Loontransparantie anno 2027

Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck

(Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 18 februari 2027


Ontslag van A tot Z anno 2027

Mr. Kato Aerts, mr. Katrien Coenen

en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep

Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)

Webinar op donderdag 18 maart 2027


Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update

Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)

Webinar op vrijdag 20 november 2026


Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026

Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026

Ontslag om dringende reden van een beschermde werknemer. Arbeidshof Antwerpen verbreekt veelbesproken vonnis (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

De feiten

Met aangetekende brieven van 22 augustus 2025 bracht de NV Circet Belgium, hierna de NV genoemd, de heer H K en de werknemersorganisatie ACLVB op de hoogte van het voornemen de heer H K te ontslaan om dringende reden, in toepassing van artikel 4 §1 van de Wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden, hierna Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden.

De NV diende bij aangetekend schrijven van 22 augustus 2025 een verzoekschrift in bij de arbeidsrechtbank, dat ter griffie werd ontvangen op 26 augustus 2025, waarbij de oproeping werd gevraagd van de heer H K en ACLVB, om ingelicht te worden over de draagwijdte van de procedure en om een rechtsdag vast te stellen waarop zou gepoogd worden partijen te verzoenen.

De partijen werden in uitvoering van artikel 5 §2 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden opgeroepen om te verschijnen voor de voorzitter van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 29 augustus 2025, teneinde ingelicht te worden over de draagwijdte van de te volgen procedure.

In het proces-verbaal van verschijning werd de tweede rechtsdag vastgesteld op 1 september 2025 en partijen werden in uitvoering van artikel 5 §3 van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden opgeroepen.

Bij beschikking van 1 september 2025 van de voorzitter van de arbeidsrechtbank werd vastgesteld dat er geen verzoening tot stand kwam tussen partijen en werd de schorsing van de arbeidsovereenkomst van de heer H K bevolen tijdens de duur van de procedure tot erkenning van de dringende reden.

Met exploot van 4 september 2025 dagvaardde de NV, de heer H K en ACLVB, volgens de vormen van het kort geding, met toepassing van artikel 6 van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden, om de zaak overeenkomstig artikel 8 van deze wet te verzenden naar een kamer van de arbeidsrechtbank, met het oog op de erkenning van de ten laste gelegde feiten als een dringende reden zodanig dat de arbeidsovereenkomst met de heer H K kan beëindigd worden zonder opzeggingstermijn of -vergoeding, alsook de heer H K en ACLVB solidair, in solidum, de ene bij gebreke aan de andere, te veroordelen tot de kosten van het geding en de te wijzen beslissing uitvoerbaar te verklaren, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder zekerheidsstelling en met uitsluiting van kantonnement.

Bij beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank van 11 september 2025 werd vastgesteld dat er geen verzoening tot stand kwam tussen partijen en werd de zaak verwezen naar de zitting van de tweede kamer van de arbeidsrechtbank van 20 oktober 2025. In deze beschikking werden conclusietermijnen vastgesteld.

Met syntheseconclusie van 14 oktober 2025 vorderde de NV:

“De vordering van Circet ontvankelijk en gegrond te verklaren;

De ingeroepen feiten als een dringende reden te erkennen;

De heer H K te veroordelen tot de gerechtskosten, begroot op 1.168,54 EUR dagvaardingskosten en 1.883,72 EUR rechtsplegingsvergoeding”
Met syntheseconclusie van 17 oktober 2025 vorderden de heer H K en ACLVB:

“De private opsporing uitgevoerd op dhr. H K in de periode van mei 2025 t.e.m. augustus 2025 (stuk 21 eiseres) nietig te verklaren, minstens te oordelen dat deze geen bewijswaarde heeft.

Te oordelen dat geen rekening kan gehouden worden met de andere feiten en omstandigheden dan deze door eiseres vermeld in haar schrijven conform artikel 4, §1 Wet Ontslaregeling Personeelsafgevaardigden, meer bepaald:

  • De feiten vermeld in de syntheseconclusie van eiseres (p. 34, nr. 33) en haar stuk 20;
  • De feiten vermeld in de syntheseconclusie van eiseres (p. 35 t.e.m. p. 36, nr. 34) en haar stuk 25;
  • De feiten vermeld in de syntheseconclusie van eiseres (p. 36, nr. 35) en haar stuk 26;
  • De vordering van eiseres hoe dan ook integraal als ongegrond af te wijzen.

Eiseres te veroordelen in de kosten van het geding, begroot aan de zijde van concluanten op:

  • Rechtsplegingsvergoeding : € 1.883,72”
De visie van de arbeidsrechtbank Antwerpen op 28 oktober 2025

Op 28 oktober 2025 oordeelde de arbeidsrechtbank Antwerpen als volgt:

De rechtbank:

  • weert stuk 21 van Circet Belgium nv uit de debatten;
  • verklaart de vordering van Circet Belgium nv ontvankelijk doch ongegrond;
  • veroordeelt Circet Belgium nv tot de betaling van de gedingkosten;
  • vereffent de gedingkosten tot op heden:
    • aan de zijde van Circet Belgium nv worden deze vastgesteld op 1.168,54 euro dagvaardingskosten (met inbegrip van 26 euro bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand) en 1.883,72 euro rechtsplegingsvergoeding;
    • aan de zijde van de heer H K en ACLVB worden deze vastgesteld op 1.883,72 euro rechtsplegingsvergoeding.

Lees hier het vonnis

Het arrest van het Arbeidshof op 26 december 2025

Het arbeidshof besluit dat het eindrapport van de privaat onderzoeker van 18 augustus 2025 niet kan worden aangewend als bewijs van de feiten die als dringende reden worden ingeroepen wegens schending artikel 90 juncto artikel 81 WPO.

De NV bewijst de dringende reden op een andere manier: zij kan voor het bewijs van de dringende reden andere bewijsmiddelen aanvoeren.
Het arbeidshof besluit dat de NV het bewijs levert dat de heer H K zich zowel schuldig maakte aan valse registraties in het systeem “Service Cruiser”, als aan een volgehouden gedrag van insubordinatie, welke nog bestond op het ogenblik dat de voor ontslag bevoegde persoon er afdoende kennis van had.

Elk van deze tekortkomingen zijn in het licht van de verschillende niet tegengesproken ingebrekestellingen, waaruit blijkt dat de heer H K het ook met zijn tijdsregistratie niet zo nauw nam, een dringende reden.

Voor de goede orde wijst het arbeidshof er op dat het geen rekening houdt met de latere feiten of andere feiten van insubordinatie, welke niet in de aangetekende brieven van 22 augustus 2025 werden opgenomen.

De feiten en verzwarende omstandigheden geformuleerd in deze brieven volstaan om te besluiten dat er in hoofde van de heer H K een ernstige tekortkoming wordt bewezen die van aard is om een vertrouwensbreuk te creëren en die een onmiddellijk en definitief einde van de arbeidsrelatie rechtvaardigt.

De overige door de partijen aangevoerde feiten en middelen doen aan voorgaande overwegingen en besluitvorming geen afbreuk.

Het hoger beroep is gegrond.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid

Boeken in de kijker: