>>>Krachtlijnen nieuwe vereffeningsprocedure voor vennootschappen (Peeters Euregio Law)

Krachtlijnen nieuwe vereffeningsprocedure voor vennootschappen (Peeters Euregio Law)

Auteurs: Jan Peeters en Sofie Jacobs (Peeters Euregio Law)

Publicatiedatum: 30/05/2018

De ontbinding en vereffening zijn belangrijke fases in het ‘leven’ van een vennootschap. Door de ontbinding zal de vennootschap immers haar rechtspersoonlijkheid verliezen en ophouden te bestaan. Voorafgaand aan de ontbinding zal de vennootschap haar vermogen moeten vereffenen, waarbij zij haar activa te gelde maakt met oog op de aanzuivering van haar passiva. Hierbij dienen de rechten van de schuldeisers te worden beschermd, aangezien zij bij de verdeling van de activa voorrang hebben op de aandeelhouders. Dit geeft vaak aanleiding tot een belangenconflict tussen schuldeisers en aandeelhouders.

Aangezien dit belangenconflict bij een deficitaire vereffening (waarbij de passiva groter zijn dan de activa) sterker speelt, vereist een deficitaire vereffening meer waarborgen voor de schuldeisers dan een niet-deficitaire (batige) vereffening. Desondanks wordt er in de huidige wetgeving bij de vereffeningsprocedure geen onderscheid gemaakt op basis van de vermogenstoestand van de vennootschap. Zowel een deficitaire als een niet-deficitaire (batige) vereffening dienen in principe te gebeuren volgens de gewone vereffeningsregels. Dit heeft ertoe geleid dat de vereffeningsprocedure een middenweg is. Een typisch Belgisch compromis dus. Hierdoor zijn de regels echter nodeloos complex voor een niet-deficitaire vereffening, waardoor vennootschappen hun toevlucht zoeken bij de vereffening en ontbinding in één akte (hoewel zij eigenlijk gebaat zouden zijn bij een gewone vereffening). Anderzijds bieden de huidige regels niet voldoende waarborgen voor een deficitaire vereffening, waardoor vennootschappen dan weer gedreven worden in de richting van een faillissementsprocedure. Daarnaast bevat de huidige wetgeving eveneens een aantal lancunes, waarop rechtspraak en rechtsleer geen eenduidig antwoord hebben.

Om hieraan tegemoet te komen, heeft de wetgever in het kader van de hervorming van het vennootschapsrecht een aantal grondige wijzigingen voorzien voor de vereffeningsprocedure. De belangrijkste krachtlijnen van de hervorming worden hieronder besproken.

1. Versoepeling van de procedure inzake niet-deficitaire (batige) vereffeningen

In het kader van een vereffening dient men vandaag tweemaal langs de rechter te passeren: een eerste keer ter bevestiging van de benoeming van de vereffenaar en een tweede keer voor de goedkeuring van het verdelingsplan. Deze procedure wordt voor eenvoudige vereffeningen als onnodig complex en duur ervaren.

Door de hervorming zal de tussenkomst van de rechter afhankelijk gemaakt worden van de vermogenstoestand op verschillende momenten gedurende de vereffeningsprocedure.

Bevestiging van benoeming vereffenaar

De rechter zal niet meer tussenkomen bij de benoeming van de vereffenaar indien uit de staat van activa en passiva blijkt dat alle schuldeisers volledig terugbetaald kunnen worden (niet-deficitaire vereffening). Is dit niet het geval, dan zal men nog steeds dienen te passeren langs de rechter ter goedkeuring van de benoeming van de vereffenaar.

Blijkt later in de procedure dat het toch een deficitaire vereffening betreft, bezit iedere belanghebbende de mogelijkheid om aan de voorzitter van de bevoegde rechtbank de vervanging van de vereffenaar om wettige redenen te vragen.

Bijgevolg wordt de controle vóór de aanstelling van de vereffenaar vervangen door een controle achteraf.

Goedkeuring van plan van verdeling

Ook bij het opstellen van het plan van verdeling zal de rechter enkel nog dienen tussen te komen indien het een deficitaire vereffening betreft. Of er al dan niet sprake is van een deficitaire vereffening zal in deze fase bepaald worden op basis van het werkelijk vereffeningsresultaat.

2. Uitbreiding van het toepassingsgebied van de ééndagsprocedure

Tot op heden kan een vennootschap slechts worden vereffend en ontbonden in één akte indien

(i) alle schulden ten aanzien van derden zijn terugbetaald of de nodige gelden om die schulden te voldoen, zijn geconsigneerd. In deze situatie worden aandeelhouders niet beschouwd als derden, zodat schulden ten aanzien van de aandeelhouders de toepassing van de ééndagsprocedure niet in de weg staan; en

(ii) de beslissing tot ontbinding en vereffening in één akte wordt genomen met eenparigheid van stemmen, hetgeen vereist dat alle vennoten aanwezig zijn én alle vennoten instemmen met de beslissing tot toepassing van de eendagsprocedure.

Schulden ten aanzien van derden

Door de hervorming zou de vereffening en verdeling in één akte mogelijk zijn zelfs indien de vennootschap nog onbetaalde schulden heeft ten aanzien van derden. Deze schuldeisers zullen echter schriftelijk moeten instemmen met de toepassing van de ééndagsprocedure. Te verwachten valt dat ‘echte’ derden niet snel geneigd zullen zijn hun instemming te verlenen aan deze procedure aangezien zij hun schuldvordering zien verdwijnen. Deze bepaling doelt dan ook voornamelijk op schuldvorderingen van vennootschappen van dezelfde groep of van nauwe verwanten van de oprichters (bv. vrienden en familie).

Aanwezigheidsquorum en bescherming van de vennoot-schuldeiser

Daarnaast zou de hervorming het aanwezigheidsquorum versoepelen zodat de aanwezigheid van de helft van de vennoten reeds voldoende zal zijn om de ééndagsprocedure door te voeren. De aanwezige vennoten zullen wel nog steeds allemaal moeten instemmen met het voorstel. Daartegenover staat dat de vennoten die een schuldvordering hebben ten aanzien van de vennootschap een individuele bescherming zullen genieten doordat zij op voorhand schriftelijk hun akkoord dienen te geven.

3. Beslechting van een aantal fundamentele vragen

Als laatste beantwoordt de hervorming een aantal fundamentele vragen waarover geen eensgezindheid bestond binnen de rechtspraak en rechtsleer.

Bestemming vergeten activa

Wanneer achteraf blijkt dat een aantal activa van de vennootschap wegens vergetelheid niet vereffend werden, is het onduidelijk welk statuut deze activa hebben. Maken de vennoten automatisch aanspraak op deze activa of dienen deze activa beschouwd te worden als res nullius, waardoor deze uiteindelijk door verkrijgende verjaring toekomen aan de Staat?

In het voorstel wordt deze discussie definitief beslecht en wordt uitdrukkelijk bepaald dat de vennoten van rechtswege de onverdeelde eigenaars zullen worden van de activa die na de sluiting van de vereffening nog zouden opduiken.

Aansprakelijkheid vergeten passiva

Wanneer na de sluiting van de vereffening nog onbetaalde schuldeisers opduiken, wordt traditioneel aanvaard dat de vennoten niet meer gehouden zijn tot betaling van deze schulden. Deze zienswijze gaat echter in tegen het principe dat schuldeisers steeds voorrang hebben op vennoten. Vandaar gingen rechtsleer en rechtspraak op zoek naar alternatieve oplossingen voor deze schuldeisers, zoals bv. de persoonlijke aansprakelijkheid van de vereffenaar.

Om hieraan tegemoet te komen, bepaalt het hervormingsvoorstel dat de vennoten toch aansprakelijk zullen zijn ten aanzien van vergeten schuldeisers indien de schuldeiser kwade trouw in hoofde van de vennoten kan bewijzen. De aansprakelijkheid van de vennoten zal logischerwijze slechts beperkt zijn tot hetgeen de vennoten uit de vereffening hebben ontvangen. Bij een deficitaire vereffening zullen vennoten aldus niet aansprakelijk gesteld kunnen worden. Wanneer toepassing werd gemaakt van de ééndagsprocedure zullen de vergeten schuldeisers bovendien geen kwade trouw moeten aantonen en volstaat het dus dat de vennoten een batig saldo hebben ontvangen.

Heropening van de vereffening

De heropening van de vereffening is onder huidig recht enkel mogelijk wanneer het sluitingsbesluit aangetast is door bedrog. Nochtans werd in de rechtsleer bepleit dat een heropening ook mogelijk moet zijn indien een geldig sluitingsbesluit werd genomen.

Als gevolg van de hervorming zullen schuldeisers beschikken over een bijkomende remedie en zal een beperkte heropening van de vereffening mogelijk zijn indien de vereffening deficitair werd afgesloten en er nadien nog vergeten activa opduiken. Deze heropening zal dan enkel betrekking hebben op de opgedoken activa.

Tot slot dient nog te worden benadrukt dat de hervormingsvoorstellen nog niet definitief zijn en mogelijks nog gewijzigd kunnen worden. De nieuwe regels zullen wellicht gelden vanaf 1 januari 2019. Voor overige wijzigingen aan het vennootschapsrecht in het kader van de hervorming, verwijzen wij naar onze nieuwsbrief Krachtlijnen hervorming vennootschapsrecht.

Lees hier het originele artikel

2018-06-04T11:58:06+00:00 4 juni 2018|Categories: Faillissement en WCO - Ondernemingsrecht|Tags: , |