Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep

Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)

Webinar op donderdag 18 maart 2027


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026

Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)

Webinar op dinsdag 24 november 2026


Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)

Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)

Webinar op donderdag 20 mei 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars


Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op vrijdag 16 april 2026

Minnelijke regeling van geschillen inzake handelsagentuur op de helling? Cass. 28 februari 2025 (Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht)

Auteur: Olivier Vanden Berghe (Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht) 

Boek X, Titel I van het Wetboek Economisch Recht, dat Richtlijn 89/653/EEG omzet, geeft aan de handelsagent bepaalde rechten die van dwingende aard zijn, zoals het recht op een bepaalde opzegtermijn en het recht op een eventuele uitwinningsvergoeding en bijkomende vergoeding. Artikel X.21 WER bepaalt, net zoals de richtlijn, dat de partijen hiervan niet mogen afwijken ten nadele van de handelsagent “voordat de handelsagentuurovereenkomst is beëindigd”.

Bij arrest van 28 februari 2025 (C/24.0088.N) vraagt het Hof van Cassatie aan het Hof van Justitie wanneer de handelsagentuurovereenkomst “is beëindigd” in de zin van de richtlijn. Wordt de overeenkomst als beëindigd beschouwd (i) pas op het ogenblik van de effectieve stopzetting van de handelsagentuurovereenkomst, dus na het verstrijken van de opzeggingstermijn, of (ii) op het ogenblik dat de handelsagent kennis neemt (of redelijkerwijze kennis kon nemen) van de opzegging?

Het antwoord op deze vraag kan ingrijpende gevolgen hebben. Indien het Hof van Justitie voor de eerste optie zou kiezen, zou dit vrij nadelig kunnen zijn voor beide partijen. De frequente minnelijke regeling van geschillen hangende de opzegtermijn (waarvan de geldigheid ook in deze zaak was gevalideerd door de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank en het hof van beroep te Brussel)  zou dan quasi onmogelijk worden en tijdens deze opgedrongen wachtperiode zouden er ongetwijfeld meer gerechtelijke procedures worden opgestart. Als partijen toch tijdens de opzegtermijn een minnelijke regeling wensen te bereiken zou één van de noodzakelijke voorwaarden het onmiddellijk einde zijn van de handelsagentuurovereenkomst, dus de afstand van de nog lopende opzegtermijn.

De prejudiciële vraag werd aanhangig gemaakt op 17 maart 2025 onder het nummer C-204/25.

Bron: Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht

» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure, Handel & Consument

Boeken in de kijker: