Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Webinar op donderdag 20 mei 2027
Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen
Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk
Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen
(Scale / Schoups)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep
Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)
Webinar op donderdag 18 maart 2027
Aankoop van een appartement en koopvernietigende gebreken: termijn van de vordering. Cassatie-arrest van 18 januari 2024 (LegalNews)
Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)
Krachtens artikel 1648 Oud Burgerlijk Wetboek moet de vordering op grond van koopvernietigende gebreken door de koper worden ingesteld binnen een korte tijd, al naar de aard van de koopvernietigende gebreken en de gebruiken van de plaats waar de koop gesloten is.
Deze bepaling vereist enkel dat de koper binnen een korte tijd een vordering instelt waarbij hij zich baseert op verborgen gebreken waarmee het goed volgens hem is behept. Zij vereist niet dat de koper binnen een korte tijd zijn vordering in rechte kwalificeert als een vordering tot vrijwaring gebaseerd op de artikelen 1641 en volgende Oud Burgerlijk Wetboek.
De appelrechter stelt vast en oordeelt dat:
- de eiseres in 2004 een appartement heeft gekocht van de verweerster;
- er zich sedert het begin vocht- en andere schadeproblemen hebben voorgedaan;
- in 2005 en 2007 een aantal herstellingen werden uitgevoerd;
- in 2010 en in 2015 nieuwe schade zou zijn ontstaan;
- de eiseres haar vordering jegens de verweerster, in de inleidende dagvaarding van 1 februari 2011, louter heeft gesteund op de tienjarige aansprakelijkheid van de verweerster;
- de vordering in de syntheseconclusie van 6 december 2019 in ondergeschikte orde werd gebaseerd op lichte verborgen gebreken;
- deze overeenkomst evenwel betrekking had op privatieve delen die reeds volledig waren afgewerkt, zodat de overeenkomst niet wordt beheerst door de Woningbouwwet, en de eiseres zich ten aanzien van de verweerster bijgevolg niet kan beroepen op artikel 1792 Oud Burgerlijk Wetboek, noch kan vorderen op basis van lichte verborgen gebreken;
- pas bij conclusie in hoger beroep van 29 januari 2021 voor het eerst een vordering werd ingesteld op basis van de artikelen 1641 en volgende Oud Burgerlijk Wetboek, wat manifest laattijdig is;
- de vordering tegen de verweerster aldus ongegrond is.
De appelrechter die zich aldus voor het beoordelen van de korte termijn plaatst op het ogenblik waarop de eiseres haar vordering voor het eerst in rechte heeft gekwalificeerd als een vordering op grond van artikel 1641 en volgende Oud Burgerlijk wetboek, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.
» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed, Verbintenissen & Goederen


















