Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update

Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)

Webinar op vrijdag 20 november 2026


Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep

Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)

Webinar op donderdag 18 maart 2027


Loontransparantie anno 2027

Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck

(Claeys & Engels)

Webinar op donderdag 18 februari 2027


Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026

Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Bonusbeleid anno 2027.
Warrants en CAO nr. 90 onder de juridische loep

Mr. Mieke Deconinck en mr. Jan Lein (Claeys & Engels)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027

HvJ zet Belgische antimisbruikbepaLing voor A1-verklaringen buiten spel (Lydian)

Auteur: Pensions & Benefits team (Lydian)

Publicatiedatum: 20/08/2018

Het Hof van Justitie heeft recent nogmaals de principieel bindende kracht van de A1-verklaring bevestigd en verduidelijkt dat Europese regelgeving lidstaten niet toelaat om in nationale wetgeving te voorzien dat een A1-verklaring buiten beschouwing kan worden gelaten in geval van fraude (zaak Europese Commissie tegen België, C-356/15). Daarmee zet het Hof van Justitie de Belgische antimisbruikbepaling voor A1-verklaringen definitief buiten spel.

De Belgische wetgever voerde in 2012 een antimisbruikbepaling in die de nationale rechter, de sociale zekerheidsinstanties en de sociale inspecteurs zouden toelaten om een frauduleuze A1-verklaring eenzijdig naast zich neer te leggen. Deze bepaling werd ingevoerd om de strijd tegen de sociale fraude te versterken, maar werd in de praktijk niet toegepast. Deze antimisbruikbepaling is nu definitief buiten spel gezet door het Hof, nadat de Europese Commissie een inbreukprocedure had opgestart tegen België.

In navolging van zijn oudere rechtspraak (Banks (C-178/97), Fitzwilliam (C-202/97), Herbosch-Kiere (C-2/05) en A-Rosa Flussschiff (C-620/15)) bevestigt het Hof de principiële bindende kracht van een A1-verklaring. Lidstaten kunnen volgens het Hof niet eenzijdig beslissen om een A1-verklaring naast zich neer te leggen, zelfs bij manifeste onjuistheden, maar moeten de specifieke dialoog- en bemiddelingsprocedure uit de Europese coördinatieverordeningen volgen voor de beslechting van een geschil over de geldigheid of juistheid van een A1-verklaring:

  • Ten eerste moet de lidstaat de sociale zekerheidsinstanties van de zendstaat vragen om de afgeleverde A1-verklaring te heroverwegen of in te trekken;
  • Als de lidstaten het niet eens worden, dienen zij de zaak aan de administratieve commissie voor te leggen, die de standpunten van de lidstaten tracht te verzoenen;
  • Kan de commissie geen verzoening bewerkstelligen, dan kunnen de lidstaten een niet-nakomingsprocedure inleiden voor het Europees Hof van Justitie die de juistheid van de gegevens op de A1-verklaring zal onderzoeken.

Het Hof nuanceert de bindende kracht van de A1-verklaring echter in geval van fraude en verwijst hiervoor naar zijn recente arrest Altun (C-359/16), dat eerder dit jaar tijdens de procedure tussen de Europese Commissie en België werd geveld. In geval van fraude kan de nationale rechter volgens het Hof onder welbepaalde voorwaarden een A1-verklaring buiten toepassing laten (e-zine van 6 februari 2018).

België kan de antimisbruikbepaling voor A1-verklaringen ten gevolge van het nieuw arrest niet (langer) toepassen en moet nu de geschikte maatregelen nemen die nodig zijn om het arrest van het Hof van Justitie uit te voeren. In de praktijk verandert er wellicht weinig aangezien de antimisbruikbepaling toch niet werd toegepast.

Lees hier het originele artikel

» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid

Boeken in de kijker: