>, Droit fiscal, Impôts directs>Het nieuw pensioenvehikel voor zelfstandigen zonder vennootschap (LegalNews.be)

Het nieuw pensioenvehikel voor zelfstandigen zonder vennootschap (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 07/12/2017

Op dit ogenblik kunnen zelfstandigen via hun vennootschap een aanvullend pensioen opbouwen via de Individuele Pensioentoezegging (IPT) en het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), waarbij een IPT (vaak een veelvoud van de maximale VAPZ-premie) enkel kan onderschreven worden in naam van een vennootschap.

Binnenkort zal hierin verandering komen door de invoering van een nieuw pensioenvehikel voor de zelfstandigen zonder vennootschap.

De ministerraad keurde in tweede lezing op voorstel van minister van Financiën Johan Van Overtveldt een voorontwerp van wet goed dat het fiscale luik regelt van de nieuwe aanvullende pensioenen voor zelfstandigen.

Inzake inkomstenbelastingen zou er voor die ‘POZ’ (pensioenovereenkomst voor zelfstandigen) het volgende voorzien worden:

  1. de bijdragen voor het aanvullend pensioen zouden in aanmerking voor een federale belastingvermindering aan 30 %.
  2. het bedrag van de bijdragen dat in aanmerking komt voor een belastingvermindering zou bepaald worden in functie van een aangepaste 80 %-regel, zoals die nu toegepast wordt bij een vennootschap. Dus ook hier zou de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen maximaal 80 % van het inkomen mogen bedragen. Maar waar bij bedrijfsleiders de 80 %-grens wordt opgemeten op basis van de normale bruto-jaarbezoldiging van het lopende jaar, zou het referentie-inkomen voor de 80 %-grens in het kader van de POZ het gemiddelde zijn van een ‘gecorrigeerd belastbaar beroepsinkomen als zelfstandige zonder vennootschap’ over de voorbije drie kalenderjaren. Er gelden specifieke regels als er maar twee of één jaar voor het afsluiten van de POZ gestart werd als zelfstandige zonder vennootschap of als er in de referentiejaren verlies werd geboekt.
    Ook ‘backservicejaren’ zouden gevaloriseerd worden, maar veel minder dan in het geval van een IPT-verzekering.
  3. de uitkeringen vanaf de vroegst mogelijke pensioenleeftijd of naar aanleiding van het overlijden van de aangeslotene zouden in principe belast worden in de inkomstenbelasting tegen het tarief van 10 % (anders is het 33%).

De POZ-pensioenuitkeringen zullen (net zoals bij het VAPZ en de groeps- en IPT-verzekeringen) onderworpen zijn aan een Riziv-bijdrage van 3,55 % en er zal een solidariteitsbijdrage van 0 % tot 2 % verschuldigd zijn.

De POZ is fiscaal minder interessant dan het VAPZ, zodat er in de regel voorrang zal gegeven worden aan het VAPZ en de POZ slechts eventueel in aanvulling hierop zal gesloten worden.

Een interessante toepassing van de POZ is dat deze, net zoals een VAPZ-overeenkomst en een groeps- of IPT-verzekering, via de technieken van voorschot en verpanding aangewend zal kunnen worden voor de financiering van vastgoedverrichtingen.

De heer Paul Van Eesbeeck, juridisch adviseur en vennoot Vereycken & Vereycken Legal, behandelt dit item tijdens de studienamiddag ‘Aanvullende pensioenen voor zelfstandigen anno 2018 op woensdagnamiddag 20 juni 2018 in Gent

2018-03-27T09:40:32+00:00 7 décembre, 2017|Categories: Droit des assurances - Droit fiscal - Impôts directs|Tags: , , |