weten, inclusief de nieuwe Assuralia-standaardvoorwaarden van januari 2026.
Wat is een ABR-verzekering?
Een ABR-verzekering is een allriskverzekering voor één bouwproject. “Allrisk” betekent dat de verzekerde goederen in beginsel gedekt zijn tegen alle materiële schade en diefstal, behalve voor zover de polis iets uitdrukkelijk uitsluit. Ze bestaat doorgaans uit twee afdelingen: een zaakverzekering voor de schade aan goederen (afdeling 1) en een facultatieve aansprakelijkheidsverzekering voor schade aan derden (afdeling 2).
Niemand is verplicht een ABR-verzekering af te sluiten. Ze kan wel contractueel worden opgelegd, gewoonlijk in het lastenkohier, en dat gebeurt in de praktijk vaak.
Als basis bestaan er standaardvoorwaarden. In januari 2026 publiceerde Assuralia, de beroepsvereniging van de Belgische verzekeraars, nieuwe niet-bindende standaardvoorwaarden voor de ABR-verzekering. De nieuwe voorwaarden sluiten aan bij de regels over buitencontractuele aansprakelijkheid in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, die sinds 1 januari 2025 gelden. Verzekeraars mogen afwijken van deze standaardvoorwaarden. De standaardvoorwaarden zijn dus een vertrekpunt en geen garantie. In dit artikel gaan we uit van deze standaardvoorwaarden, tenzij anders vermeld.
Wat dekt de ABR-verzekering?
Afdeling 1 vergoedt de materiële schade aan en de diefstal van de verzekerde goederen, zoals het bouwwerk in oprichting met de erin te verwerken materialen. De polis kan die dekking uitbreiden tot tijdelijke bouwwerken, bouwplaatsketen, materieel, werftoestellen en het bestaande goed van de bouwheer. Voor het bestaande goed is een plaatsbeschrijving op tegenspraak vóór de werken vereist.
Afdeling 2 geldt enkel als de bijzondere voorwaarden dat bepalen. Ze dekt de buitencontractuele aansprakelijkheid van de verzekerden voor lichamelijke letsels en materiële schade aan derden, als gevolg van de uitvoering van de werken. Voor de bouwheer kan ze ook de aansprakelijkheid voor bovenmatige burenhinder omvatten. Wie als “derde” geldt, bepaalt de polis: de bouwheer en de deelnemers aan het project zijn dat in principe niet, tenzij de polis hen via gekruiste aansprakelijkheid als derden ten opzichte van elkaar behandelt.
Wanneer en waar is een werf verzekerd?
De dekking geldt voor schade die zich voordoet op de bouwplaats, tijdens de verzekerde termijn. Die termijn bestaat doorgaans uit twee periodes.
De eerste is de bouw-, montage- en testtermijn. Ze begint bij de aanvang van de werkzaamheden en eindigt bij de voorlopige oplevering, de ingebruikname of de inbedrijfstelling van het werk. Daarna kan een onderhoudstermijn volgen, meestal 12 of 24 maanden, die maximaal loopt tot de definitieve oplevering. Ze dient vaak om nog enkele kleine werken af te ronden.
De onderhoudstermijn is niet automatisch meeverzekerd. De partijen kiezen zelf of ze naast de bouw-, montage- en testtermijn ook die periode in de polis laten opnemen, en dat moet uitdrukkelijk gebeuren. Ook hier is dus maatwerk nodig. Stem de verzekerde termijnen daarom af op de verwachte duur van de werken en op het bouwcontract, want schade buiten de verzekerde termijn is niet gedekt.
Wat is niet gedekt?
De standaardvoorwaarden bevatten een reeks algemene uitsluitingen: schade die normaal te voorzien of onvermijdelijk is, schade door verzwaring of herhaling, natuurrampen, niet-accidentele verontreiniging, asbest en schade door het niet naleven van brandpreventie- en opslagvoorschriften. Ook gebruiksderving, winstderving en boetes voor laattijdige oplevering vallen buiten de dekking.
In afdeling 2 zijn bovendien schade door trillingen, grondwaterverlaging, steunverlies en springstoffen uitgesloten, net als contractuele aansprakelijkheid. Verschillende van die uitsluitingen kunnen via de bijzondere voorwaarden worden bijverzekerd, en wie aan funderings- of grondwerken doet, doet er goed aan dat vooraf te bespreken.
Een uitsluiting die vaak verkeerd wordt begrepen, betreft fouten en gebreken. Fouten in het ontwerp, de berekeningen of de plannen en eigen gebreken van materialen zijn niet volledig uitgesloten. Uitgesloten is enkel het onderdeel dat zelf door de fout of het gebrek is aangetast, het zogenaamde “faulty part“. Accidentele materiële schade die daardoor ontstaat aan andere verzekerde goederen of delen van het werk blijft wel gedekt. Een voorbeeld: door een fout in de stabiliteitsberekening bezwijkt een betonnen balk, die bij zijn val een reeds geplaatst dak beschadigt. De balk zelf is niet gedekt, de schade aan het dak in beginsel wel. De verzekering betaalt dus niet voor het herstel van de fout zelf, maar wel voor de materiële schade die eruit voortvloeit. De bijzondere voorwaarden kunnen van deze regeling afwijken.
Het wettelijke uitgangspunt is dat grove schuld van de verzekerde gedekt is. Ze kan enkel worden uitgesloten voor gevallen die de polis uitdrukkelijk en beperkend omschrijft. Alleen opzet kan de verzekeraar volledig en algemeen uitsluiten. Een clausule die een schadegeval uitsluit omdat de regels van de kunst niet werden nageleefd, geldt bijvoorbeeld enkel voor inbreuken die werden getolereerd of waarvan de technische werfverantwoordelijken niet onwetend mochten zijn. Een afwijzing door de verzekeraar is dus niet altijd het laatste woord.
Wie is verzekerd?
De bouwheer, de hoofd- of onderaannemer, de architect of een andere bouwactor kan de polis afsluiten, en alle deelnemers aan het project kunnen als verzekerden worden opgenomen. Dat beperkt het risico op hiaten, maar de verzekerde hoedanigheid en prestaties van elke actor moeten uit de polis blijken. Bij een verzekering voor rekening kunnen de verzekerden zelf een beroep doen op de dekking.
Hoe snel wordt schade vergoed?
Voor schade aan de verzekerde goederen hoeft niet eerst vast te staan wie aansprakelijk is. Dat is het grote voordeel van de zaakverzekering: de werf hoeft niet stil te liggen tot een aansprakelijkheidsdiscussie is beslecht. Dat betekent niet dat de vergoeding automatisch of onmiddellijk volgt. De verzekeraar onderzoekt eerst of het schadegeval gedekt is, hoe groot de schade is, welke waarden waren aangegeven en welke vrijstelling geldt.
Wat te doen bij een schadegeval?
Een vlot dossier begint bij een correcte schadeaangifte. Meld het schadegeval onmiddellijk. Beperk de schade met redelijke middelen, verander niets aan de beschadigde goederen zolang de oorzaak niet is vastgesteld en erken geen aansprakelijkheid. Redelijke en dringende maatregelen om schade te voorkomen of te beperken zijn als reddingskosten verzekerd, zelfs als ze geen resultaat opleveren. Gewone verbeteringen of aanpassingen aan de uitvoering vallen daar niet onder.
Juridische bronnen
- L. Schuermans en C. Van Schoubroeck, “Alle bouwplaats Risico’s in a coconut shell”, T.Verz. 2020, afl. 4, 332-366.
- W. Buelens, “De ABR-verzekering: een verzekering vol (rechts)verval?”, TBBR 2020, afl. 4, 194-199.
- Assuralia, Niet-bindende standaardvoorwaarden Alle Bouwplaatsrisico’s, januari 2026.
- Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (buitencontractuele aansprakelijkheid), van toepassing sinds 1 januari 2025.
Bron: Studio Legale
» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid, Bouw & Vastgoed


















