Aandeelhoudersovereenkomsten
in het licht van de nieuwe wetgeving

Mr. Michaël Heene (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 31 mei 2024


Dagelijks bestuur in de vennootschap:
een analyse aan de hand van 18 praktijkvragen

Mr. Vanessa Ramon en mr. Julie Hoflack (Crivits & Persyn)

Webinar op vrijdag 15 maart 2024


Faillissementsrecht:
recente wetgeving én rechtspraak anno 2024

Mr. Ilse van de Mierop en mr. Charlotte Sas (DLA Piper)

Webinar op vrijdag 6 december 2024

Moet de derde-beslagene in zijn verklaring aan de schuldeiser ook melding te maken van een contractuele relatie die geen schuld ten aanzien van de beslagen schuldenaar met zich meebrengt? Cassatie-arrest van 11 januari 2024 (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

De visie van het hof van beroep te Gent op 7 maart 2023

De appelrechter stelt vast dat:

  • de beslagen schuldenaar een eenmansvennootschap heeft opgericht;
  • op 1 april 2021 een driepartijenmanagementovereenkomst werd gesloten tussen de beslagen schuldenaar, diens vennootschap en de eiseres, de derde-beslagene, waarin werd bedongen dat de beslagen schuldenaar diensten zou leveren aan de eiseres en dat de eiseres de vergoedingen voor die prestaties zou uitbetalen aan de vennootschap van de beslagen schuldenaar;
  • de verweerster op 10 februari 2022 uitvoerend beslag onder derden liet leggen ten laste van de beslagen schuldenaar in handen van de eiseres;
  • de eiseres in haar schriftelijke verklaring van derde-beslagene, aan de gerechtsdeurwaarder overgemaakt bij aangetekend schrijven van 22 februari 2022, heeft verklaard dat zij geen schuldenaar was van de beslagen schuldenaar en jegens hem geen betalingsverplichting heeft.

Hij oordeelt vervolgens dat:

  • de verklaring van derde-beslagene niet juist, volledig en waarheidsgetrouw was en de verweerster niet toeliet om de rechten van partijen vast te stellen;
  • de eiseres geen enkele transparantie bood over de precieze relatie tussen haarzelf en de beslagen schuldenaar, met wie op 1 april 2021 samen met diens vennootschap een managementovereenkomst tot stand was gekomen;
  • uit deze overeenkomst zeer duidelijk blijkt dat de beslagen schuldenaar via de vennootschap diensten zou verrichten voor de eiseres en dat de eiseres deze diensten via die vennootschap zou vergoeden;
  • de laconieke verklaring dat de eiseres nooit schuldenaar is geweest van de beslagen schuldenaar dan ook geen correct en volledig beeld geeft van de verhouding tussen de eiseres en de beslagen schuldenaar, die blijkens de managementovereenkomst wel degelijk contractpartijen waren;
  • de verklaring van de eiseres niet nauwkeurig was nu zij, hoewel zij contractpartij was van de beslagen schuldenaar en betalingen verrichtte voor diens intuitu personae-diensten aan diens vennootschap, hierover in het geheel niets verklaarde;
  • de eiseres is tekortgekomen aan haar plicht als derde-beslagene tot het doen van een juiste verklaring.
De visie van het Hof van Cassatie

Op 11 januari 2024 oordeelde het Hof als volgt:

‘1. Krachtens artikel 1539 Gerechtelijk Wetboek kan de schuldeiser die over een uitvoerbare titel beschikt, uitvoerend beslag onder derden leggen, op de bedragen en zaken die deze aan zijn schuldenaar verschuldigd is.

Krachtens artikel 1452, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de derde-beslagene, binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, gehouden verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag.

Krachtens artikel 1452, tweede lid, 2°, Gerechtelijk Wetboek moet de verklaring nauwkeurig alle dienstige gegevens voor de vaststelling van de rechten van partijen vermelden en inzonderheid de bevestiging door de derde-beslagene dat hij niet of niet meer de schuldenaar is van de beslagene.

Krachtens artikel 1542, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de derde-beslagene die zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan, door de beslagrechter schuldenaar worden verklaard voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaak van het beslag en de bijkomende kosten.

2. Uit het voorgaande volgt dat de derde-beslagene een nauwkeurige en omstandige verklaring moet afleggen van hetgeen hij verschuldigd is aan de beslagen schuldenaar, dit is het voorwerp van het beslag. Deze verplichting strekt ertoe aan de beslagleggende schuldeiser transparantie te verschaffen over de rechten en schuldvorderingen van de beslagen schuldenaar jegens de derde-beslagene.

De derde-beslagene dient in zijn verklaring daarentegen geen melding te maken van een contractuele relatie die geen schuld van de derde-beslagene ten aanzien van de beslagen schuldenaar met zich meebrengt. Het volstaat in dat geval dat de derde-beslagene bevestigt dat hij niets verschuldigd is aan de beslagen schuldenaar. De door de derde-beslagene af te leggen verklaring heeft immers slechts betrekking op de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag en van zijn latere afgifteverplichting, dit zijn de sommen of zaken die de derde-beslagene aan de beslagen schuldenaar verschuldigd is. Bovendien is de schuldenaarsverklaring een privaatrechtelijke sanctie en is vanuit dit opzicht vereist dat de derde-beslagene precies weet hoever zijn wettelijke verplichting reikt en waaraan zijn verklaring inhoudelijk moet voldoen om de sanctie te vermijden. Een extensieve invulling van de omvang van de verplichting van de derde-beslagene is hiermee niet verzoenbaar.

Door aldus te oordelen dat de eiseres in haar verklaring van derde-beslagene melding had moeten maken van haar contractuele relatie met de beslagen schuldenaar en een derde vennootschap, terwijl hieruit nooit een schuld is ontstaan van de derde-beslagene jegens de beslagen schuldenaar, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht.’

Lees hier het Cassatie-arrest van 11 januari 2024

» Bekijk alle artikels: Insolventie & Faillissement