Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen

Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)

Webinar op donderdag 2 juli 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk

Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen

(Scale / Schoups)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Bouwcontracten:
20 (problematische) clausules

Mr. Jens Rediers en mr. Jef Feyaerts (Schoups)

Webinar op vrijdag 3 juli 2026

Size does matter: volume als beoordelingscriterium voor woningbijgebouwen (Publius)

Auteurs: Tristan Casteleyn, Celine Van De Velde & Jan Beleyn (Publius)

De Raad voor Vergunningsbetwistingen vernietigt met haar arrest van 26 februari 2026 een vergunningsbeslissing van de deputatie Oost-Vlaanderen waarbij – onder meer – een voormalig bedrijfsgebouw van 7.249,07 kubieke meter werd omgevormd tot een woningbijgebouw. Niet alleen de invulling, maar ook het concrete volume is volgens de Raad een te onderzoeken criterium bij het omzetten van een bedrijfsgebouw naar een woningbijgebouw.

Artikel 11 van het Besluit Zonevreemde Functiewijzigingen laat toe dat een eventueel leegstaand landbouwbedrijf een residentiële invulling krijgt. De bedrijfswoning krijgt dan een woonfunctie. De voormalige bedrijfsgebouwen mogen – op grond van §2, 2° – niet worden afgesplitst van de woning en kunnen enkel nog een nieuw gebruik krijgen als ‘woningbijgebouwen’.

Een vroegere stal, loods of schuur wordt dan bijvoorbeeld een garage, berging, hobbyruimte of ontspanningsruimte. Daarmee is de kous echter niet af.

In de hier onderliggende zaak kreeg het voormalige bedrijfsgebouw dan wel de ‘invulling’ als ‘ontspanningsruimte/hobbyruimte’, maar de deputatie was volgens de Raad niet nagegaan of het volume wel in verhouding stond tot wat ‘noodzakelijk’ en/of ‘gebruikelijk’ is in functie van een particulier residentieel gebruik.

De Raad stelt:

“Het gebruik van de andere bijgebouwen als woningbijgebouwen wordt zelfs in het geheel niet onderzocht. De verwerende partij beperkt zich tot een vermelding dat het gaat om “ontspanningsruimte/hobbyruimte”, zonder in te gaan op de pertinente opmerkingen uit het advies van de provinciale omgevingsambtenaar dat het niet duidelijk is welke concrete invulling daadwerkelijk aan de gebouwen wordt gegeven, terwijl ze qua omvang ruimschoots het noodzakelijke en het gebruikelijke overstijgen in functie van een particulier residentieel gebruik. Waar de tussenkomende partij nog verwijst naar de gegevens over de invulling van de bijgebouwen zoals die blijkt uit PIV2, blijkt dit overigens niet uit de motivering van de bestreden beslissing.”

De Raad maakt daarmee duidelijk dat het niet volstaat om aan een bijgebouw eenvoudigweg een label te geven dat complementair is aan het wonen / die op het eerste gezicht als ‘woningbijgebouw’ kan dienen. Dat label zegt namelijk nog niets over de vraag of het gebouw, gelet op zijn omvang en concrete invulling, werkelijk dienstig is aan ‘wonen’.

De vergunningverlenende overheid moet dus ook oordelen of de omvang van de gevraagde woningbijgebouw(en) geloofwaardig is. Een groter volume zal dus een meer concrete motivering vergen.

De les voor de praktijk is duidelijk. Wie bij een zonevreemde functiewijziging van een bedrijfswoning naar een residentiële woning ook – omvangrijke – voormalige bedrijfsgebouwen wil behouden als woningbijgebouwen, zal de functie én de noodzaak van het betrokken volume concreet en geloofwaardig moeten verantwoorden.

Size does matter.

Bron: Publius

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed

Boeken in de kijker: