Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Corporate Governance
voor familiebedrijven
Mr. Sofie Lerut (advocaat)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Partiële splitsing gevolgd door aandelenverkoop: geen vennootschapsbelasting (Delboo)
Auteur: Delboo
Het hof van beroep te Antwerpen bevestigt in zijn arrest van 3 februari 2026 dat er geen fiscaal misbruik is wanneer er voldoende zakelijke motieven zijn voor een partiële splitsing gevolgd door aandelenverkoop. Dit is goed nieuws voor ondernemers die slechts een gedeelte van de activa of activiteiten van hun vennootschappen willen verkopen.
De feiten
Vennootschap A is de actieve holding van een groep die actief is in de ontwikkeling en exploitatie van voorzieningen voor seniorenhuisvesting en -zorg in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Vennootschap A houdt de aandelen van de Belgische vennootschappen B en C aan. Vennootschappen B en C worden partieel gesplitst, waarbij hun operationele activiteiten worden overgedragen aan vennootschap D. Vennootschappen B en C houden na die verrichting nog enkel onroerend goed aan. Nadien verkoopt vennootschap A haar aandelen in vennootschap B aan een derde investeerder. Vennootschap A vraagt in haar aangifte vennootschapsbelasting de vrijstelling van de bij de verkoop van de aandelen verwezenlijkte meerwaarde.
De fiscus weigert de meerwaarde op de aandelen vrij te stellen omdat het een kunstmatige constructie zou betreffen. Door de partiële splitsing werd, volgens de fiscus, de belastbare winst (meerwaarde op vastgoed) immers omgezet in een niet-belaste meerwaarde op aandelen, uitsluitend om de meerwaardebelasting op de vennootschapswinst te vermijden, zonder dat hiervoor door de onderneming geldige zakelijke redenen worden aangehaald die de economische realiteit weerspiegelen. Daarenboven roept de fiscus fiscaal misbruik in.
Hof van beroep: geen kunstmatige constructie
Het hof van beroep te Antwerpen bevestigt de redenering van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (vonnis van 25 maart 2024): de partiële splitsing van vennootschap B door overbrenging van haar operationele activiteiten, gevolgd door de verkoop van de aandelen van vennootschap B aan een derde investeerder, is geen kunstmatige constructie. Er zijn voldoende zakelijke motieven.
Het betreft duidelijk een globale herstructurering op groepsniveau die reeds blijkt uit de notulen van de algemene vergadering en van de raad van bestuur die dateren van twee jaar voorafgaand aan de verkoop van de aandelen van vennootschap B. De insteek was om het vastgoed en de exploitatie die voor verschillende sites in één en dezelfde entiteit zitten, te scheiden om te komen tot een structuur met één exploitatievennootschap per Gewest (Wallonië, Brussel en Vlaanderen) en een afzonderlijke vastgoedvennootschap voor elke site. Dergelijke structuur biedt immers een correcter beeld van de bijdrage van de operaties via doorrekening van een marktconforme huur en verhoogt de verhandelbaarheid van het vastgoed.
Door de overdracht van de aandelen werden de contracten die door B met derden waren gesloten voor de remodelering en herinrichting van het vastgoed behouden. Op die manier werd voorkomen dat er mogelijks vergoedingen/boetes zouden moeten betaald worden. Daarenboven wou de holding geldmiddelen vrijmaken om te herinvesteren (met bijkomende financiering), hetgeen ook is gebeurd.
Het hof stelt vast dat de fiscus op geen enkele wijze de groepsstructuur betwist waaruit de onderscheiden rechtspersoonlijkheid van de betrokken vennootschappen voortvloeit. Bij een verkoop van het onroerend goed zou de opbrengst (meerwaarde op het vastgoed) terechtkomen bij vennootschap B, de eigenaar van het onroerend goed sinds 1994, en dus niet bij de holding. De eventuele meerwaarde die zou gerealiseerd worden op de verkoop van het onroerend goed zou dan ook (gespreid) belastbaar geweest zijn in hoofde van vennootschap B en niet in hoofde van de holding. Om te herinvesteren binnen de groep, dienden deze inkomsten nog op te stromen naar de holding. Herinvesteren in de groep, waar dat het meest nodig is, gebeurt het eenvoudigst wanneer de middelen in handen zijn van de overkoepelende actieve holdingvennootschap van de groep. Het is dus geenszins aannemelijk dat een asset deal eenvoudiger te realiseren zou geweest zijn dan een share deal.
Geen fiscaal misbruik
Aangezien er andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen de partiële splitsing gevolgd door de verkoop van de aandelen verantwoorden, kan er evenmin sprake zijn van fiscaal misbruik.
Bron: Delboo
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen, Vennootschappen & Verenigingen
















