Bonusbeleid anno 2027.
Warrants en CAO nr. 90 onder de juridische loep
Mr. Mieke Deconinck en mr. Jan Lein (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 29 januari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Ontslag van A tot Z anno 2027
Mr. Kato Aerts, mr. Katrien Coenen
en mr. Sarah Witvrouw (Lydian)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Grensoverschrijdende sociale zekerheid
anno 2026: een update
Dhr. Bruno De Pauw (RSZ)
Webinar op vrijdag 20 november 2026
Tewerkstelling van buitenlandse
werknemers anno 2026
Mr. Sophie Maes en mr. Simon Albers (Claeys & Engels)
Webinar op vrijdag 23 oktober 2026
Loontransparantie anno 2027
Mr. Dieter Dejonghe en mr. Veerle Van Keirsbilck
(Claeys & Engels)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Verplaatsingstijd in schoonmaaksector : arbeidstijd en dus loon verschuldigd? Arbeidshof Antwerpen 17 april 2018 (LegalNews.be)
Auteur: LegalNews.be
Publicatiedatum: 30/05/2018
In de recentste nieuwsbrief van het Instituut voor Arbeidsrecht van de KULeuven wordt het zeer recente arrest van het Arbeidshof te Antwerpen van 17 april 2018 becommentarieerd door mevr. Sarah De Groof.
Hieronder volgt haar bijdrage:
‘Een echtpaar werkt samen als vlinderploeg in de schoonmaaksector en verplaatst zich doorheen de werkdag geregeld naar verschillende klanten. De werkgever vergoedde deze verplaatsingen met een mobiliteitsvergoeding. Volgens de werknemers is de verplaatsingstijd van de woonplaats naar de eerste en laatste plaats van tewerkstelling en de tijd waarin zij zich tussen de werven verplaatsten, arbeidstijd.
Het arbeidshof verwijst naar het begrip arbeidstijd uit de Europese Arbeidstijdrichtlijn, en stelt dat op de nationale rechter de verplichting rust het nationaal recht zoveel mogelijk in overeenstemming met het Europees recht uit te leggen. Vervolgens verwijst het arbeidshof naar het arrest-Tyco (C-266/14, NB Arbeidsrecht 2015/7), waarin geoordeeld werd dat de tijd die werknemers zonder vaste of gebruikelijke werkplek dagelijks besteden aan de reis tussen hun woonplaats en de locatie van de door de werkgever aangeduide klant, arbeidstijd is in de zin van de Arbeidstijdrichtlijn. Het arbeidshof vervolgt dat ook in deze zaak de verplaatsingstijd bijgevolg als arbeidstijd moet worden gezien, een andere lezing zou in strijd zijn met het doel van de Arbeidstijdrichtlijn.
Nu de verplaatsingstijd arbeidstijd is, rest nog de belangrijke vraag hoe die moet worden vergoed. Het arbeidshof merkt terecht op dat noch de Europese, noch de Belgische wetgeving iets bepaalt over een vergoeding. Een sector-cao bepaalt wel een mobiliteitsvergoeding voor verplaatsingstijd, maar die geldt niet voor vlinderploegen waartoe de werkneemster volgens het arbeidshof behoort, zodat volgens het arbeidshof voor de verplaatsingstijd hetzelfde loon als de effectieve arbeid moet worden betaald.
Komt nog bij dat de grens voor overloon in de sector op 37 uur is bepaald en het arbeidshof oordeelt dat er kan worden teruggegaan tot het begin van de tewerkstelling, zodat de werkneemster het bedrag van 56.322,30 EUR bruto als loonachterstal wordt toegekend.
Zelf moet ze wel de ontvangen mobiliteitsvergoeding terugbetalen van 4.880,09 EUR netto.’
» Bekijk alle artikels: Arbeid & Sociale zekerheid














