Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen
Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk
Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen
(Scale / Schoups)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
(On)ontvankelijkheid middel – hoe de RvVb beide partijen tevreden houdt (Publius)
Auteur: Deborah Smets (Publius)
In het arrest van 13 november 2025 met nummer RvVb-A-2526-0217 lijkt de Raad voor Vergunningsbetwistingen alle partijen te vriend te willen houden bij de beoordeling van een ontvankelijkheidsexceptie over het middel.
De tussenkomende partij had namelijk een exceptie van onontvankelijkheid van het middel opgeworpen, aangezien de verzoekende partijen in hun verzoekschrift grotendeels hun administratief beroepschrift hernamen, aangevuld met passages waarin ze inhoudelijk repliceerden op het advies van het college van burgemeester en schepenen in administratief beroep. De motieven waarmee de verwerende partij de grieven verwierp, werden in het verzoekschrift niet betrokken. Evenmin werden de geschonden bepalingen aangevoerd.
Hoewel artikel 14, 4° van het Procedurebesluit duidelijk is, en bepaalt dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten en van de ingeroepen middelen moet bevatten, is de RvVb niet snel geneigd om het middel op grond hiervan onontvankelijk te verklaren. In het arrest oordeelt de Raad als volgt:
‘1.Artikel 15, 4° van het Procedurebesluit bepaalt dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten en van de ingeroepen middelen moet bevatten. Een ontvankelijk middel bestaat uit een voldoende en duidelijke omschrijving van de geschonden geachte regelgeving of beginselen van behoorlijk bestuur en van de manier waarop de verwerende partij die schendt. Het komt de verzoekende partijen in het kader van hun stelplicht toe dit duidelijk aan te geven, zodat de rechten van verdediging van de andere procespartijen niet worden geschonden.
Dit betekent niet dat verzoekende partijen expliciet de rechtsregels of rechtsbeginselen moeten vermelden die volgens hen door de bestreden beslissing worden geschonden. Het is enkel noodzakelijk dat de uiteenzetting in het verzoekschrift het mogelijk maakt duidelijk te begrijpen wat de bestreden beslissing wordt verweten, zowel voor de Raad in het kader van zijn legaliteitstoetsing, als voor de verwerende en tussenkomende partij in het kader van hun verdediging.
2. Anders dan de tussenkomende partij dit lijkt te zien, kan uit het verzoekschrift wel degelijk wettigheidskritiek worden afgeleid. De verzoekende partijen verdelen hun kritiek in het verzoekschrift onder in vier onderdelen, waarbij ze aangeven dat (1) het openbaar onderzoek niet conform de regelgeving is verlopen, (2) niet alle milieueffecten in rekening werden gebracht, (3) er geen rechtsgeldig advies van de Gecoro voorligt en (4) het project strijdt met de goede ruimtelijke ordening. Uit de schriftelijke uiteenzetting blijkt bovendien dat de tussenkomende partij de inhoud van het verzoekschrift ook als dusdanig heeft begrepen, waardoor haar rechten van de verdediging niet werden geschonden.’
Hoewel de exceptie wordt verworpen, voegt de Raad nog de volgende redenering aan haar beoordeling toe:
‘De verzoekende partijen zullen echter wel moeten aanvaarden dat de Raad het betoog begrijpt zoals het redelijkerwijs kan worden begrepen, waarbij rekening moet worden gehouden met hoe de tussenkomende partij de aangevoerde kritiek heeft begrepen en redelijkerwijs kon begrijpen.
De verzoekende partijen zullen ook moeten aanvaarden dat voor zover de passussen in het verzoekschrift op geen enkele wijze kunnen beschouwd of begrepen worden als wettigheidskritiek – maar eerder als bedenkingen en beleidskritiek – ze hierna niet zullen worden beoordeeld.’
Het lijkt erop dat de Raad hierdoor toch een zekere tegemoetkoming heeft willen doen naar de tussenkomende partij.
Bron: Publius
» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed














