Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Overheidsopdrachten:
twee recente wetswijzigingen onder de loep
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Mr. Elke Casteleyn (Casteleyn Advocaten)
Webinar op dinsdag 2 februari 2027
Actualia Overheidsopdrachten 2025/2026.
Een overzicht van recente wet- en regelgeving, omzendbrieven en rechtspraak
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Mr. Peter Teerlinck (& De Bandt)
Webinar op vrijdag 4 december 2026
Overheidsopdrachten. Vordering in kort geding voor schorsing van de beslissing(en) en maatregelen om de uitvoering veilig te stellen. Cass. 18 mei 2026 (Juportal)
Auteur: Juportal
Samenvatting gepubliceerd op Juportal
1. Het hof van beroep te Gent heeft op 2 mei 2025 vastgesteld en geoordeeld dat:
- de vordering strekt tot schorsing van een overheidsopdracht en de uitvoering door de eiseres van een overheidsopdracht beoogt veilig te stellen;
- de eiseres aanvoert dat zij deel uitmaakt van een team waaraan een oorspronkelijke overheidsopdracht was gegund, maar de eiseres zich uiteindelijk niet langer aan de door haar opgegeven richtprijs wilde houden en geen genoegen wilde nemen met een beweerdelijk normale indexatie van de door haar initieel opgegeven richtprijs;
- vervolgens een heraanbesteding werd uitgeschreven, waarop de eiseres andermaal de kans kreeg en te baat nam tot deelname, maar hierbij geen gebruik maakte van het vereiste uniform Europees aanbestedingsdocument, zodat haar inschrijving als substantieel onregelmatig werd afgewezen;
- de inschrijving van de enige aannemer die wel in aanmerking kwam naar het oordeel van de opdrachtgevers onaanvaardbaar duur was, zodat werd overgeschakeld op een mededingingsprocedure met onderhandeling in de zin van artikel 38 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, waartoe de eiseres, als voorheen substantieel onregelmatige inschrijver, niet werd uitgenodigd;
- de eiseres evenwel niet aannemelijk maakt dat zij een regelmatige inschrijver zou zijn geweest die minstens tot de fase van de mededingingsprocedure met onderhandeling had moeten zijn uitgenodigd, laat staan een onmiskenbare, ernstige kans zou hebben gehad op gunning en dienvolgens uitvoering van de opdracht;
- uit een belangenafweging, indien deze hier al aan de orde zou zijn, volgt dat de belangen die de eiseres laat kennen niet opwegen tegen de belangen van de opdrachtnemers om de opdracht verder te gunnen en uiteindelijk te laten uitvoeren, zonder daarbij nog verdere vertraging te moeten ondergaan;
- de eiseres al zeker geen fouten van de architect aantoont om de schorsing en het medegaand gevorderde te doen inwilligen.
De appelrechters baseren aldus hun oordeel op een prima facie beoordeling van de rechten van de eiseres, zonder hierbij rechtsregels te betrekken die hun beslissing niet redelijk kunnen verantwoorden.
2. De eiseres heeft voor de appelrechters aangevoerd dat het argument op basis waarvan zij werd uitgesloten niet rechtsgeldig is aangezien de enige andere inschrijver eveneens een onaanvaardbare prijs blijkt te hebben voorgesteld maar aan deze de vrijheid werd verleend om een geoptimaliseerde offerteprijs in te dienen, terwijl de prijs het enige gunningscriterium vormt en de overschrijding van de budgettering de reden is waarom de eiseres van de uitvoering van de opdracht werd uitgesloten.
De appelrechters beantwoorden en verwerpen dit verweer door vast te stellen dat de eiseres niet werd uitgenodigd voor de mededingingsprocedure met onderhandeling omdat haar inschrijving op de actuele aanbesteding substantieel onregelmatig was en evenmin duidelijk blijkt dat zij als eerder voorgehouden lid van een eertijds gegund basisteam aannemelijke oplossingen voor de in het slop geraakte eerste opdrachten terdege mee heeft gezocht, heeft aangereikt of heeft weten te benutten.
Het onderdeel mist feitelijke grondslag.
3. Het is niet tegenstrijdig te oordelen dat, enerzijds, de eiseres deel uitmaakte van het basisteam aan wie een opdracht werd gegund maar de eiseres zich uiteindelijk niet langer aan de door haar opgegeven richtprijs wilde houden en, anderzijds, niet duidelijk blijkt dat de eiseres als eerder voorgehouden lid van een eertijds gegund basisteam aannemelijke oplossingen voor de in het slop geraakte eerste opdrachten terdege mee heeft gezocht, heeft aangereikt of heeft weten te benutten.
Het onderdeel mist feitelijke grondslag.
» Bekijk alle artikels: Overheid & Aanbesteding















