>>>Gedwongen uitvoering in tijden van Covid-19 (aternio)

Gedwongen uitvoering in tijden van Covid-19 (aternio)

Auteur: Liese Leman (aternio)

Publicatiedatum: 04/01/2020

De Belgische wetgever blijft zorgen voor tegemoetkomingen en steunmaatregelen in tijden van Covid-19. Het nieuw wetgevend ingrijpen ligt in dezelfde lijn als het Koninklijk Besluit n° 15 betreffende de tijdelijke opschorting ten voordele van ondernemingen van uitvoeringsmaatregelen en andere maatregelen gedurende de Covid-19 crisis.

Op de dag van kerstavond is de wet van 20 december 2020 houdende diverse tijdelijke en structurele bepalingen inzake justitie in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus Covid−19 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De wetgever ontpopt zich tot kerstman. Ook benieuwd wat er in de kerstsok zit?

Niet iedereen valt in de bloemetjes

De kerstman verduidelijkt dat niet alle ondernemingen kunnen genieten van een zalig eindejaar en zorgeloos het nieuwe jaar kunnen ingaan.

De kerstsok hangt enkel op bij de onfortuinlijke ondernemingen die voldoen aan 3 cumulatieve voorwaarden:

  1. de onderneming die moest sluiten op grond van het M.B. van 28 oktober 2020, gewijzigd door het M.B. van 1 november 2020. Bijvoorbeeld alle niet-essentiële winkels, kappers, restaurants, …;
  2. de continuïteit van de onderneming is bedreigd door de verspreiding van de Covid−19-crisis;
  3. de onderneming was niet in staking van betaling op 18 maart 2020.

Er moet dus sprake zijn van een “gezonde” onderneming. Alsdan genieten zij van een tijdelijke opschorting van uitvoeringsmaatregelen als ze toch in de problemen zouden komen.

De opschorting loopt voorlopig tot 31 januari 2021. Een verlenging is nog mogelijk door de ministerraad.

Welke maatregelen?

Op voorgemelde ondernemingen kan geen bewarend of uitvoerend beslag op de roerende goederen worden gelegd. Evenmin zijn andere middelen van tenuitvoerlegging mogelijk. Er kan dus wél nog steeds beslag worden gelegd op de onroerende goederen van deze ondernemingen.

Dergelijke beperking is logisch. Het nemen van uitvoeringsmaatregelen moet immers proportioneel gebeuren. Indien de schulden uit de pan rijzen, moet de schuldeiser kunnen optreden. Het leggen van beslag op een onroerend goed van 500.000 euro is weinig proportioneel aan een schuld van bijvoorbeeld 5.000 euro. Hier zal een beslag op de roerende goederen vaak al bevredigend genoeg zijn.

Overeenkomsten gesloten voor 24 december 2020 kunnen niet eenzijdig of gerechtelijk worden ontbonden wegens een wanbetaling van een geldschuld opeisbaar onder de overeenkomst.

Faillissement / WCO

De onderneming kan niet op dagvaarding failliet verklaard worden. Ook een gerechtelijke ontbinding is uit den boze. Hierop bestaat wel nog een uitzondering. Het kan nog steeds op initiatief van het openbaar ministerie of door de voorlopige bewindvoerder of met de toestemming van de schuldenaar.

De wet bepaalt uitdrukkelijk dat deze beperking enkel geldt indien de faillissementsvoorwaarden het gevolg zijn van de Covid−pandemie en haar gevolgen. Dit wijst terug naar de voorwaarde dat een onderneming waar wél sprake was van een staking van betaling voordat all hell broke lose niet buiten spel staat.

De betalingstermijnen opgenomen in een reorganisatieplan worden verlengd met een duur gelijk aan die van de opschorting.

Laatste strohalm voor de schuldeiser uit de kerstsok

Elke belanghebbende partij kan bij dagvaarding de voorzitter van de ondernemingsrechtbank verzoeken te beslissen dat een onderneming niet valt onder het toepassingsgebied van de wet. De voorzitter houdt rekening met de vraag of ten gevolge van Covid−19 de omzet of activiteit van de schuldenaar sterk is gedaald, of er volledig of deels beroep is gedaan op economische werkloosheid en of de overheid bevel heeft gegeven tot sluiting van de onderneming van de schuldenaar, alsook met de belangen van de verzoeker.

Het loont soms om geen onderneming te zijn

Ook alle natuurlijke personen, die geen onderneming zijn, genieten van de tijdelijke opschorting. Een particulier met betalingsproblemen ontkomt voorlopig aan een uitvoerend beslag. Beslag is wel mogelijk op een onroerende goed dat niet de woonplaats is van de schuldenaar. De lopende beslagen genieten het voordeel van de opschorting. Daarnaast zijn ook loonsoverdrachten niet mogelijk.

Een gedwongen uitvoering kan uiteraard nog steeds als er een minnelijk akkoord is met de schuldenaar.

Tot slot valt op dat de kerstman graag een paar cadeautjes voor zichzelf voorbehoudt. Invorderingen van veroordeling in strafzaken of invorderingen van alle sommen verschuldigd uit hoofde van belastingen, voorheffingen, taksen, verhogingen, geldboeten, interesten, ingevolge een fiscale of sociale fraude blijven mogelijk.

In het Brussels Gewest en het Waals Gewest hebben de deelregeringen uithuiszettingen tijdelijk verboden. Het Vlaams Gewest heeft geen dergelijk verbod uitgevaardigd. De gerechtsdeurwaarders in Vlaanderen zijn op heden echter wel gekant tegen een uithuiszetting.

Conclusie

De wetgever is een vrijgevige kerstman gebleken.

Als er sprake is van een “gezonde” doch onfortuinlijke onderneming (lees: er is voldaan aan 3 voorwaarden) genieten zij van een tijdelijke opschorting van uitvoeringsmaatregelen. Ook voor particulieren is voorzien in een opschorting tot 31 januari 2021. Uiteraard kan er maar zoveel uit de kerstsok komen als er in zit. Als er teveel schulden zijn of de onderneming al reddeloos verloren was, kan zelfs de kersman niets meer doen.

Lees hier het originele artikel

2021-01-06T14:49:23+00:00 9 januari 2021|Categories: Insolventierecht|Tags: , , |