Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk

Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen

(Scale / Schoups)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen

Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille

Hoe lang dient minnelijk te worden onderhandeld in het kader van een onteigeningsproject? (Publius)

Auteur: Leandra Decuyper (Publius)

Publicatiedatum: 16/10/2020

De Vlaamse decreetgever beoogt met het decreet tot wijziging van de artikelen 2, 10 en 15 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 – zoals goedgekeurd door het Vlaams parlement op 14 oktober ll. en vandaag bekrachtigd door de Vlaamse regering – aan deze vraag tegemoet te komen.

Elk onteigeningsproject dient vanaf de inwerkingtreding van het wijzigingsdecreet* in het voorlopig onteigeningsbesluit een raming te bevatten van de minnelijke onderhandelingstermijn.

Die minnelijke onderhandelingstermijn wordt door de onteigenaar op basis van het concrete project  – aard en omvang van de te onteigenen goederen, het aantal in te nemen percelen,… – geraamd, maar kan niet langer zijn dan 1 jaar (zie art. 2 wijzigingsdecreet).

Het gewijzigde artikel 15 Vlaams Onteigeningsdecreet bepaalt thans:

‘De onteigenende instantie brengt wie zij wenst te onteigenen met een beveiligde zending op de hoogte van de minnelijke onderhandelingstermijn, die aanvangt op de derde dag na de postdatum van de zending.

De onteigenende instantie onderneemt binnen de minnelijke onderhandelingstermijn een aantoonbare poging om via onderhandelingen het te onteigenen onroerend goed of zakelijk recht minnelijk te verwerven. Deze onderhandelingsplicht van de onteigenende instantie vervalt bij het verstrijken van de minnelijke onderhandelingstermijn of als diegene die zij wenst te onteigenen uitdrukkelijk het aanvatten of verder voeren van onderhandelingen heeft afgewezen.

De Vlaamse Regering kan de omstandigheden waaruit die afwijzing van het aanvatten of verder voeren van onderhandelingen blijkt, nader bepalen. Na het verval van de in het tweede lid bedoelde onderhandelingsplicht en na het verstrijken van de in artikel 16, eerste lid, bedoelde termijn kan de onteigenende instantie de dagvaarding bij de vrederechter, zoals omschreven in artikel 46, betekenen.”’

Met andere woorden: als de minnelijke onderhandelingstermijn verstreken is – en er is een aantoonbare poging ondernomen om te onderhandelen over de minnelijke verwerving van het goed of zakelijk recht – of indien de onteigende voor het verstrijken van deze minnelijk onderhandelingstermijn uitdrukkelijk het aanvatten of verder voeren van onderhandelingen heeft afgewezen, dan 0kan de gerechtelijke onteigeningsprocedure (met inachtneming van het laatste schrifteijk bod) geïnitieerd worden.

Voorlopig ligt nog geen uitvoeringsbesluit voor die de omstandigheden waaruit de afwijzingvan het aanvatten of verder voeren van de onderhandelingen blijkt nader bepaalt.

* Er wordt in een overgangsmaatregel voorzien voor lopende onteigeningsdossiers

Lees hier het originele artikel

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed

Boeken in de kijker: