Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Bedrieglijk onvermogen en strafbare deelneming. Cassatie 30 juni 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Drie beklaagden (eisers M.V.P., M.K. en M.V.P.) werden veroordeeld wegens het bedrieglijk bewerken van onvermogen en inbreuk op het bestuurdersverbod. Eiser 1 verlegde geldstromen via bankrekeningen van zijn gezinsleden (eiseres 2 en eiser 3), waardoor de schuldeiser geen verhaalsmogelijkheden overhield. De appelrechters oordeelden dat eiser 1 de dader was en eiseres 2 en eiser 3 als mededaders noodzakelijke hulp verleenden met kennis van zaken.
Verweermiddelen
Eiser 1 voerde aan dat het verhinderen van vermogensgroei geen bedrieglijk onvermogen uitmaakt en dat reguliere bankverrichtingen niet strafbaar zijn. Eiseres 2 en eiser 3 stelden dat het louter ontvangen van gelden op een rekening geen positieve deelnemingsdaad oplevert en dat deelnemingsopzet ontbrak.
Principes
Artikel 490bis Strafwetboek bestraft ook degene die verhindert dat zijn vermogen aangroeit door met bedrieglijk opzet zijn onvermogen te bewerken. Het gebruik van reguliere bankverrichtingen sluit het bedrieglijk bewerken van het onvermogen of het vereiste opzet niet uit. De rechter hoeft niet te preciseren welk concreet vermogensbestanddeel werd onttrokken indien vaststaat dat de schuldeiser geen verhaalsmogelijkheid heeft. Strafbare deelneming als mededader vereist niet dat men zelf daden van bedrieglijk onvermogen stelt; voldoende is dat men met kennis van zaken hulp verleent zonder welke het misdrijf niet kon worden gepleegd. Deelnemingsopzet vereist enkel dat men weet dat men medewerking verleent aan het misdrijf.
Besluit
Het Hof van Cassatie oordeelt dat alle middelen falen naar recht, feitelijke grondslag missen of niet-ontvankelijk zijn. Het Hof verwerpt de cassatieberoepen van eisers 1, 2 en 3. Eisers worden veroordeeld tot de kosten, bepaald op 137,01 euro.
» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement
















