Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep
Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)
Webinar op donderdag 18 maart 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk
Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen
(Scale / Schoups)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Webinar op donderdag 20 mei 2027
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen
Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)
Webinar op donderdag 26 november 2026
Contractuele wanprestatie: kan men tussen contractpartijen een aanspraak laten gelden op buitencontractuele grondslag? (LegalNews)
Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)
Het lijdt geen twijfel dat het bestaan van een contract gevolgen kan hebben jegens derden: het onderscheid tussen de interne en de externe werking van het contract vormt trouwens de hoeksteen van het leerstuk van de derdenwerking, zoals bepaald in art. 5.103 BW.
Op dinsdagnamiddag 12 september 2023 geeft prof. dr. Prof. dr. Vincent Sagaert tijdens de webinar ‘De gevolgen van het contract voor derden. Een analyse na de inwerkingtreding van Boek 5‘ een praktijkgerichte analyse van deze complementaire beginselen van relativiteit en tegenwerpelijkheid, uiteraard ook in het licht van het nieuwe verbintenissenrecht.
Elke deelnemer ontvangt het boek ‘Beginselen van verbintenissenrecht. De contractuele en quasi-contractuele verbintenissen’ (feb. 2023). Nadien wordt deze webinar ook on demand aangeboden (zonder boek).
***
In zijn boek ‘Beginselen van verbintenissenrecht. De contractuele en quasi-contractuele verbintenissen’ behandelt prof. dr. Vincent Sagaert de samenloop en co-existentie van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid.
Is het mogelijk om tussen contractpartijen in geval van contractuele wanprestatie niet te vorderen op grond van artikel 5.69 BW maar wel op grond van artikel 1382 oud BW?
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom in sommige gevallen een dergelijke buitencontractuele vordering voordeliger is dan een contractuele vordering. Bvb. contractuele aansprakelijkheid leidt immers in beginsel enkel tot vergoeding van voorzienbare schade, terwijl een contractpartij ook aanspraak wil maken op niet-voorzienbare schade. Het is ook mogelijk dat de verjaringstermijn van de contractuele aansprakelijkheid al verstreken is: indien de schade zich pas een zekere tijd na de fout manifesteerde, is het denkbaar dat de buitencontractuele termijn pas na de contractuele termijn verstrijkt.
Hier spelen uiteraard tegengestelde belangen: enerzijds mag men aan het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht zijn slagkracht niet ontnemen, maar anderzijds mag het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht geen ontsnappingsroute zijn om aan duidelijke en bindende afspraken tussen partijen te ontkomen.
Het principieel verbod van samenloop tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid.
In principe geldt er een samenloopverbod, maar er zijn twee uitzonderingen:
- Een contractpartij kan quasi-delictueel aansprakelijk worden gesteld indien de haar ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsverplichting die op haar rust en indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijden schade heeft veroorzaakt.
- Een contractpartij kan quasi-delictueel aansprakelijk worden gesteld indien haar fout niet alleen een contractuele tekortkoming uitmaakte, maar tegelijk ook een (strafrechtelijk sanctioneerbaar) misdrijf.
Het gaat dus om twee hypothesen, waarvan de eerste hypothese een cumulatieve voorwaarde stelt.
Verfijningsleer of verdwijningsleer?
Bij de eerste uitzondering op het samenloopverbod is er van oudsher een stellingenoorlog tussen de verfijningsleer en de verdwijningsleer:
- Volgens de verdwijningsleer, die lijkt erkend te zijn door het Hof van Cassatie in zijn klassieke formulering, kan een contractpartij wegens een bij de uitvoering van het contract begane fout, slechts buitencontractueel aansprakelijk worden gesteld wanneer de haar ten laste fout een tekortkoming uitmaakt, niet aan de contractuele verbintenis, maar aan de algemene zorgvuldigheidsplicht, en wanneer die fout andere dan aan de slechte uitvoering van het contract te wijten schade heeft veroorzaakt. Lees de Cassatiearresten van 21 juni 2002 en 1 juni 2021. Dit zou dan inhouden dat de fout en de schade vreemd moeten zijn aan de uitvoering van het contract.
- Volgens de verfijningsleer, die recenter door het Hof van Cassatie lijkt te zijn verankerd (lees het Cassatiearrest van 29 september 2006) kan een contractpartij slechts buitencontractueel aansprakelijk worden gesteld wanneer de haar ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsplicht. Volgens deze leer is de toepassing van de buitencontractuele aansprakelijkheid nog mogelijk wanneer de fout en de schade niet zuiver contractueel zijn. Het is volgens de ‘verfijners’ dus vereist dat de fout vreemd is aan het contract
» Bekijk alle artikels: Verbintenissen & Goederen


















