Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Successieplanning anno 2027

Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)

Webinar op donderdag 4 maart 2027


Cryptomunten en de fiscaliteit

Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)

Webinar op donderdag 28 januari 2027


Corporate Governance
voor familiebedrijven

Mr. Sofie Lerut (advocaat)

Webinar op donderdag 8 oktober 2026


Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?

Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)

Webinar op donderdag 18 februari 2027

Inbreng in gemeenschap gevolgd door schenking: fiscaal misbruik (Delboo)

Auteur: Delboo

Het Hof van Cassatie bevestigt in zijn arrest van 25 april 2025 dat de inbreng van een onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen kort nadien gevolgd door een schenking door beide echtgenoten fiscaal misbruik vormt.

Situering

Als een ouder naast de gezinswoning één of meerdere onroerende goederen heeft die tot zijn eigen vermogen behoren, kan hij met het oog op successieplanning overwegen om deze onroerende goederen bij leven te schenken aan zijn kinderen. De tarieven in de schenkbelasting zijn immers voordeliger dan de tarieven in de erfbelasting.

De tarieven voor de schenkbelasting op onroerend goed zijn progressief: zij stijgen in functie van de waarde van het geschonken goed. Zij worden toegepast op het bruto-aandeel dat de begiftigde van de schenker ontvangt. Deze redenering geldt in hoofde van elke schenker. Wanneer een onroerend goed dus door twee schenkers wordt geschonken, zal de schenkbelasting gevoelig lager zijn dan wanneer de schenking gebeurt door één schenker.

De echtgenoot tot wiens eigen vermogen de onroerende goederen behoren, kan de kostprijs van de schenking gevoelig verlagen door het onroerend goed uit zijn eigen vermogen in te brengen in het gemeenschappelijk vermogen. Bij de inbreng is enkel het algemeen vast recht (50 euro) verschuldigd. Vervolgens schenken beide echtgenoten het gemeenschappelijke onroerend goed en genieten de begiftigden twee keer van de lagere progressieve tarieven.

Fiscaal misbruik?

Als de schenking gebeurt onmiddellijk of korte tijd na de inbreng in het gemeenschappelijk vermogen, beschouwt Vlabel de korte opeenvolging van beide verrichtingen als fiscaal misbruik. Vlabel berekent de schenkbelasting alsof de inbreng niet heeft plaatsgevonden (met andere woorden alsof er één schenker is).

Wanneer Vlabel fiscaal misbruik inroept, moet hij aantonen dat een belastingplichtige zich door een verrichting of een geheel van verrichtingen buiten het toepassingsgebied van een fiscale bepaling of binnen dat van een bepaling die een belastingvoordeel oplevert plaatst en dat hij hiermee ingaat tegen de doelstelling van de bepaling in kwestie.

Vlabel stelt dat de inbreng in gemeenschap op korte tijdspanne gevolgd door een schenking van beide echtgenoten ingaat tegen de heffingsgrondslag en de progressiviteit van de schenkbelasting. De belastingplichtige kan de toepassing van de antimisbruikbepaling vermijden door aan te tonen dat de inbreng in gemeenschap ingegeven is door niet-fiscale motieven. Om hierover zekerheid te krijgen, kan hij een voorafgaande beslissing aanvragen bij Vlabel. Hoewel niet bepaald in de wettekst, lijkt een tijdspanne van drie jaar tussen de inbreng en de schenking aangewezen.

Hof van Cassatie 25 april 2025

Het Hof van Cassatie heeft in zijn arrest van 25 april 2025 de visie van Vlabel bevestigd. In een kort arrest stelt het Hof dat krachtens artikel 2.8.4.1.1,§1, Vlaamse Codex Fiscaliteit de schenkbelasting voor de schenkingen van onroerende goederen wordt berekend volgens de progressieve tarieven, vermeld in de tabellen opgenomen in deze bepaling. Uit deze wettekst en in het bijzonder de voormelde tabellen blijkt, aldus het Hof, voldoende duidelijk de doelstelling van dit artikel om in progressieve tarieven voor de schenking van onroerende goederen te voorzien.

De eenheid van bedoeling die nodig is om van een geheel van rechtshandelingen te kunnen spreken vereist niet dat de belastingplichtige formeel deelneemt aan alle rechtshandelingen. Het feit dat de begiftigde van de schenking niet betrokken is bij de inbreng in gemeenschap door één van zijn ouders, doet dus volgens het Hof van Cassatie niet ter zake.

De korte tijdspanne tussen de inbreng in de gemeenschap en de schenking van het onroerend goed door beide ouders met als doel twee maal van de verlaagde tarieven te genieten, is op zich voldoende om van een eenheid van opzet te spreken en dus de toepassing van de antimisbruikbepaling te rechtvaardigen.

Bron: Delboo

» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen

Juriste (FR)

Boeken in de kijker: