Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Onderhoudsuitkeringen:
de impact van de ingrijpende fiscale wijzigingen
Mr. Steven Brouwers, advocaat-bemiddelaar
Webinar op vrijdag 3 juli 2026
Corporate Governance
voor familiebedrijven
Mr. Sofie Lerut (advocaat)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Verrijking zonder oorzaak en de wil om een definitieve vermogensverschuiving tot stand te brengen. Cass. 30 maart 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 17 februari 2025
De appelrechters stellen vast en oordelen dat:
- een complexe financiële constructie ontstond waarbij de verweerders hun eigen spaargelden en beleggingen op bankrekeningen plaatsten die op naam stonden van de eiser, maar waarop zij volmacht hadden;
- dit volgens de verweerders werd gedaan als vorm van vermogensbeheer, waarbij zij de controle over het geld behielden en het niet de bedoeling was dat deze gelden definitief aan de eiser zouden toekomen;
- deze structuur volgens hen ook was opgezet met het oog op een eventuele toekomstige zorgbehoefte;
- de verweerders voldoende aannemelijk maken dat zij nooit de wil hebben gehad om een definitieve vermogensverschuiving ten voordele van de eiser tot stand te brengen, zodoende dat deze vermogensverschuiving geen oorzaak heeft;
- de eiser betalingen uitvoerde aan de verweerster op de desbetreffende bankrekeningen in de wetenschap dat zij verder vrij kon beschikken over deze gelden;
- de verweerders hun volmachten op deze rekeningen gebruikten om te be-schikken over gelden wanneer en in de mate zij dat nodig hadden en de eiser deze bankrekeningen nooit heeft beheerd of het beheer gecontroleerd;
- de verweerders in hun conclusies en ter terechtzitting weliswaar hebben erkend dat zij de betwiste financiële constructies hadden opgezet om fiscale en erfrechtelijke redenen, maar zij ook uitdrukkelijk hebben bevestigd dat zij nooit de wil hebben gehad om tijdens hun leven een definitieve vermogensverschuiving tot stand te brengen en dat zij zolang zij leefden altijd over deze financiële middelen wilden blijven beschikken;
- zij aldus een complexe bekentenis hebben afgelegd die niet in hun nadeel kan worden gesplitst;
- de verweerster deze gelden dus perfect kon terugstorten op haar eigen rekeningen, aangezien zij daarmee niets anders heeft gedaan dan de onrechtmatige verrijking ongedaan te maken.
De visie van het Hof van Cassatie
Krachtens het algemeen rechtsbeginsel van het verbod van ongerechtvaardigde verrijking kan een vermogensverschuiving ongedaan worden gemaakt wanneer voor zowel de verrijking als de correlatieve verarming iedere rechtsgrond ontbreekt.
De verrijking is niet ongerechtvaardigd wanneer zij haar oorsprong vindt in een overeenkomst tussen de verarmde en de verrijkte, voor zover uit de strekking ervan de bedoeling van de partijen blijkt om een definitieve vermogensverschuiving ten voordele van de verrijkte tot stand te brengen.
Het Hof verwerpt het beroep.
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen











