>>>Nieuwe EU richtlijn auteursrecht: het einde van de internetvrijheid? (K law)

Nieuwe EU richtlijn auteursrecht: het einde van de internetvrijheid? (K law)

Auteurs: David Van Iseghem en Thomas Degraeve (K law)

Publicatiedatum: 16/07/2019

Het Europees Parlement keurde op 26 maart 2019 de controversiële richtlijn inzake auteursrechten in de digitale ééngemaakte markt goed. Hierover bestaat er heel wat controverse, voornamelijk door twee bepalingen die auteurs extra ondersteunen.

1. Recht (sui generis) op vergoeding

Artikel 15 kent een nieuw “sui generis” recht toe aan uitgevers van perspublicaties, bv. traditionele dagbladuitgevers, internetkranten, e.d.m. Deze uitgevers kunnen vanaf nu gedurende 2 jaar na publicatie aanspraak maken op een vergoeding – waarvan de auteur een passend aandeel dient te krijgen – voor de herpublicatie van hun persartikels of foto’s door onlinediensten zoals Google en Facebook.

Het opzet is duidelijk: de uitgeverijsector en de auteurs mee laten profiteren van de (advertentie-)inkomsten die bedrijven als Google en Facebook al jarenlang opstrijken met dergelijke herpublicaties.

De rechten van de persuitgevers gelden niet t.a.v. hyperlinking, het gebruik van losse woorden of zeer korte fragmenten noch particulier of niet-commercieel gebruik van perspublicaties. Ook nieuwsoverzichten of newsfeeds en privéposts van gebruikers zijn vrijgesteld om de internetvrijheid niet al te zeer te beknotten.

2. Auteursrechtelijke bescherming op het internet

Daarnaast hebben aanbieders zoals Facebook, YouTube, Twitter, Google en Instagram krachtens artikel 17 voortaan de toestemming van de auteur of artiest nodig, bijvoorbeeld door middel van het sluiten van een licentieovereenkomst, om werken mee te delen of beschikbaar te stellen voor het publiek. Ook dit zal de positie van de auteurs versterken om te onderhandelen en logischerwijze een vergoeding te ontvangen voor het online gebruik van hun werken.

Bij gebreke aan toestemming zijn deze aanbieders rechtstreeks aansprakelijk voor inbreuken op auteursrecht, tenzij ze kunnen aantonen dat:

  • ze alles in het werk hebben gesteld om toestemming te krijgen, en
  • ze alles in het werk hebben gesteld om met de door de maker geleverde informatie, de werken niet beschikbaar te maken, en
  • ze na ontvangst van voldoende onderbouwde melding van de maker, de werken meteen verwijderen en alles in het werk hebben gesteld om een toekomstige inbreuk te voorkomen. Grote aanbieders worden dus ‘de facto’ verplicht om een automatische filter te plaatsen die inbreukmakende werken herkent. Voor start-ups worden er lichtere vereisten opgelegd.

Er is geen toestemming nodig voor een citaat, kritiek of recensie en het gebruik voor een karikatuur, parodie of pastiche. Het plaatsen van memes of GIF’s is dus nog steeds mogelijk zonder toestemming. Of een automatische filter in staat zal zijn om bv. een parodie te herkennen, is een andere vraag …

3. Extra mechanismen

Aanbieders van dergelijke diensten moeten ook een doeltreffend en snel klachten- en beroepsmechanisme opstellen, mede onderworpen worden aan menselijke toetsing.
Daarnaast moeten de lidstaten ook voorzien in buitengerechtelijke geschillenbeslechting, dit onverminderd de toegang tot de rechterlijke instantie.

4. Nieuwe uitzonderingen op het auteursrecht

Een laatste nieuwigheid is de invoering van drie nieuwe uitzonderingen op het auteursrecht:

  • Instellingen voor cultureel erfgoed, zoals musea of bibliotheken, mogen kopieën maken van werken, die permanent deel uitmaken van hun collectie, met als doel en voor zover noodzakelijk voor het behoud van dergelijke werken.
  • Onderzoeksorganisaties en instellingen voor cultureel erfgoed mogen reproducties maken en opvragingen verrichten van werken voor tekst- en datamining (d.i. een geautomatiseerde analysetechniek) met het oog op wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast is er ook een algemene uitzondering voor tekst- en datamining (dus niet met het oog op wetenschappelijk onderzoek).
  • Leerkrachten en studenten mogen digitaal gebruik maken van werken als illustratie bij het onderwijs.
5. Inwerkingtreding en implementatie

De richtlijn die op 26 maart 2019 door het Europees Parlement werd aangenomen, trad 6 juni 2019 in werking. De lidstaten hebben nu 24 maanden de tijd om de nieuwe regels in hun nationale wetgeving om te zetten.

De praktische implementatie van artikel 15 en 17 zal daarbij o.m. afhangen van de omzetting in nationale wetgeving en de nog door de Europese Commissie uit te vaardigen richtsnoeren. Vermoed wordt dat men voor de nodige toestemming in bepaalde sectoren beroep zal kunnen doen op belangenverenigingen (bv. Sabam). Het risico bestaat evenwel dat censuur zal toenemen of dat het openbaar maken van werken ernstig bemoeilijkt wordt.

Lees hier het originele artikel

Lees hier meer bijdragen over ‘auteursrecht’

2019-07-17T09:33:32+00:00 17 juli 2019|Categories: Intellectuele rechten - Privacy, IT & IP recht|Tags: , |