Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen
Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Webinar op donderdag 20 mei 2027
Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk
Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen
(Scale / Schoups)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Bemiddelingsakkoord en vertrouwelijkheid (Blog Privaatrecht)
Auteur: Amber Boes (Blog Privaatrecht)
In een arrest van 1 december 2025 beslist het Hof van Cassatie dat een akkoord dat wel door de partijen maar niet door de bemiddelaar is ondertekend, niet kwalificeert als een bemiddelingsakkoord. Het gevolg is dan volgens het Hof dat het akkoord onder de vertrouwelijkheid van artikel 1728 Ger. W. valt en niet als bewijs kan aangevoerd worden om de nakoming ervan te eisen. Dit arrest bevestigt dat uitzonderingen op de vertrouwelijkheid van bemiddeling strikt geïnterpreteerd moeten worden.
De bijdrage van dra. Amber Boes en prof. Alain-Laurent Verbeke in het eerste nummer van RW van 2026-2027 plaatst kritische kanttekeningen bij deze rechtspraak. Ze berust namelijk op een betwistbare lezing van artikel 1728 Ger. W. juncto artikel 1732 Ger. W. Volgens artikel 1728, §1, tweede lid Ger. W. valt het door de partijen ondertekende bemiddelingsakkoord niet onder de vertrouwelijkheid. Artikel 1732 Ger. W. bepaalt dat “wanneer de partijen tot een bemiddelingsakkoord komen, […] dat in een gedateerd en door hen en de bemiddelaar ondertekend geschrift [wordt] vastgelegd. […]”. Het Hof leidt hieruit af dat er zonder ondertekening van de bemiddelaar geen sprake kan zijn van een bemiddelingsakkoord. Het ‘principieel bemiddelingsakkoord’ dat enkel door de partijen was ondertekend valt bijgevolg onder de vertrouwelijkheid en kan dus niet als bewijs aangevoerd worden.
Hierbij moet benadrukt worden dat bemiddeling volgens artikel 1723/1 Ger.W. een vertrouwelijk en gestructureerd proces van vrijwillig overleg is tussen conflicterende partijen. De bemiddelaar is een onafhankelijke, neutrale en onpartijdige derde die de communicatie vergemakkelijkt en poogt partijen ertoe te brengen zelf een oplossing uit te werken. Het eigenaarschap van het conflict blijft bijgevolg bij de partijen. De bemiddelaar treedt louter op als facilitator van hun onderhandelingsproces.
Als partijen in het kader van een bemiddeling dan tot een (gedeeltelijke) oplossing voor hun conflict komen, leggen ze dat vast in een bemiddelingsakkoord. De geschriftvereiste die vermeld is in artikel 1732 Ger.W. is echter geen totstandkomings- of geldigheidsvereiste van het bemiddelingsakkoord maar werd, zoals bij de dading, ingevoerd voor bewijsdoeleinden. Hierbij valt bovendien op te merken dat boek 7 BW de bijzondere geschriftvereiste voor dadingen afschaft zodat in de toekomst het gemeen bewijsrecht onverkort van toepassing is (MvT boek 7, nr. 56-0743/001, 181).
Artikel 1732 Ger. W. vereist bovendien dat het geschrift ondertekend wordt door de bemiddelaar. Deze vereiste werd bij amendement ingevoerd om de homologatie van het bemiddelingsakkoord te faciliteren. De homologatie staat namelijk enkel open voor bemiddelingsakkoorden die met de medewerking van een erkende bemiddelaar werden gesloten (zie over de homologatie van bemiddelingsakkoorden: BOES A., ‘De homologatie van bemiddelingsakkoorden herbekeken: pleidooi voor een verruimde toetsing’, RW 2025-26/26, 1042). De homologatie vormt echter geen noodzakelijk vervolg op de bemiddeling en komt in de praktijk niet zoveel voor. Het is in werkelijkheid niet meer dan een eenvoudige manier om de gedwongen tenuitvoerlegging van een bemiddelingsakkoord te verkrijgen.
Dit wil zeggen dat artikel 1728 Ger.W. over de vertrouwelijkheid en artikel 1732 Ger. W. dus niet in samenhang gelezen moeten worden. Volgens eerstgenoemde bepaling vormt het door de partijen ondertekende bemiddelingsakkoord een uitzondering op de fundamentele vertrouwelijkheid van bemiddeling. Hierdoor kunnen zij de nakoming van dit contract, dat hen zoals eender welk geldig gesloten contract tot wet strekt, eisen. Het gaat daarentegen te ver om een constitutieve waarde te verbinden aan de handtekening van de bemiddelaar die louter als facilitator van het onderhandelingsproces tussen conflictspartijen optreedt.
De vertrouwelijkheid van bemiddeling mag geen achterpoortje zijn om geldig gesloten akkoorden terzijde te schuiven. Bemiddeling is dan wel vrijwillig maar niet vrijblijvend in de zin dat partijen hun juridische gehoudenheid kunnen ontlopen. Bemiddeling is inderdaad bedoeld om geschillen op een meer duurzame, gedragen manier op te lossen, en het blijft cruciaal dat het dan ook effectief kan leiden tot juridisch bindende akkoorden die een einde stellen aan het geschil. Deze doelstelling ondermijnen door een te strikte invulling van de kwalificatie van «het bemiddelingsakkoord» en de vertrouwelijkheidregels te hanteren, ondermijnt dan ook de geloofwaardigheid van bemiddeling als alternatief voor overheidsrechtspraak (BOES A. en VERBEKE A.-L., ‘Bemiddelingsakkoord en vertrouwelijkheid’, RW 2026-27/1, 2-10).
Bron: Blog Privaatrecht
» Bekijk alle artikels: Verbintenissen & Goederen, Geschillen & Procedure


















