Ontslag van A tot Z anno 2027

Mr. Kato Aerts, mr. Katrien Coenen

en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars


Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update

Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)

Webinar op vrijdag 20 november 2026


Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep

Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)

Webinar op donderdag 18 maart 2027


Bonusbeleid anno 2027.
Warrants en CAO nr. 90 onder de juridische loep

Mr. Mieke Deconinck en mr. Jan Lein (Claeys & Engels)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027


Loontransparantie anno 2027

Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck

(Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 18 februari 2027

Overuren en bewijslast – stand van zaken (Mploy)

Auteur: Merel Van de Voorde (Mploy)

Een werknemer voert aan dat hij overuren gepresteerd heeft, maar dat hij hiervoor niet werd vergoed. De werkgever ontkent dat de werknemer extra uren gemaakt heeft. Wie moet in die situatie het bewijs leveren?

Het Hof van Justitie wees in een arrest van 19 mei 2019 op de noodzaak van de registratie van de arbeidsuren van werknemers. Volgens het Hof dienen de EU-lidstaten aan de werkgevers de verplichting op te leggen om te voorzien in een objectief en betrouwbaar systeem van registratie van arbeid.

In België geldt er op heden (nog) geen wettelijke verplichting voor de werkgever tot arbeidstijd­registratie, waardoor de overuren dus ook niet altijd geregistreerd worden.

Het arbeidshof van Brussel verwijst in haar arrest van 22 mei 2020 naar de rechtspraak van het Hof van Justitie en de verplichting voor de werkgever om de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer te registreren. Indien een dergelijk systeem ontbreekt, heeft dit tot gevolg dat de bewijslast verschuift, aldus het arbeidshof. Het is dan aan de werkgever om aan te tonen welke arbeidsuren werden gepresteerd, minstens om te bewijzen dat de uren waarvan de werknemer nog betaling vordert niet gepresteerd werden.

Je zou denken dat hiermee de kous af is.

Echter, recente rechtspraak oordeelt geheel anders dan het arbeidshof van Brussel tegen. Zo is onder meer de arbeidsrechtbank te Tongeren in een vonnis van 7 april 2022 van oordeel dat de rechter op het vlak van bewijslast geen gevolgen kan afleiden uit de aan- of afwezigheid van een registratie­systeem. Indien de rechter dit wel zou doen, stelt zij zich in de plaats van de wetgever, wat dus niet kan.

Op wie rust de bewijslast dan wel?

De rechtspraak houdt zich aan de gemeenrechtelijke regels inzake de bewijslast, zoals voorzien in artikel 8.4 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek. Hij die meent iemand in rechte te kunnen aanspreken, moet de feiten bewijzen die daaraan ten grondslag liggen. Hij die beweert bevrijd te zijn, dient dit ook te bewijzen. Tot slot dienen alle partijen (dus zowel de werknemer als de werkgever) mee te werken aan de bewijsvoering. Ook het oordeel van het arbeidshof te Brussel in haar arrest van 17 november 2021 gaat in die richting. Het arrest van 22 mei 2020 lijkt de uitzondering op de regel te vormen in de rechtspraak.

Het is en blijft tot nader order aan de werknemer om onbetaalde overuren te bewijzen.

Voor de goede orde: deze regels gelden ten aanzien van voltijdse werknemers. Voor deeltijdse werknemers zullen altijd de afwijkingen op hun werkrooster moeten geregistreerd worden in een afwijkingenregister. Dat hoeft niet als er een afdoende digitale registratiesysteem bestaat.

Bron: Mploy

» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid

Boeken in de kijker: