Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten
Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak
Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas
(DLA Piper)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)
Webinar op vrijdag 16 april 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Het belang van exit regelingen voor aandeelhouders: de geschillenregeling (Cazimir)
Auteur: Cazimir Advocaten
In onze zesdelige reeks belichten we de belangrijkste mechanismen en afspraken die aandeelhouders kunnen maken om een soepele exit te waarborgen. In eerdere artikelen hebben we conventionele en statutaire methoden besproken om een meer geplande exit te voorzien, dan wel patstellingen op te lossen.
Het zesde en laatste onderwerp is een wettelijke exit mogelijkheid: de zogeheten “geschillenregeling”. Wanneer een aandeelhouder geen andere exit mogelijkheid heeft, kan de geschillenregeling in bepaalde gevallen het laatste juridisch redmiddel betekenen. We gaan hier verder op in, in twee delen. In dit eerste deel lichten we kort toe wat de geschillenregeling precies is, en hoe en wanneer deze kan worden toegepast.
De toepasselijkheid van de geschillenregeling
Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) voorziet de geschillenregeling als juridische oplossing voor aandeelhoudersconflicten, maar uitsluitend binnen niet-genoteerde besloten vennootschappen (BV) en naamloze vennootschappen (NV). Via een gerechtelijke procedure kan een aandeelhouder de uitsluiting van een medeaandeelhouder of diens eigen uittreding uit de vennootschap vorderen.
Deze regeling wordt in de rechtspraak en rechtsleer beschouwd als een laatste redmiddel. Minder ingrijpende oplossingen moeten eerst volledig worden uitgeput voordat een beroep op de geschillenregeling mogelijk is.
De Uittreding (Artikel 2:68 – 2:69 WVV)
Bij uittreding kan een aandeelhouder andere aandeelhouders dwingen om zijn aandelen over te nemen. Deze aandeelhouder moet dan wel bepaalde ‘gegronde redenen’ aantonen. De focus voor de gegronde redenen bij de uittreding ligt op de belangen van de aandeelhouder die wil uittreden. De rechtspraak leert ons dat uittreding mogelijk is wanneer het redelijkerwijs niet meer verwacht kan worden dat de aandeelhouder onder de gegeven omstandigheden zijn positie binnen de vennootschap kan voortzetten. (1)
De Uitsluiting (Artikel 2:63 – 2:67 WVV)
De uitsluiting biedt aandeelhouders de mogelijkheid een andere aandeelhouder gedwongen uit de vennootschap te zetten. Let op, voor dit verzoek geldt wel een participatiedrempel. (2)
De gegronde redenen moeten bij de uitsluiting voornamelijk vanuit het vennootschapsbelang bekeken worden, waarbij de continuïteit van de onderneming centraal staat en de belangen van de (eisende) aandeelhouder(s) beperkter zullen doorwegen in de beslissing. (3)
Conclusie
De geschillenregeling biedt aandeelhouders in niet-genoteerde vennootschappen een juridisch kader voor het oplossen van ernstige conflicten, met als ultieme middelen uitsluiting of uittreding. Hoewel deze procedures gegronde redenen vereisen en alleen als laatste redmiddel kunnen worden ingezet, bieden ze waardevolle oplossingen om de continuïteit van de onderneming te waarborgen of aandeelhouders in moeilijke situaties een uitweg te bieden. Spoedig volgt deel twee omtrent de geschillenregeling waarin we inzoomen op de voorbereiding die de aandeelhouders kunnen treffen en de praktische uitwerking van de geschillenregeling.
Voetnoten
(1) Bijvoorbeeld: de systematische belemmering van aandeelhoudersrechten (vraagrecht, onderzoeksrecht, controlerecht) en misbruik van meerderheidsmacht (o.a. buitensporige bezoldigingen of voordelige overdracht van activa).
(2) Om deze vordering in te stellen moet(en) de aandeelhouder(s) minstens 30% van de stemmen (BV en NV) of van de winstrechten (BV) of 30% van het kapitaal (NV) bezitten.
(3) Bijvoorbeeld: de miskenning van het vennootschapsbelang door schending van aandeelhoudersovereenkomst, niet-uitvoeren van terugbetalingen aan de vennootschap met financiële moeilijkheden van de vennootschap tot gevolg, misbruik van vennootschapsgoederen.
Voorbereiding en praktische uitwerking
Hoewel de geschillenregeling in beginsel opgevat is als een laatste redmiddel, kunnen aandeelhouders er baat bij hebben om hieraan voorafgaand de nodige aandacht te spenderen, in bijvoorbeeld de statuten of aandeelhoudersovereenkomst. Dit is niet te verwarren met de statutaire uittreding (of uitsluiting) waarbij niet een andere aandeelhouder, maar de vennootschap de aandelen overneemt (zie ons tweede artikel in deze reeks).
Door reeds afspraken te maken over een eventuele uittreding (of uitsluiting) kunnen de aandeelhouders opnieuw een vorm van rechtszekerheid inbouwen.
De aandeelhouders kunnen zo een te volgen procedure van uittreding (en uitsluiting) in de statuten of aandeelhoudersovereenkomst voorzien. De belangrijkste clausule in dit verband is deze van de te hanteren waarde of waarderingsmethode voor de overname van de aandelen. Het voorzien van een procedure tussen aandeelhouders omtrent de uittreding (of uitsluiting) kan namelijk nooit belemmeren dat de uittreding (of uitsluiting) via gerechtelijke weg wordt gevorderd.
De rechter is gebonden door dergelijke contractuele of statutaire bepalingen die een waardering(smethode) voorzien, specifiek voor de situatie van de gerechtelijke uitsluiting of uittreding. Enkel indien dit tot een kennelijk onredelijk resultaat zou leiden, kan de rechter hier van afwijken. Het is dus aangewezen om hier als aandeelhouders voorafgaand bij stil te staan en duidelijke afspraken omtrent te maken.
In dit verband is het dus belangrijk om een balans te vinden. Een overdreven onredelijke (vaak lage) waardering(smethode) voorzien zorgt voor blijvende onzekerheid aangezien een rechter deze aan de kant zal kunnen schuiven. Dit betekent niet dat dit steeds minstens in lijn met de marktwaarde moet liggen. Bij een uittreding (of uitsluiting) kunnen er omstandigheden aan de kern liggen, die een afwijking van de marktwaarde verantwoorden. In principe zal de rechter hier rekening mee houden.
Indien er geen (geldige) prijsbepaling clausule werd voorzien, kan de rechter de prijs zelf vaststellen. Meestal zal dit gebeuren op basis van een waardering door een gerechtsdeskundige. De overdracht kan aanvankelijk plaatsvinden op basis van een provisionele prijs, die later kan worden aangepast. Om een minimumwaardering te staven, is het verstandig de rechter bij de vordering al te voorzien van een onderbouwd waarderingsverslag. Om het insolvabiliteitsrisico te beperken, kan de rechter bovendien aanvullende zekerheden opleggen, zoals een bankgarantie. De waardering van aandelen blijft een feitelijke kwestie en wordt in de rechtspraak vooral gekoppeld aan de “going concern”-waarde van de onderneming, met correcties voor niet-marktconforme transacties. Daarnaast moet, volgens vaste rechtspraak, de invloed van gegronde redenen of gedragingen van partijen worden geneutraliseerd, bijvoorbeeld door een extra compensatie toe te kennen of de peildatum voor de waardering te herzien.
Tot slot merken we in de praktijk dat bij een sluimerend conflict een aandeelhouder reeds aanstuurt op de geschillenregeling. Als vorm van “dossieropbouw” wordt dan vaak op iedere (vermeende) tekortkoming van de andere aandeelhouder ingepikt en aangekaart. Het is belangrijk om hier waakzaam voor te zijn en steeds gepast op te reageren met een eventuele geschillenregeling in het achterhoofd. In weze bestaat de onderhandelingsstrategie in zo’n situatie er in om de geschillenregeling als een zwaard van Damocles boven het hoofd te houden.
Conclusie
Het belang van een goede voorbereiding en duidelijke afspraken tussen aandeelhouders kan ook bij de geschillenregeling niet onderschat worden. Voornamelijk de prijsbepaling zal een onzeker, vaak complex gegeven blijven bij gebreke hieraan. Een waakzaam aandeelhouder blijft er twee waard…
Bron: Cazimir Advocaten
» Bekijk alle artikels: Vennootschappen & Verenigingen

















