>, Registratie, schenk- en erfbelasting>Bijzondere clausules in huwelijkscontracten en testamenten. Prof. Jos Ruysseveldt licht toe (LegalNews.be)

Bijzondere clausules in huwelijkscontracten en testamenten. Prof. Jos Ruysseveldt licht toe (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 14/05/2019

De nieuwe publicatie ‘Praktijkgids Successieplanning 2019-2020’ van Prof. Jos Ruysseveldt (advocaat-vennoot Ruysseveldt, prof. Fiscale Hogeschool/HUBrussel en AMS UAntwerpen) behelst de nieuwste ontwikkelingen (2018) in het erfrecht, het schenkingsrecht en het huwelijksvermogensrecht, alsook de hiermee gepaard gaande bijsturingen in het registratie- en successierecht. Ook de verplichte inschrijving in het KBO- en UBO-register voor maatschappen, vennootschappen en stichtingen zijn opgenomen. Het houdt rekening met de impact van het nieuwe ondernemingsrecht (2018) en vennootschapsrecht (2019). Het verwerkt de recente bijsturingen c.q. standpunten van de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) inzake erf- en schenkbelastingen.

Bij het doornemen van het boek vallen een aantal bijzondere clausules op, waarvan hij een aantal  ook op dinsdagmorgen 2 juli 2019 zal toelichten tijdens zijn uiteenzetting voor de eerste dag van de Zomeracademie Larcier en die hier kort onder de aandacht worden gebracht.

De ‘comaclausule’ in een testament

Het is best mogelijk dat de legataris, korte tijd nadat hij de goederen van de overleden testator heeft geërfd, zelf overlijdt. Denk aan het verkeersongeluk waarbij de erflater ter plaatse overlijdt en de legataris enkele dagen nadien aan zijn verwondingen bezwijkt. Op die korte tijdspanne zijn er tweemaal erfbelastingen of successierechten over dezelfde goederen verschuldigd: eenmaal door de legataris zelf, een tweede maal door de erfgenamen van de inmiddels overleden legataris. Via de comaclausule kan worden bepaald dat de eerste verkrijging wordt geacht niet te hebben plaatsgevonden, zodat het legaat rechtstreeks toekomt aan de erfgenamen van de overleden legataris (bv. de kinderen, of bij gebreke andere familieleden).

Het ‘kinderloos vrijgezel’ testament

Bij een testamentloos overlijden van een kinderloze en ongehuwde erflater zal zijn/haar nalatenschap volgens de regels van het wettelijk erfrecht toekomen aan de erfgenamen van de 2de orde: dit zijn desgevallend de ouder(s) en broers en/of zussen van de erflater. Bovendien zullen de broers en/of zussen, in elk van de drie gewesten, in dat geval aan hoge progressieve successietarieven ‘in zijlijn’ erven (art. 2.7.4.1.1, §2 VCF, art. 48 W.Succ.). In het kinderloos vrijgezel testament wordt van voormelde erfrechtelijke situatie afgeweken en bepaald dat de gehele nalatenschap integraal naar de ouder(s) gaat. Op die wijze wordt de gehele nalatenschap aan verlaagde tarieven ‘in rechte lijn’ vererfd. In de meeste gevallen is het dan de bedoeling de verkregen activa van de nalatenschap bij leven aan de nog in leven zijnde broers en/of zussen over te dragen. Of het actief van de nalatenschap kan in een volgende fase nog door de in leven zijnde broers en/of zussen ‘in rechte lijn’ worden vererfd. In laatstgenoemde hypothese verkrijgen de ervende broers en/of zussen de initiële nalatenschap van hun broer in een 2de fase aan een voordelig successietarief ‘in rechte lijn’. Bijgevolg wordt de nalatenschap van de kinderloze broer tweemaal aan het tarief ‘in rechte lijn’ vererfd. In haar federale circulaire van 10 april 2013  alsook in de Vlaamse omzendbrief van 16 februari 2015  poneert de belastingadministratie dat het testament geen fiscaal misbruik inhoudt.

‘Alternatief legaat’

Bij een alternatief legaat (of alternatieve beschikking) heeft de erfgenaam na het openvallen van de nalatenschap zelf de keuze om al dan niet te berusten in de bepalingen van het testament. Berust hij, dan zal een alternatieve, en voor hem meer voordelige, testamentaire beschikking uitwerking krijgen.

‘Beding van vooruitmaking in een huwelijkscontract’

Het beding van vooruitmaking verleent aan de echtgenoot het recht, vóór de verdeling, hetzij een bepaalde geldsom, hetzij bepaalde goederen in natura, hetzij een hoeveelheid of een percentage van een bepaalde categorie van goederen uit het gemeenschappelijk vermogen te nemen (art. 1457 B.W.). Dit recht wordt ook wel met de term ‘préciput’ aangeduid. Dit recht van vooruitmaking geschiedt zonder aanrekening ervan op zijn/haar deel in de huwelijksgemeenschap. Het beding van vooruitmaking geschiedt ten bijzondere titel. In tegenstelling tot het beding van ongelijke verdeling, waar de overlevende echtgenoot gehouden is tot een verplichte tussenkomst in de schulden in verhouding tot het aandeel in de baten (art. 1462 B.W.), is er bij het beding van vooruitmaking geen tussenkomst in het passief met betrekking tot de vooruitgemaakte goederen. Na uitoefening van het recht van vooruitmaking, wordt het saldo van het gemeenschappelijk vermogen bij helften verdeeld: de ene helft voor de langstlevende, de andere voor de nalatenschap van de eerststervende.
De redactie van het huwelijkscontract is belangrijk. Zo kan het huwelijkscontract bepalen dat de langstlevende de vooruit te maken goederen kan kiezen binnen een voldoende duidelijk omschreven categorie (of verscheidene categorieën) van goederen. Deze omschrijving kan zeer ruim zijn zodat het mogelijk is dat bij uitoefening van het recht de gehele huwgemeenschap kan worden uitgeput. Van belang is dan te voorzien op welke wijze en binnen welke termijn de langstlevende die keuze dient uit te oefenen.

‘Intern gemeenschappelijk vermogen beperkt tot één onroerend goed’

Beide echtgenoten behouden hun stelsel van zuivere scheiding van goederen, maar voegen hieraan toe: een intern gemeenschappelijk vermogen beperkt tot bvb. één onroerend goed.

De toevoeging van een intern gemeenschappelijk vermogen gebeurt via een wijziging van huwelijkscontract (geen inventaris, maar wel publicatie in het Belgisch Staatsblad). Op dat ogenblik wordt het onroerend goed aan een algemeen vast recht (50 euro) ingebracht. Sommige echtgenoten, onder druk van de schoonouders, wensen het geschonken goed in de familie te behouden. Zeer vervelend als men eerst zijn onroerend goed in de gemeenschap brengt en later het huwelijk op een echtscheiding afstevent. Geen nood. Dit kan ook in het huwelijkscontract worden opgenomen. Behoudens de inbreng van het goed in het toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen, wordt in het huwelijkscontract desgevallend ook een beding van vooruitmaking of een (alternatief) verdelingsbeding, al dan niet onder last toegevoegd, zodat de langstlevende echtgenoot bij het overlijden van de andere partner zich het ingebrachte goed (of goederen) kan laten toebedelen.

Zomeracademie ‘Personen- en familierecht’

Prof. Jos Ruysseveldt behandelt dit onderwerp op dinsdagvoormiddag 2 juli 2019 tijdens de Zomeracademie ‘Personen- en familierecht’ Larcier in Gent.

Andere sessies die dag:

  • Vereffening-verdeling met impact van het nieuw huwelijksvermogensrecht (mr. Sofie Longerstay)
  • De buitengerechtelijke (zorgvolmacht) en de gerechtelijke bescherming (mr. Rinse Elsermans)
  • Actualia echtscheiding en alimentatie (mr. Steven Brouwers)

Zomeracademie Larcier – Personen-en familierecht