Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas

(DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Corporate Governance
voor familiebedrijven

Mr. Sofie Lerut (advocaat)

Webinar op donderdag 8 oktober 2026


Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027

Faillissement. Hoofdelijke aansprakelijkheid VOF. Ondernemingsrechtbank Gent 24 maart 2026 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc vandecasteele (Recht op zaterdag)

Samenvatting op Juportal

De vennoten onder firma zijn ook hoofdelijk aansprakelijk voor fiscale verhogingen en boeten ingekohierd lastens de VOF. De vennoten gelden immers als belastingschuldigen die gerechtigd zijn om een bezwaarschrift in te dienen tegen de aanslag, opcentiemen, verhogingen en boeten inbegrepen, die ten name van de vennootschap is gevestigd. Vennoten onder firma kunnen tevens vorderingen in rechte instellen teneinde een btw-schuld met inbegrip van de boete te betwisten. Doen zij dit niet dan kan deze aanslag tegen de vennoten onder firma ten uitvoer worden gelegd. De tenuitvoerlegging van het kohier lastens de aansprakelijke vennoten vloeit voort uit het systeem van de wet. De vennoten onder firma zijn medeschuldenaren in de zin van artikel 2, § 1,6° WMGI. Dit geldt dus ook voor fiscale verhogingen en boeten. Uit de aard van de vennootschap zelf volgt dat de rechtspersoonlijkheid van een VOF is vermengd en dermate verweven met die van haar vennoten, dat die vennoten in werkelijkheid voor eigen rekening onder firma ondernemen en dus handelen. Dat de activiteiten van een VOF te beschouwen zijn als activiteiten verricht door de gezamenlijk handelende vennoten.

Zogenaamde ‘kohierbelastingen’ ontstaan niet door de inkohiering, doch ontstaan op het tijdstip waarop de periode wordt afgesloten waarin de relevante reeks gebeurtenissen die samen de belastbare grondslag vormen, zich hebben voorgedaan. Wanneer een vennoot zijn aandelen van een VOF overdraagt alvorens het boekjaar werd afgesloten, stelt zich de vraag of rekening kan gehouden worden met fiscale latenties inzake de vennootschapsbelasting van dat lopend boekjaar. Om redenen uitgelegd in het vonnis, stelt de rechtbank zich op het standpunt dat een onbeperkte aansprakelijke vennoot van een VOF hoofdelijk pro rata gehouden is tot de vennootschapsbelasting die betrekking heeft op het inkomstenjaar waarin de vennoot is uitgetreden, waarbij kan aangenomen worden dat de vennootschapsbelasting gelijkmatig doorheen het inkomstenjaar werd opgebouwd. De onbeperkt aansprakelijke vennoot kan dit vermoeden weerleggen door in concreto aan te tonen dat een pro rata aanrekening niet in overeenstemming met de werkelijkheid kan geacht worden.

De huurovereenkomst wordt lastens de VOF ontbonden door de vrederechter waarna een vennoot zijn aandelen in de VOF overdraagt. Na de ontbinding van de huur is er een bezetting van het handelspand gedurende 926 dagen waarvoor een bezettingsvergoeding verschuldigd zou zijn van 36 938,14 EUR. Tijdens de bezetting worden maandelijkse betalingen uitgevoerd. De uitgetreden vennoot stelt niets te maken hebben met de latere bezetting van 926 dagen. De curator van de VOF acht de uitgetreden vennoot wel aansprakelijk en verwijst naar de ontbonden huurovereenkomst als oorsprong van de vordering. De rechtbank heropent de debatten om partijen standpunt te laten innemen of ten gevolge de maandelijkse betalingen en blijvend gebruik van het handelspand na de ontbinding van de huurovereenkomst gedurende 926 dagen, er geen nieuwe overeenkomst zou zijn ontstaan.

Lees hier het vonnis

Boeken in de kijker: