Ontslag van A tot Z anno 2027
Mr. Kato Aerts, mr. Katrien Coenen
en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten
Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Loontransparantie anno 2027
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Bonusbeleid anno 2027.
Warrants en CAO nr. 90 onder de juridische loep
Mr. Mieke Deconinck en mr. Jan Lein (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Inbreuk op arbeids- en rusttijden (tachograaf): welk gerecht is bevoegd in hoger beroep? Cassatie-arrest van 24 oktober 2023 (LegalNews)
Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)
De reden voor Cassatie
Een bestuurder als beklaagde en een onderneming als burgerrechtelijk aansprakelijke partij zijn onder meer gedagvaard voor het feit omschreven onder de telastlegging E, namelijk een inbreuk op artikel 34.1, eerste lid, Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, meer bepaald door als bestuurder van een voertuig waarop deze verordening van toepassing is, te hebben nagelaten voor iedere dag dat hij rijdt, vanaf het tijdstip waarop hij het voertuig overneemt, gebruik te maken van een registratieblad of van de bestuurderskaart.
Het bestreden vonnis (p. 6) stelt vast dat de bestuurder een werknemer is van de onderneming.
Volgens artikel 578, 7°, Gerechtelijk Wetboek is de arbeidsreglementering een aangelegenheid die tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoort.
De met de telastlegging E verweten overtreding heeft betrekking op de controle van arbeids- en rusttijden en betreft derhalve de arbeidsreglementering.
Hieruit volgt dat van deze zaak kennis moet worden genomen, ook in hoger beroep, door de bij artikel 76, § 2, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde gespecialiseerde kamer, die moet zijn samengesteld uit twee rechters van de rechtbank van eerste aanleg en een rechter in de arbeidsrechtbank.
Uit de stukken waarop het Hof van Cassatie vermag acht te slaan, blijkt niet dat over deze zaak werd geoordeeld door een correctionele kamer samengesteld overeenkomstig artikel 78, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek en daarom vernietigt het Hof van Cassatie bestreden vonnis, behoudens in zoverre het de bestuurder vrijspreekt voor het feit omschreven onder de telastlegging.
» Bekijk alle artikels: Verzekeringen & Aansprakelijkheid, Arbeid & Sociale zekerheid, Geschillen & Procedure

















