Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op vrijdag 16 april 2026


Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026

Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)

Webinar op dinsdag 24 november 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Successieplanning anno 2027

Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)

Webinar op donderdag 4 maart 2027


Cryptomunten en de fiscaliteit

Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)

Webinar op donderdag 28 januari 2027

Te trage procedure. Bevoegdheid rechter om nalatigheidsinteresten kwijt te schelden. Cass. 8 mei 2026 (Eric B.)

Auteur: Eric B.

Samenvatting gemaakt met behulp van AI

Feiten

Enkele belastingplichtigen waren verwikkeld in een gerechtelijke procedure tegen de Belgische Staat inzake inkomstenbelastingen. Deze procedure liep een aanzienlijke en ongewone vertraging op.

De eisers vroegen daarop aan de rechtbank om hen vrij te stellen van de fiscale nalatigheidsinteresten.  Zij argumenteerden immers dat deze tergend lange duurtijd uitsluitend te wijten was aan de nalatigheid van de overheid bij de voorbereiding van de rechtszaak.

Verweermiddelen

Het hof van beroep wees hun eis initieel af. Volgens de appelrechters hadden de belastingplichtigen zelf een bindende rechtskalender kunnen aanvragen om de zaak te versnellen; door dit na te laten, moesten zij zelf de gevolgen dragen. De eisers trokken hierop naar het Hof van Cassatie. Zij stelden als verweer dat een rechter wel degelijk de autonome macht moet hebben om, als schadeherstel voor een abnormaal lange rechtsgang, de opgelopen interesten rechtstreeks kwijt te schelden.

Principes

Het Hof van Cassatie stelt dat geschillen over burgerlijke rechten weliswaar uitsluitend tot de bevoegdheid van de rechtbanken behoren, conform artikel 144 van de Grondwet. Om echter een subjectief recht af te dwingen ten aanzien van de overheid, moet de bevoegdheid van die overheid “gebonden” zijn. Artikel 417 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB92) bepaalt echter dat de bevoegde administratie een louter discretionaire (vrije) bevoegdheid bezit om in speciale gevallen interesten geheel of gedeeltelijk vrij te stellen. Bijgevolg is de rechter absoluut onbevoegd om zélf deze fiscale interesten kwijt te schelden. Een rechter mag niet in de plaats treden van deze administratie, tenzij de eiser voorafgaand een ontheffing had aangevraagd bij de fiscus en de rechter enkel oordeelt dat de weigering hiervan onwettig was.

Besluit

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep van de belastingplichtigen volledig. Het argument dat de rechter deze kwijtschelding direct mag toekennen mist elke wettelijke grondslag. De eisers worden veroordeeld tot het betalen van de gerechtskosten en de fiscale interesten blijven verschuldigd.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure, Successie & Vermogen

Boeken in de kijker: