Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Cryptomunten en de fiscaliteit
Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)
Webinar op donderdag 28 januari 2027
Successieplanning anno 2027
Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)
Webinar op donderdag 4 maart 2027
Corporate Governance
voor familiebedrijven
Mr. Sofie Lerut (advocaat)
Webinar op donderdag 8 oktober 2026
Afschaffing van belastingverhogingen in gevallen van goede trouw. Wat leert ons het op 27 mei 2025 ingediend Ontwerp van Programmawet? (Recht op zaterdag)
Volgens de Memorie van toelichting spreekt de wet niet langer over de mogelijkheid voor de administratie om af te zien van de belastingverhoging bij afwezigheid van kwade trouw van de belastingplichtige.
De wet voert bovendien een weerlegbaar vermoeden van goede trouw in hoofde van de belastingplichtige in wanneer hij zich een eerste keer in een situatie van overtreding bevindt. Dit vermoeden kan, behalve bij toepassing van artikel 351 WIB 92, worden weerlegd door de administratie op twee wijzen: door aan te tonen of dat de belastingplichtige niet te goeder trouw is of dat de belastingplichtige handelt met het opzet om belasting te ontduiken. De formulering van artikel 444 laat ook toe om de subtiliteit te behouden die voortvloeit uit het feit dat een van de bepalende elementen om de beoordeling van de fiscale administratieve boetes de afwezigheid of de aanwezigheid is van het opzet om de belasting te ontduiken.
Voorbeelden uit de Memorie van toelichting
1. Zo zou een belastingplichtige niet te goeder trouw kunnen handelen zonder dat dit steeds impliceert dat hij met het opzet om de belasting te ontduiken handelt. Men zou zich de situatie voor de geest kunnen halen van een belastingplichtige die geen aangiftes zou indienen dan hij zou moeten indienen, enkel met het oog om het werk van de administratie te vertragen terwijl dat deze aangiften bedragen zouden laten uitschijnen ten gunste van deze zelfde belastingplichtige.
2. De goede trouw kan worden geïnterpreteerd zoals in de zin van artikel 1.9 van het Burgerlijk Wetboek. Zal bijvoorbeeld worden beschouwd als een belastingplichtige te goeder trouw, de belastingplichtige die zich baserend op een verkeerde lezing van zijn attest kinderopvang, een aangifte indient met een foutief bedrag.
3. Zal worden beschouwd als een belastingplichtige niet te goeder trouw, de belastingplichtige die bijvoorbeeld wetens en willens kosten aftrekt die duidelijk niet beroepsmatig zijn. Een ander voorbeeld is een belastingplichtige die 20 % van de oppervlakte van zijn woning beroepsmatig gebruikt. Indien hij deze op 30 % schat in zijn aangifte, kan behoudens andersluidende elementen, de goede trouw vermoed worden. Indien hij 80 % van deze woning als beroepsmatig zou inschatten, kan de afwezigheid van goede trouw beargumenteerd worden door de administratie.
4. Zal ook niet beschouwd worden als te goeder trouw, de een groepsbijdrage ontvangende vennootschap in volgende situatie. Binnen een groep wordt voldaan die aan alle voorwaarden om een groepsbijdrage mogelijk te maken (art. 205/5, WIB92) en er wordt effectief een overeenkomst gesloten die gebaseerd is op de economische werkelijkheid. De groepsbijdrage betalende vennootschap neemt deze fiscaal ten laste in het overeengekomen aanslagjaar. De ontvangende vennootschap neemt deze groepsbijdrage echter niet op in haar winst van hetzelfde aanslagjaar. De ontvangende vennootschap handelt aldus niet te goeder trouw.
5. Indien een multinationale onderneming de kredietwaardigheid van bepaalde van haar Belgische groepsentiteiten verlaagt middels een intragroep herstructurering waarbij men parallel belangrijke intragoep financieringen afsluit aan een interestvergoeding die 1 % hoger ligt dan een marktconforme interestvergoeding. Dit creëert een interestaftrek bij Belgische entiteiten terwijl deze interesten in laag belaste entiteiten worden belast. De administratie kan hier bij een fiscale correctie, afhankelijk van de feiten, argumenteren dat er geen goede trouw aanwezig is. De groep heeft een fiscale constructie gecreëerd, is deskundig geadviseerd en dit heeft belangrijke fiscale gevolgen.
Lees hier de volledige fiche van het Ontwerp van Programmawet
» Bekijk alle artikels: Successie & Vermogen












