Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen
Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk
Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen
(Scale / Schoups)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Hoe stedenbouwkundige overtredingen mensenrechten kunnen schenden. Arrest EHRM 10 juli 2025 (Recht op zaterdag)
Als gevolg van een Vlaamse politiecontrole in 2011 werd vastgesteld dat er werken werden uitgevoerd die niet overeenstemden met de in 2007 afgeleverde vergunning.
Er volgde een veroordeling op 8 april 2014 (correctionele rechtbank Gent), op 18 juni 2015 (hof van beroep Gent), dit terwijl de uitgevoerde werken op het moment van hun veroordeling niet langer vergunningsplichtig waren volgens het Vlaamse Decreet van 16 juli 2010.
Het Hof van Cassatie oordeelde op 7 juni 2016 dat ‘Het feit dat er bouwwerkzaamheden werden uitgevoerd zonder de vereiste stedenbouwkundige vergunning te hebben aangevraagd, op het moment van de feiten werd bestraft door artikel 99, § 1, eerste en tweede lid, en artikel 146, eerste lid, 1°, van het decreet van de Vlaamse Raad van 18 mei 1999 en, vanaf 1 september 2009, door dezelfde straffen volgens artikel 4.2.1.1°, a) en b), en artikel 6.1.1, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Het Hof was van oordeel dat de mogelijkheid tot vrijstelling van een stedenbouwkundige vergunning moest worden beoordeeld in het licht van het besluit dat van kracht was op het moment van de uitvoering van de werken. Zij meende dat uit artikel 2, tweede lid, van het Strafwetboek niet volgde dat een vrijstelling die na de uitvoering van de bouwwerkzaamheden werd toegekend door een gewijzigd besluit van de Vlaamse Regering, moest worden toegepast als de gunstigere strafwet. Zij oordeelde immers dat deze wettelijke bepaling niet van toepassing was wanneer een eerder besluit werd vervangen door een later besluit dat werd genomen ter uitvoering van dezelfde wet met kracht van wet als het eerdere besluit, of ter uitvoering van een gewijzigde wet met kracht van wet waarvan het strafbaar karakter ongewijzigd was gebleven, zoals dat van de oorspronkelijke wet met kracht van wet. Aldus was zij van oordeel dat feiten die onder het eerdere besluit strafbaar waren op het moment van hun plegen, strafbaar bleven, zelfs als deze feiten later, op grond van het latere besluit, niet langer strafbaar waren op het moment van het uitspreken van de rechterlijke beslissing. Zij concludeerde dan ook dat het arrest van het hof van beroep de schuldverklaring van de eerste verzoeker met betrekking tot de betwiste tenlastelegging wettelijk had gemotiveerd.’
Maar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde nu op 10 juli 2025 dat België artikel 7 van het Verdrag inzake de rechten van de mens heeft geschonden, aangezien het beginsel van de retroactiviteit van de mildere strafwet niet correct is toegepast.
Het Hof stelde vast dat de veroordeling betrekking had op handelingen die op het moment van de uitspraak niet strafbaar waren, wat tot gevolg heeft dat er veroordeeld werd tot afbraak van constructies die onmiddellijk legaal opnieuw konden worden gebouwd.
» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed














