Beding van eigendomsvoorbehoud (Lawcom)

Auteur: Lawcom

Publicatiedatum: 04/07/2017

Een beding van eigendomsvoorbehoud komt frequent voor als standaardbeding in de algemene voorwaarden van verkopers van roerende goederen. Het zou een effectief en efficiënt zekerheidsmechanisme zijn tot waarborg van betaling door de koper, maar wat houdt de clausule exact in, hoe wordt ze wettelijk geregeld en wat zijn haar geldigheids- en tegenstelbaarheidsvoorwaarden. Dit zijn enkele belangrijke vragen waarmee men rekening dient te houden bij het redigeren van een beding van eigendomsvoorbehoud.

Beding van eigendomsvoorbehoud

Volgens artikel 1583 B.W. is tussen partijen de koop voltrokken zodra er overeenkomst is betreffende de zaak en de prijs. De overdracht van eigendom geschiedt op dat tijdstip, zelfs vóór enige betaling of levering. Bedoelde wettelijke bepaling raakt evenwel niet de openbare orde, zodat de partijen kunnen overeenkomen dat de overdracht van eigendom van roerende goederen slechts zal geschieden na volledige betaling van de prijs. Dit noemt men een beding van eigendomsvoorbehoud.

Wettelijk kader

Regels omtrent eigendomsvoorbehoud zitten vervat in de faillissementswet enerzijds en de pandwet anderzijds.

Artikel 101 van de faillissementswet erkent de tegenstelbaarheid van het beding van eigendomsvoorbehoud op roerende goederen bij faillissement van de koper onder bepaalde strikte voorwaarden:

“Het faillissement doet geen afbreuk aan het recht van terugvordering van de eigenaar van de goederen die in het bezit zijn van de schuldenaar.

Evenwel kunnen de roerende goederen, verkocht met een beding dat de eigendomsoverdracht opschort tot de volledige betaling van de prijs, slechts op grond van dat beding van de schuldenaar worden teruggevorderd, voor zover dit schriftelijk is opgesteld uiterlijk op het ogenblik van de levering van het goed. Daarenboven moeten die goederen zich in natura bij de schuldenaar bevinden. Ze mogen derhalve niet onroerend door incorporatie zijn geworden, noch vermengd zijn met een ander roerend goed.”

De pandwet van 11 juli 2013 voorziet in een algemene en verruimde wettelijke regeling van het eigendomsvoorbehoud. Zo voorziet deze wet onder meer in de afschaffing van artikel 101 faillissementswet en de incorporatie van de algemene principes van het eigendomsvoorbehoud in het Burgerlijk Wetboek (zie infra). De nieuwe regeling zal trouwens niet alleen bij faillissementen toegepast kunnen worden, maar ook bij elke situatie van samenloop tussen schuldeisers.

De inwerkingtreding van de Pandwet was oorspronkelijk voorzien op 1 december 2014 en werd reeds uitgesteld tot 1 januari 2017. Eind 2016 werd de inwerkingtreding opnieuw uitgesteld tot 1 januari 2018, met de mogelijkheid om de wet vervroegd in werking te laten treden bij koninklijk besluit.

Algemene principes betreffende het eigendomsvoorbehoud (pandwet/burgerlijk wetboek)

Het voornaamste principe is dat roerende goederen, verkocht met een beding dat de eigendomsoverdracht opschort tot de volledige betaling van de prijs, kunnen worden teruggevorderd wanneer de koper in gebreke blijft de koopprijs te betalen voor zover dit eigendomsvoorbehoud schriftelijk is opgesteld uiterlijk op het ogenblik van de levering van het goed.

Het geschrift moet noch door de koper, noch door verkoper ondertekend worden. Het is de verkoper die moet bewijzen dat het geschrift tijdig en werkelijk is opgesteld. Hij draagt de bewijslast, maar kan dit met alle rechtsmiddelen bewijzen. Is de koper evenwel een consument dan dient de instemming van de koper uit het geschrift te blijken.

Het terugvorderingsrecht krachtens een beding van eigendomsvoorbehoud kan bovendien worden uitgeoefend ongeacht de juridische aard van de overeenkomst waarin het is opgenomen (koop, ruil, aanneming, inbreng,…). Het eigendomsvoorbehoud kan dus toepassing vinden op alle zogenaamde translatieve overeenkomsten.

De eigendomsoverdracht heeft overeenkomstig het gemeen recht tot gevolg dat ook het risico voor de zaak voor rekening van de eigenaar is. In geval van eigendomsvoorbehoud ligt het risico derhalve bij de verkoper, ook wanneer hij de zaak reeds aan de koper heeft geleverd. Contractueel kunnen de risico’s evenwel ten laste van de koper worden gelegd. Dit vind je dan ook vaak terug bij clausules aangaande eigendomsvoorbehoud in de algemene voorwaarden.

Het eigendomsvoorbehoud strekt zich eveneens uit tot alle schuldvorderingen die in de plaats komen van de met eigendomsvoorbehoud bezwaarde goederen, waaronder de schuldvorderingen uit de overdracht ervan en deze tot vergoeding wegens tenietgaan, beschadiging of waardeverlies van het bezwaarde goed. Voorwaarde is wel de traceerbaarheid (individualiseerbaarheid) van de schuldvordering. Met andere woorden, wanneer de onder eigendomsvoorbehoud verkochte goederen worden omgezet in een schuldvordering (vb. bij doorverkoop), dan komt het recht van de initiële verkoper-eigenaar in de toekomst te rusten op deze schuldvordering (vb. de schuldvordering op de doorverkoopprijs). Dit is een toepassing van de zakelijke subrogatie.

Het beding van eigendomsvoorbehoud is aan geen enkele publiciteitsvoorwaarde onderworpen. Het hoeft dus niet in het pandregister opgenomen te worden. In sommige gevallen is dit evenwel aan te raden. Indien de verkochte roerende goederen onroerend worden door incorporatie (d.w.z. dat roerende goederen de facto worden vastgemaakt aan een onroerend goed), dan blijft het eigendomsvoorbehoud slechts behouden op voorwaarde van registratie in het pandregister. Opgelet! Het eigendomsvoorbehoud geldt niet bij onroerendmaking door bestemming (d.w.z. dat roerende goederen fysiek verplaatsbaar zijn, maar als accessorium van een onroerend goed ook als onroerend worden beschouwd). Heeft de overdrager zijn eigendomsvoorbehoud geregistreerd in het Pandregister, dan zal hij bv. bij faillissement van de overnemer meestal voorrang hebben op de schuldeiser die een hypotheek bezit op het betrokken onroerend goed.

Wanneer de verkochte roerende goederen door de koper verwerkt of vermengd worden dan zal het eigendomsvoorbehoud betrekking hebben op het door verwerking of vermenging nieuw tot stand gekomen goed. Dit ondanks dat het goed niet langer identificeerbaar en bij de schuldenaar in natura aanwezig is. Deze oude in naturavereiste uit artikel 101 van de faillissementswet valt door de pandwet immers weg.

Tot slot, in geval van terugvordering geldt een verrijkingsverbod. De verkoper onder eigendomsvoorbehoud is logischerwijze maar eigenaar tot zekerheid van ten hoogste het bedrag van de uitstaande schuld van de koper onder het eigendomsvoorbehoud. De verkoper verrekent de waarde van het teruggevorderde goed met zijn schuldvordering. Overtreft deze waarde het bedrag van de schuldvordering dan is de verkoper tot afdracht aan de koper verplicht van het saldo.

Algemene Voorwaarden

Een clausule van eigendomsvoorbehoud kan opgenomen worden in de algemene voorwaarden en is alsdan tegenstelbaar, mits de koper voorafgaand aan de koop en aan de levering van de goederen kennis nam van de algemene voorwaarden en deze door hem werden aanvaard. Let wel op! Het is dus niet voldoende dat het beding pas voor het eerst opduikt in de algemene voorwaarden vermeld op de achterzijde van de factuur wanneer de factuur zoals gebruikelijk pas aan de klant wordt toegestuurd na de levering van de goederen.

Conclusie

De evolutie in de wettelijke regeling komt de handel en economie ten goede. De strikte voorwaarden uit de faillissementswetgeving worden door de pandwet van 2013 afgeschaft en een algemene regeling in het Burgerlijk Wetboek zit in de pijplijn. Het beding van eigendomsvoorbehoud is een volwaardig en effectief zekerheidsmechanisme en een must-have in de algemene voorwaarden van elke leverancier-verkoper.

Lees hier het originele artikel