Successieplanning anno 2027

Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)

Webinar op donderdag 4 maart 2027


Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?

Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)

Webinar op donderdag 18 februari 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Cryptomunten en de fiscaliteit

Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)

Webinar op donderdag 28 januari 2027


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten

Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027

Wie erft uw e-mails, foto’s en cryptowallet? Europese modelregels voor de digitale nalatenschap (Everest)

Auteur: Joris Deene (Everest)

Wie na een overlijden de e-mails, foto’s, sociale media en cryptowallet van een dierbare wil beheren, vindt in het Belgisch recht vandaag geen eigen regeling. De Model Rules on Succession and Access to Digital Remains van het European Law Institute stellen daarom voor om economische digitale activa onder het gewone erfrecht te brengen en persoonlijke digitale gegevens onder een apart, tijdelijk toegangsrecht dat geen eigendom overdraagt. Het instrument werd op 24 juni 2026 door de ELI Council en op 16 juli 2026 door de leden goedgekeurd en op 28 augustus 2026 gepubliceerd. Het is geen wet, maar een blauwdruk voor de Europese en nationale wetgever.

In het kort:

  • De modelregels splitsen de digitale nalatenschap in twee regimes: digitale activa (een cryptowallet, een domeinnaam, een gemonetiseerd kanaal) vererven als roerende goederen, persoonlijke digitale restanten (e-mails, chats, een AI-replica van de overledene) worden nooit eigendom van de erfgenamen maar zijn vatbaar voor een toegangsrecht.
  • Dat toegangsrecht dooft uit tien jaar na het overlijden, de dienstverlener moet de gegevens vijf jaar bewaren en mag voor de uitoefening van het recht geen vergoeding vragen.
  • Standaardvoorwaarden van een platform die de overdracht of de toegang beletten, zijn volgens de modelregels ongeldig, tenzij het platform bewijst dat het beding met de overledene individueel is onderhandeld.
Waarom de digitale nalatenschap vandaag een grijze zone is

In België regelt Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de erfopvolging. Artikel 4.3 BW bepaalt dat de door de wet aangeduide erfgenamen van rechtswege in het bezit treden van de goederen, rechten en rechtsvorderingen van de erflater. Een abonnement, een cloudopslag of een socialemedia-account is juridisch een contract met een dienstverlener. Naar de letter van artikel 4.3 BW gaan de contractuele rechten uit dat account dus over op de erfgenamen, tenzij het contract onlosmakelijk aan de persoon van de overledene is verbonden.

Zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Vrijwel elk platform bepaalt in zijn gebruiksvoorwaarden dat het account persoonlijk en onoverdraagbaar is, dat het bij overlijden wordt afgesloten of in een herdenkingsstatus wordt gezet, en dat nabestaanden hoogstens verwijdering kunnen vragen. Wie als erfgenaam een overlijdensakte en een akte van erfopvolging opstuurt naar een Amerikaanse aanbieder, krijgt vaak een vraag om beëdigde vertalingen en daarna een standaardweigering. Het contract dicteert dan het lot van de nalatenschap, niet het erfrecht.

Daar komt een tweede probleem bij. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR) beschermt in overweging 27 uitdrukkelijk enkel levende personen, en laat het aan de lidstaten over om regels voor de gegevens van overledenen te maken. Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal hebben dat gedaan. België niet: de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens bevat geen bepaling over de gegevens van overledenen. Bij het overlijden valt de Belgische betrokkene dus uit de gegevensbescherming, terwijl de mensen met wie hij correspondeerde, gewoon beschermd blijven.

Een derde obstakel is het communicatiegeheim. Artikel 124 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie verbiedt iedereen om met opzet kennis te nemen van elektronisch verstuurde informatie die niet persoonlijk voor hem bestemd is, zonder toestemming van alle betrokken personen. Een erfgenaam die de mailbox van zijn overleden ouder doorleest, leest berichten die aan die ouder waren gericht, niet aan hem. Of hij daarvoor de toestemming van elke afzender nodig heeft, heeft nog geen Belgische rechter beslist. Wij bespraken die vragen al eerder in de blog Kunnen erfgenamen toegang krijgen tot de digitale accounts van de overledene?; het antwoord is sinds 2021 niet duidelijker geworden.

Wat de modelregels precies voorstellen

Het European Law Institute is een onafhankelijke Europese onderzoeksinstelling die modelwetten en beginselen opstelt voor de Europese en nationale wetgever. De Model Rules on Succession and Access to Digital Remains werden opgesteld door een projectteam onder leiding van Edina Harbinja en Antoine Eigenmann, en bestaan uit elf artikelen met commentaar. Zij zijn bedoeld om in nationale wetgeving te worden overgenomen of als vertrekpunt te dienen voor een Europees initiatief.

Het sleutelbegrip is het digitale restant (digital remain). Een digitaal restant is elk item in digitale vorm waarop de overledene een recht had, of elke digitale registratie van een recht of belang dat hij tijdens zijn leven had, of het nu rechtstreeks werd aangehouden of via een tussenpersoon (artikel 2, lid 1). Dat omvat de inhoud van een account, maar ook bestanden op de eigen laptop of harde schijf. Buiten het toepassingsgebied vallen de databanken die derden voor eigen doeleinden bijhouden, zoals het patiëntendossier van een ziekenhuis of de klantenfiche van een bank, waarvoor de overledene enkel de rechten van een betrokkene had (artikel 1, lid 3).

Binnen die koepel onderscheiden de modelregels twee categorieën. Een digitaal activum is een digitaal restant dat vatbaar is voor controle, genot of gebruik en dat kan worden overgedragen, ongeacht of het onderliggende recht een zakelijk, contractueel of ander recht is (artikel 2, lid 2). Een persoonlijk digitaal restant is een digitaal restant dat door zijn aard of functie de persoonlijkheid, de identiteit of het privéleven van de overledene weerspiegelt of daar onlosmakelijk mee verbonden is, met inbegrip van zijn persoonsgegevens en van digitale representaties die zijn gelijkenis, stem, aanwezigheid of gedrag kunnen oproepen of nabootsen, ook via generatieve systemen (artikel 2, lid 3).

Regime één: digitale activa vererven als roerende goederen

Voor digitale activa kiest artikel 4 voor wat de opstellers “succession neutrality” noemen: het erfrecht dat geldt voor roerende goederen, met de aanpassingen die de digitale aard vergt. Een saldo op een Revolut-rekening, de private sleutels van een cryptowallet, een geregistreerde domeinnaam of een YouTube-kanaal met advertentie-inkomsten gaan dus naar de erfgenamen zoals een spaarrekening of een kunstwerk dat doet.

De dienstverlener krijgt daarbij drie verplichtingen: mechanismen aanbieden om de overdracht mogelijk te maken, duidelijke en afdwingbare tools of platformregels voorzien, en bij stopzetting van de dienst tijdig verwittigen zodat de vertegenwoordigers van de nalatenschap de activa in een gangbaar formaat kunnen exporteren (artikel 4, lid 2). Wie geen dienstverlener is maar wel de drager controleert, bijvoorbeeld een werkgever met een bedrijfslaptop waarop de overledene eigen bestanden bewaarde, moet de overdracht van die bestanden mogelijk maken zonder daarom het toestel af te geven (artikel 4, lid 4).

De scherpste bepaling is artikel 4, lid 3. Elk beding in de algemene voorwaarden dat de overdracht van digitale activa belet of bemoeilijkt, is ongeldig, tenzij het individueel met de overledene is onderhandeld. De bewijslast van die onderhandeling ligt bij de dienstverlener. Voor een platform met honderden miljoenen gebruikers en één set gebruiksvoorwaarden is dat bewijs in de praktijk niet te leveren.

Regime twee: een toegangsrecht dat geen eigendom overdraagt

Persoonlijke digitale restanten vererven niet. De erfgenaam wordt geen eigenaar van de mailbox van zijn moeder, en al zeker niet van de chatbot die haar stem nabootst. In de plaats komt een toegangsrecht. Het toegangsrecht is het recht om de inhoud van persoonlijke digitale restanten te raadplegen, te gebruiken, bekend te maken, te laten bewaren, te verbeteren, er een kopie van te verkrijgen, over te dragen en te wissen (artikel 2, lid 6). Het is dus ruimer dan louter inkijken, maar het blijft een recht op de inhoud, geen recht om in de plaats van de overledene te treden of het account verder uit te baten.

De wil van de overledene gaat voor. Hij kan tijdens zijn leven bepalen dat alle of sommige van zijn persoonlijke digitale restanten na zijn dood worden gewist (artikel 5), hij kan één of meer personen aanwijzen die het toegangsrecht mogen uitoefenen, en hij kan de toegang voor bepaalde erfgenamen uitsluiten of beperken, mits die uitsluiting specifiek is en de betrokken gegevens duidelijk aanduidt (artikel 7, leden 3 en 4). Die richtlijnen kunnen in een testament staan, in de nalatenschapstool van het platform zelf, of in een schriftelijke verklaring aan de dienstverlener. Bij tegenstrijdige instructies wint de meest recente, op voorwaarde dat de datum ervan redelijkerwijs vaststaat (artikel 8, lid 2). Het platform mag vertrouwen op de laatste instructie in zijn eigen tool, tenzij het binnen zes maanden na het overlijden van een latere instructie op de hoogte wordt gebracht (artikel 8, lid 3).

Heeft de overledene niets bepaald, dan komt het toegangsrecht toe aan de wettelijke erfgenamen bij een nalatenschap zonder testament, aan de algemene legatarissen bij een testament, en aan de testamentuitvoerder of de beheerder van de nalatenschap (artikel 7, lid 1). Twee keuzes vallen op. Bijzondere legatarissen, die enkel een welbepaald goed krijgen, worden bewust uitgesloten om te vermijden dat wie een schilderij erft daarmee ook in de privécorrespondentie kan lezen. En de Staat, die in België een onbeheerde nalatenschap kan opeisen, krijgt nooit toegang tot de persoonlijke digitale restanten (artikel 7, lid 1, b). De opstellers willen daarmee verhinderen dat intieme archieven bij een overheid terechtkomen.

Zijn er meerdere begunstigden, dan mag geen van hen eenzijdig wissen of wijzigen. Weigert één van hen onredelijk zijn toestemming, dan kunnen de anderen de rechter vragen om in de plaats van die toestemming te beslissen (artikel 7, lid 7). Voor twee kinderen die het niet eens raken over het Facebookprofiel van hun vader is dat een concrete uitweg.

Vijf jaar bewaren, tien jaar toegang, geen kosten

De modelregels leggen twee termijnen naast elkaar. Gedurende de eerste vijf jaar na het overlijden moet de dienstverlener de persoonlijke digitale restanten bewaren, tenzij de overledene zelf de verwijdering had gevraagd of de begunstigden erom verzoeken (artikel 9, lid 1). Vanaf jaar vijf mag hij wissen, behalve wanneer een begunstigde om verdere bewaring heeft gevraagd of een derde een gerechtvaardigde aanspraak heeft aangemeld (artikel 9, lid 2). Tien jaar na het overlijden vervalt het toegangsrecht definitief (artikel 6, lid 3). Tijdens die tien jaar mag het platform geen vergoeding vragen voor de uitoefening van het toegangsrecht of voor de bewaring (artikel 6, lid 4). Ook hier geldt dat platformvoorwaarden die de toegang of de uitvoering van de richtlijnen belemmeren, ongeldig zijn tenzij individueel onderhandeld (artikel 6, lid 5).

Gemengde gevallen: een manuscript met medische gegevens

Het digitale leven laat zich zelden netjes in twee vakjes verdelen. Een iCloud-account bevat tegelijk zakelijke documenten, familiefoto’s en privéberichten. Eén ontwerpmanuscript kan tegelijk een auteursrechtelijk beschermd werk zijn en gevoelige medische passages over de auteur en een nog levende verwant bevatten. Voor die gemengde gevallen bevat artikel 3 een volgorderegel: eerst wordt het toegangsregime toegepast op de persoonlijke laag, pas daarna gaat het activum over onder het erfrecht. De begunstigden kunnen dus eerst de medische passages schrappen, waarna het auteursrecht op het manuscript aan de erfgenamen toekomt voor publicatie.

Is het persoonlijke element louter bijkomstig, dan wordt die tussenstap overgeslagen. Het voorbeeld in het commentaar is de domeinnaam waarbij in het registratiesysteem de naam, het adres en het telefoonnummer van de overledene staan: die administratieve gegevens veranderen niets aan het economische karakter van het activum, en het erfrecht geldt meteen (artikel 3, lid 2).

Voor het auteursrecht sluit dat aan bij wat België al kent. Volgens artikel XI.166 van het Wetboek van economisch recht (WER) blijft het auteursrecht na het overlijden van de auteur zeventig jaar bestaan ten voordele van de persoon die hij daartoe heeft aangewezen of, bij gebrek daaraan, van zijn erfgenamen. Artikel XI.171 WER voegt eraan toe dat ook de morele rechten na het overlijden worden uitgeoefend door de erfgenamen of legatarissen, tenzij de auteur daartoe iemand heeft aangewezen. Een onuitgegeven roman op een harde schijf is naar Belgisch recht dus al een erfelijk goed; de modelregels veranderen daar niets aan, maar voegen de privacyfilter toe vooraleer het werk wordt geëxploiteerd. Onze pagina over het auteursrecht licht de vermogensrechten en de morele rechten verder toe.

De AI-replica van de overledene

De opstellers noemen ze “deadbots” of “ghostbots”: chatbots die getraind zijn op de berichten, de stem en de beelden van een overledene en met de nabestaanden verder praten alsof hij nog leeft. Artikel 2, lid 3, b brengt zulke digitale representaties uitdrukkelijk onder de persoonlijke digitale restanten. Een deadbot kan dus niet worden geërfd. De begunstigden van het toegangsrecht mogen hem bewaren of wissen, maar zij verwerven geen recht om de gelijkenis van de overledene commercieel uit te baten of om zich als de overledene voor te doen.

Dat sluit aan bij het Belgische portretrecht. Artikel XI.174 WER bepaalt dat niemand een portret mag reproduceren of aan het publiek meedelen zonder toestemming van de geportretteerde of, gedurende twintig jaar na zijn overlijden, zonder toestemming van zijn rechtverkrijgenden. Het Belgische recht op afbeelding overleeft de persoon dus twee decennia, en een AI-replica die zijn gezicht gebruikt, is een reproductie van dat portret. Daarnaast legt artikel 50 van de AI-verordening aan wie synthetische beelden, geluid of video van een bestaande persoon verspreidt een transparantieplicht op, ook wanneer het om een parodie gaat, zoals wij toelichtten in de blog Moet je een deepfake labelen als het duidelijk een parodie is?. Ons overzicht van het juridisch kader voor artificiële intelligentie plaatst die verplichtingen in hun context.

Derden en grensoverschrijdende dossiers

E-mails en chats hebben altijd minstens twee auteurs. Artikel 10 geeft daarom ook aan derden rechten. Wie een gerechtvaardigd belang aantoont, bijvoorbeeld door een lopende procedure of een contractuele verplichting, mag aan de erfgenaam of de begunstigde toegang tot de inhoud vragen. Omgekeerd mag wie aantoont dat de verdere toegang of bewaring zijn rechten schendt, de verwijdering of beperking van de toegang vragen. Weigert de erfgenaam, en zou de bewaring de rechten van de derde ernstig en onevenredig schenden, dan kan de derde zich rechtstreeks tot het platform wenden, dat schriftelijk moet motiveren en waarvan de beslissing aan rechterlijke toetsing is onderworpen (artikel 10, lid 3). De verwerking van gegevens van derden door de erfgenamen blijft bovendien onderworpen aan de AVG zodra zij het zuiver persoonlijke of huishoudelijke gebruik overstijgt (artikel 10, lid 4).

Voor het internationaal privaatrecht kiezen de modelregels bewust voor terughoudendheid. Zij bevatten geen eigen verwijzingsregels en laten de bestaande instrumenten onverlet (artikel 11). Wie de digitale activa erft, wordt bepaald door de Erfrechtverordening, in de regel het recht van de laatste gewone verblijfplaats. Het contract met het platform blijft daarentegen beheerst door het recht dat in de gebruiksvoorwaarden is gekozen, overeenkomstig de Rome I-verordening, en de forumkeuze blijft in beginsel geldig onder de Brussel Ibis-verordening. Erfgenamen van een consument behouden wel de consumentenbescherming van artikel 6 Rome I en artikel 17 Brussel Ibis, zodat zij voor hun eigen rechter kunnen dagvaarden. Het commentaar erkent zelf dat die keuze de bescherming van erfgenamen niet verruimt en dat dwingende verwijzingsregels later wenselijk kunnen zijn.

Juridische analyse en duiding

Breekt het toegangsrecht met de Belgische traditie van de dagboeken en de brieven?

Het Duitse Bundesgerichtshof oordeelde in het arrest van 12 juli 2018 (III ZR 183/17) dat de ouders van een op vijftienjarige leeftijd overleden meisje toegang moesten krijgen tot haar volledige Facebookaccount, chatberichten inbegrepen. Het contract met het netwerk gaat volgens dat arrest onder algemene titel over op de erfgenamen, en een onderscheid tussen vermogensrechtelijke en hoogstpersoonlijke inhoud verwierp het hof: ook dagboeken en brieven op papier vererven immers zonder filter. Het Belgische artikel 4.3 BW vertrekt van dezelfde gedachte, zodat een Belgische rechter vandaag het Duitse spoor zou kunnen volgen.

De modelregels kiezen uitdrukkelijk de andere weg. Het commentaar noemt het Duitse resultaat en stelt daar tegenover dat de toepassing van eigendoms- en erfrecht op iemands “informationele lichaam” de menselijke waardigheid ondergraaft. Dat is een beleidskeuze, geen dwingende afleiding uit het bestaande recht. Wie haar in België wil doorvoeren, moet aanvaarden dat een e-mailarchief anders wordt behandeld dan een doos brieven op zolder, en dat de erfgenaam die de nagelaten brieven wel mag lezen, voor de mailbox een apart en tijdelijk recht krijgt. Voor de nabestaande die de omstandigheden van een overlijden wil begrijpen, zoals de Duitse ouders, komt het toegangsrecht in de praktijk wel op hetzelfde neer: ook onder de modelregels krijgen zij de inhoud te zien.

Tien jaar is kort naast twintig en zeventig

De vervaltermijn van tien jaar in artikel 6, lid 3 is gekozen met het oog op de afnemende beschermwaardigheid van de privacy van een overledene en op de last voor platforms die anders eeuwig archief zouden moeten spelen. Naast de Belgische termijnen valt hij kort uit. Het recht op afbeelding van artikel XI.174 WER loopt twintig jaar na het overlijden, het auteursrecht van artikel XI.166 WER zeventig jaar. Een kleinkind dat vijftien jaar na het overlijden van zijn grootvader de familiefoto’s in diens cloudaccount wil recupereren, zou onder de modelregels te laat zijn, terwijl het als rechtverkrijgende nog wel de reproductie van het portret van die grootvader zou kunnen verbieden. Die verschillen zijn verdedigbaar, want het toegangsrecht dient een andere functie dan het verbodsrecht, maar een Belgische wetgever die de modelregels overneemt, zou de drie termijnen best op elkaar afstemmen.

De platformvoorwaarden kunnen vandaag al worden aangevochten

De ongeldigheid van niet-onderhandelde overdrachtsverboden in artikel 4, lid 3 lijkt revolutionair, maar het Belgische recht biedt al aanknopingspunten. Artikel VI.83 WER verklaart een reeks bedingen in overeenkomsten tussen ondernemingen en consumenten onrechtmatig, en artikel 5.52 BW bepaalt sinds de invoering van Boek 5 dat elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, voor niet geschreven wordt gehouden. Een beding dat een cryptowallet of een gemonetiseerd kanaal bij overlijden laat verdwijnen ten voordele van het platform, kan aan die toets worden onderworpen. Wat vandaag ontbreekt, is een rechter die het heeft beslist, en de bewijslastregel van de modelregels, die het platform dwingt om de individuele onderhandeling aan te tonen.

Het communicatiegeheim blijft een onopgeloste knoop

De modelregels lossen de spanning met het communicatiegeheim niet op. Artikel 124 van de wet van 13 juni 2005 verbiedt het kennisnemen van elektronische communicatie die niet voor de lezer bestemd is, zonder toestemming van alle betrokkenen. Het Bundesgerichtshof oordeelde in 2018 dat het Duitse telecommunicatiegeheim niet in de weg staat aan de erfgenaam, omdat de erfgenaam de plaats van de geadresseerde inneemt. Voor België bestaat die uitspraak niet. Een toegangsrecht dat de wetgever invoert, zou dus best uitdrukkelijk bepalen dat de begunstigde voor de toepassing van artikel 124 als geadresseerde geldt. Zonder die verduidelijking blijft de erfgenaam die een mailbox opent, in theorie een strafbaar feit riskeren.

Wat betekent dit concreet?

Voor wie zijn eigen digitale nalatenschap wil regelen. De modelregels zijn nog geen recht, maar de instrumenten die zij veronderstellen, bestaan al: de nalatenschapscontacten van Apple, Google en Meta, en het testament. Wie vandaag in een testament een testamentuitvoerder aanwijst, kan die persoon ook opdragen bepaalde accounts te laten wissen of net te bewaren, en kan een aparte persoon aanwijzen voor de persoonlijke correspondentie. Dateer elke instructie, want de modelregels laten de meest recente winnen, en platforms vertrouwen op de instructie in hun eigen tool.

Voor erfgenamen en nabestaanden. Inventariseer de accounts en het vermogen dat erin zit. Een cryptowallet, een domeinnaam of een kanaal met inkomsten behoort tot de nalatenschap en moet in de aangifte. Voor persoonlijke correspondentie is voorzichtigheid geboden zolang de wetgever het communicatiegeheim niet heeft verduidelijkt; beperk het lezen tot wat nodig is voor de vereffening. Botst u op een platform dat elke toegang weigert op grond van zijn standaardvoorwaarden, dan is de vraag of dat beding stand houdt het eerste wat wij voor u nagaan.

Voor platforms, cloudaanbieders en Belgische start-ups. Wie vandaag een dienst bouwt waarin gebruikers gegevens of waarde opslaan, doet er goed aan nu al een overlijdensprocedure, een nalatenschapscontact en een exportfunctie te voorzien. De modelregels maken daar een verplichting van, en een dienst die gegevens van overledenen bewaart, verwerkt onvermijdelijk ook gegevens van levende derden, wat een advocaat gespecialiseerd in gdpr best vooraf in de verwerkingsactiviteiten en de bewaartermijnen laat inpassen.

Voor notarissen en vereffenaars. De sequentieregel van artikel 3 is bruikbaar als werkmethode, ook zonder wet: eerst de persoonlijke laag beoordelen, dan de instructies van de overledene uitvoeren, dan de activa overdragen. Wie een manuscript, een fotobibliotheek of een zakelijke mailbox in een nalatenschap aantreft, vermijdt zo dat gevoelige gegevens ongefilterd bij alle erfgenamen belanden.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Kunnen erfgenamen in België toegang krijgen tot de accounts van een overledene?

Er bestaat geen specifieke Belgische regel. Artikel 4.3 BW laat de contractuele rechten van de overledene op de erfgenamen overgaan, maar de gebruiksvoorwaarden van de meeste platforms sluiten overdracht uit en de wet van 13 juni 2005 verbiedt het lezen van communicatie die niet voor de lezer bestemd is. In de praktijk hangt de toegang vandaag af van de procedure van het platform en van de vraag of de overledene een nalatenschapscontact heeft aangewezen.

Vererft een cryptowallet?

Ja. De private sleutels van een cryptowallet geven controle over een overdraagbare waarde en vormen daardoor een vermogensbestanddeel dat in de nalatenschap valt en in de aangifte moet worden opgenomen. De modelregels bevestigen dat door digitale activa onder het erfrecht voor roerende goederen te brengen en platforms te verplichten de overdracht mogelijk te maken. Het praktische probleem blijft de toegang: zonder sleutels of herstelzin kan niemand over de tegoeden beschikken.

Mag ik na het overlijden van mijn vader zijn e-mails lezen?

Naar Belgisch recht is dat vandaag onzeker. De e-mails waren aan uw vader gericht, en artikel 124 van de wet van 13 juni 2005 verbiedt het opzettelijk kennisnemen van elektronische communicatie die niet voor u bestemd is zonder toestemming van alle betrokkenen. Als erfgenaam neemt u wel zijn rechtspositie over. Onder de modelregels zou u als begunstigde een toegangsrecht van tien jaar hebben, met eerbied voor de instructies van uw vader en de rechten van zijn correspondenten.

Kan iemand een AI-chatbot van een overledene erven en commercieel gebruiken?

Volgens de modelregels niet. Een chatbot die de persoonlijkheid, de stem of het gezicht van de overledene nabootst, is een persoonlijk digitaal restant dat niet vererft; de begunstigden mogen hem enkel bewaren of wissen. In België verbiedt artikel XI.174 WER bovendien gedurende twintig jaar na het overlijden de reproductie van het portret zonder toestemming van de rechtverkrijgenden, en legt artikel 50 van de AI-verordening een transparantieplicht op voor synthetische beelden en geluid van een bestaande persoon.

Conclusie

De modelregels van het European Law Institute geven de Europese en Belgische wetgever een werkbare blauwdruk: digitale activa vererven, persoonlijke gegevens en AI-replica’s krijgen een tijdelijk toegangsrecht, en standaardvoorwaarden van platforms wijken. Naar Belgisch recht bestaat vandaag geen van die regels. Erfgenamen vallen terug op artikel 4.3 BW, op de onrechtmatigebedingenleer en op de procedures van de platforms zelf, terwijl het communicatiegeheim en het ontbreken van postmortale gegevensbescherming voor onzekerheid blijven zorgen.

Bron: Everest

Juriste (FR)

Senior Privacy Consultant

Junior Legal Counsel

Boeken in de kijker: