Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Corporate Governance
voor familiebedrijven
Mr. Sofie Lerut (advocaat)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak
Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Faillissement. Betwisting over rekening-courant en bestuurders-aansprakelijkheid. Ondernemingsrechtbank Gent 31 maart 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Betwisting over de rekening-courant
Na de faillietverklaring dient een onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds het louter actualiseren van de boekhouding op basis van reeds bestaande stukken, zoals bankafschriften en facturen, en anderzijds boekingen die steunen op beslissingen die pas na het faillissement worden genomen, zoals het toekennen van bezoldigingen of het ten laste nemen van kosten. Krachtens artikel XX.110 WER verliest de gefailleerde van rechtswege het beheer over zijn goederen. Vanaf de datum van het faillissement kunnen bijgevolg door de gefailleerde geen beslissingen meer worden genomen met betrekking tot zijn vermogen, noch kunnen dergelijke beslissingen nog boekhoudkundig worden verwerkt.
De rekening-courant kan derhalve na faillietverklaring niet meer worden gewijzigd op grond van toekenningen, zoals bezoldiging, of andere beslissingen die niet steunen op vóór het faillissement bestaande stukken. Indien een schuldenaar uit hoofde van een rekening-courant evenwel aantoont dat hij in de laatste maanden vóór het faillissement met eigen middelen werkelijk bestaande aankoopfacturen, gericht aan de gefailleerde, heeft voldaan, kunnen deze betalingen wel worden toegerekend op het saldo van de rekening-courant zoals dit in de boekhouding op datum van faillissement is opgenomen.
De bewijslast rust bij de schuldenaar die beweert te zijn bevrijd van de eerder vastgestelde schuld op rekening-courant. De schuldenaar zal zowel de betaling, alsook het bestaan van de schuld en de gehoudenheid van de gefailleerde moeten aantonen.
Samen met de curator stelt de rechtbank vast dat verweerder geen enkel onderliggend stuk kan voorleggen waarop de transformatie van een schuld van 99.773,90 EUR naar een vordering van 31.240,96 EUR zou kunnen gesteund zijn.
Er wordt door verweerder enkel een “eindbalans” voorgelegd, maar geen historieken om de opbouw of afbouw van de rekening-couranten te kunnen verifiëren. Verweerder bewijst niet welke concrete rechtshandelingen of betalingen zouden hebben geleid tot een aanzuivering, compensatie of verrekening van het debetsaldo en faalt in de op hem rustende bewijslast.
Verweerder stelt hierover in conclusie “De daling van de rekening-courant is het logische gevolg van de definitieve verwerking van de laatste boekhoudkundige periode tot aan het faillissement. In de voorlopige balans van 31.12.2023 was er slechts sprake van “voorlopige lonen”. De stijging van post 618000 (bezoldigingen) is de resultante van de effectieve boeking van de verschuldigde lonen en sociale lasten over de volledige periode tot 23 april 2024, cijfers die logischerwijs niet konden voorkomen in de jaarrekening die stopte op 30.06.2023.”
In conclusie van verweerder wordt niet uitgelegd welke “bezoldigingen” aan wie zouden toegekend zijn.
De rechtbank stelt wel vast dat in het boekjaar eindigend per 30 juni 2023 de algemene vergadering een bezoldiging van 28.500,00 EUR heeft goedgekeurd en dat in de door verweerder neergelegde “eindbalans” een bezoldiging wordt vermeld van 65.000,00 EUR. Wie daartoe heeft beslist, wordt niet meegedeeld. Op de vraag of verweerder deze vermeende toekenningen ook fiscaal heeft aangegeven in zijn fiscale aangifte inzake personenbelasting over het inkomstenjaar 2024, kon ter zitting niet geantwoord worden. Verweerder duidt verder niet op welke wijze de “boeking van de verschuldigde lonen en sociale lasten over de volledige periode tot 23 april 2024” een invloed heeft gehad op zijn reeds bestaande rekening courant-schuld. Uit niets blijkt dat verweerder correct ingeboekte lonen met eigen middelen zou betaald hebben.
Tussenbesluit: verweerder bewijst geen enkele noodzaak tot enige afboeking van de vastgestelde schuld van 105.899,09 EUR. Verweerder is derhalve gehouden tot betaling van 105.899,09 EUR aan eiseres q.q. uit hoofde van een rekening-courant schuld.
Bestuurdersaansprakelijkheid
De curator beperkt zich tot het opsommen van een veelheid aan mogelijke rechtsgronden, gevolgd door een loutere oplijsting van beweringen met verwijzing naar stukken. Van een eisende partij mag worden verwacht dat zij in haar conclusies op duidelijke en gestructureerde wijze uiteenzet welke concrete fouten worden verweten, om welke redenen deze als foutief moeten worden gekwalificeerd en — in functie van de ingeroepen rechtsgrond — aantoont welke schade hieruit zou zijn voortgevloeid. Het komt niet aan de rechtbank toe om deze elementen zelf af te leiden uit een omvangrijk stukkenbundel, noch om interpretaties te ontwikkelen die door de eisende partij zelf niet worden aangereikt. Dit geldt onverkort voor een curator.
Tussenbesluit: de vordering inzake bestuurdersaansprakelijkheid is ongegrond.
» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen, Insolventie & Faillissement
















