Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten

Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op vrijdag 16 april 2026


Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026

Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)

Webinar op dinsdag 24 november 2026


Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas

(DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026

Kwijtschelding van restschulden na faillissement. Belgische Staat veroordeeld tot schadevergoeding (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

Bij vonnis van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, van 27 november 2018 werd X in staat van faillissement verklaard  en bij vonnis van diezelfde rechtbank van 24 december 2019 werd het faillissement gesloten wegens ontoereikend actief, waarbij X géén kwijtschelding bekwam van de restschulden omdat hij naliet om hetzij bij zijn aangifte van faillissement een verzoekschrift te dien einde te voegen, hetzij dergelijk verzoekschrift neer te leggen uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis.

Maar bij arrest van 21 oktober 2021 oordeelde het Grondwettelijk Hof als volgt: “vernietigt artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht in zoverre het bepaalt dat de gefailleerde natuurlijke persoon die niet binnen de vervaltermijn van drie maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis een verzoek tot kwijtschelding van restschulden indient, het recht op die kwijtschelding onherroepelijk verliest.”.

Toen X op die manier een kwijtschelding bekwam, vroeg hij de FOD Financiën de reeds betaalde bedragen terug te storten, op grond van de leer inzake ongerechtvaardigde verrijking.

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, heeft op 30 juni 2025 geoordeeld dat die toepassingsvoorwaarden niet vervuld waren, maar heeft de Belgische Staat wel aansprakelijk gesteld voor foutief wetgevend optreden in verband met de aanname van de vervaltermijn van drie maanden.

De Belgische Staat werd veroordeeld tot betaling van 31.668,00 euro aan de gefailleerde ondernemer.

Lees hier het vonnis

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement

Boeken in de kijker: